‘Ons nationalisme komt van onderop’

Lang wachtten Catalaanse nationalisten op een leider met charisma. Nu sluit de grijze Artur Mas aan bij gewone Catalanen die van Spanje af willen.

Josep Pascual kreeg laatst van een klant in zijn traiteurwinkel het advies binnen maar geen Catalaanse vlag op te hangen. De klant had er zelf geen probleem mee, maar meende dat anderen er aanstoot aan kunnen nemen. „Nou, daar trek ik me niks van aan”, zegt Pascual. Sinds ruim een maand hangt de roodgeel gestreepte senyera ook in de etalage, gedrapeerd over een tafeltje met etensproducten.

Hij richtte de etalage in voor de elfde september, de nationale Catalaanse feestdag. Deze ‘Diada’ groeide dit jaar uit tot een schreeuw om onafhankelijkheid. Circa 1,5 miljoen mensen liepen mee in een mars door Barcelona. Een onverwacht massale opkomst, die leidde tot een schokgolf in de Catalaanse en nationale politiek. Regiopresident Artur Mas schreef vervroegde verkiezingen uit. Hij voert nu campagne met de belofte in zijn volgende termijn een referendum over „zelfbeschikking”, ofwel „een eigen staat” te organiseren.

Spanje stevent af op een historisch en economisch beladen constitutioneel conflict. De centrum-rechtse regering van premier Rajoy kan dit er slecht bij hebben. Spanje wordt al gewantrouwd om zijn wankelende banken en hoge begrotingstekort. Nu komt daar een rebellerende regio bij. De regering noemt het referendum ongrondwettelijk en zal het met alle juridische middelen bestrijden.

Cataloniës president Mas wil het plan doorzetten. Bij voorkeur binnen de Spaanse wet, heeft hij gezegd, maar als Madrid het blokkeert, wil hij zoeken naar een Catalaans of internationaal juridisch kader. Hij zoekt hiervoor al steun binnen en buiten Europa.

In Arenys de Munt, waar de traiteurwinkel van Josep Pascual staat, hebben ze ervaring met omstreden referenda. In september 2009 hield dit dorp ten noorden van Barcelona een officieuze gemeentelijke volksraadpleging over onafhankelijkheid. Het leidde tot een landelijke rel en juridische tegenacties van Madrid.

Ruim vijfhonderd andere Catalaanse gemeenten volgden niettemin het voorbeeld. In totaal stemden uiteindelijk circa 1 miljoen Catalanen, op een bevolking van 7,5 miljoen. Omdat veel tegenstanders van onafhankelijkheid niet kwamen opdagen, won het ja-kamp ruim – met 91 procent. In recente peilingen is tussen de 47 en 51 procent voorstander van onafhankelijkheid.

Burgemeester Ximenis van Arenys de Munt noemt de volksraadplegingen een katalysator achter de huidige escalatie. „Ze hebben de gemoedstoestand van Catalaanse nationalisten doen omslaan”, legt hij uit in zijn kantoor. „Wij waren in de onafhankelijkheidsbeweging altijd op zoek naar een charismatische leider, die ons de weg uit Spanje zou wijzen. Die kwam niet, terwijl Madrid ons steeds onrechtvaardiger aanpakte.”

Het leidde, zegt hij, aanvankelijk tot een gelaten pessimisme. „De referenda gaven mensen de kans zich het nationalistisch project eigen te maken. Deze nieuwe vorm van politiek bedrijven, van onderop, bracht het optimisme terug.”

Ximenis behoort tot een uiterst linkse, radicale regionationalistische partij. Hiervan zijn er de afgelopen jaren meerdere opgestaan in het versnipperde Catalaanse politieke landschap. Maar de grootste partij blijft de aloude, machtige CiU. Deze centrum-rechtse, gematigde regionationalisten bestuurden de regio de afgelopen 32 jaar, op een intermezzo van 2003 tot 2010 na. CiU nam altijd een wat tweeslachtige houding aan tegenover het nationalisme. Ze streed wel voor meer autonomie, maar niet voor volledige onafhankelijkheid. En wilde altijd dialoog met Spanje.

Dat CiU onder regiopresident Mas nu deze nieuwe weg inslaat, wordt in de rest van Spanje en de Madrileense pers uitgelegd als politiek opportunisme. Mas zou de volksdrift willen kapen om een absolute meerderheid in het regioparlement te winnen, die hij nu nog ontbeert.

Zijn pleidooi voor zelfbeschikking zou ook de aandacht moeten afleiden van de penibele financiële situatie van Catalonië. CiU zegt dat dit het gevolg is van de hoge belastingafdrachten die de relatief rijke regio doet aan Madrid. De regioregering zou minder hard hoeven bezuinigen, denkt hij, als Catalonië over zijn eigen geld zou gaan.

De crisis wakkert ook in Baskenland de onafhankelijkheidsdrift aan, bleek bij de verkiezingen van afgelopen zondag. Hier wonnen regionationalisten een ruime meerderheid. Zij volgen de ontwikkelingen in Catalonië met belangstelling.

Ramón, een ambtenaar van de metro van Barcelona, is sceptisch over de politieke ontwikkelingen. Hij staat op het Plaça San Jaume met enkele collega’s te betogen tegen de fikse loonkorting die ze kregen opgelegd in het kader van de bezuinigingen.

Dat de Catalaanse kwestie nu het gesprek van de dag is, komt de politici goed uit, denkt Ramon. „Dan gaat het tenminste niet over de bezuinigingen, over Bankia of al die prestigeprojecten waaraan ze geld hebben verspild. Van Extremadura tot Galicië kunnen ze het nu over Catalonië hebben. Ik ben Catalaan, maar mij maakt het niet uit wie ons bestuurt. Al is het een Rus, een Engelsman of een Duitser. Als hij me werk geeft en betaalt ben ik al blij.”

Volgens politiek historicus Xavier Casals is het een vergissing te denken dat Mas een rookgordijn optrekt. „Natuurlijk is het voor hem mooi meegenomen dat het nu vooral over de nationalistische zaak gaat. Maar volgens enquêtes verwijdert de Catalaanse publieke opinie zich mentaal al veel langer af van de staat.” Casals noemt dit een ‘afscheiding light’.

Voor Anna Arqué is het eerst zien dan geloven bij CiU. De activiste voert internationaal campagne voor de Catalaanse zaak. Onder meer via European Partnership of Independence (EPI), waarin ook Vlamingen, Basken en Schotten actief zijn. „Ik durf pas te juichen als het referendum er echt komt en als ik de vraag ken. Tot die tijd moeten we druk op de politiek houden.”

Hiervoor hebben de radicale nationalisten sinds enkele weken een nieuw middel. Ruim vijftig gemeentes, waarvan sommige worden bestuurd door de CiU, hebben zich uitgeroepen tot ‘vrij en soeverein Catalaans gebied’.

Ook Arenys de Munt heeft zich bij dit ‘bevrijd gebied’ geschaard. Hier wappert aan veel gevels niet de officiële Catalaanse senyera, maar de estelada, de onafhankelijkheidsvlag. Die is ook roodgeel gestreept, maar heeft bovenin nog een blauwe driehoek met witte ster. „In andere dorpen kan je de estelada nog niet ophangen zonder gedoe”, zegt burgemeester Ximenis. „Maar nu onafhankelijkheid een positief project van feest en blijdschap is geworden, gaat het beter lukken. Willen is kunnen.”