Ode. Aan. De. Slogan.

Lang geleden schreven filosofen ook in 140 tekens. Wekelijks bespreekt Arjen van Veelen een ‘mythe’ waar de moderne mens in gelooft. Vandaag: tweets, slogans en oneliners.

Het 8 uur Journaal had een tijd terug een item over het Majorana-deeltje dat voor het eerst was waargenomen. Professor Leo Kouwenhoven van de Universiteit Delft legde uit wat dat deeltje is. Hij wees op een schoolbord. Daar stond met krijt een formule. „Gamma kruisje is gamma”, las de natuurkundige voor, „dit is alles”.

Natuurkundigen houden het graag kort. Gamma kruisje is gamma. En E = mc2. „Alles moet zo simpel mogelijk gemaakt worden”, zei Einstein, „maar niet simpeler.”

Lang geleden hielden ook filosofen het kort. De eerste filosofen waren dan ook natuurkundigen. Zoals Heraclitus. Zijn oeuvre bestaat uit korte zinnetjes. Panta rei kai ouden menei. Alles stroomt en niets beklijft (26 tekens).

Zo simpel kan het zijn. Zo simpel móét het zijn. Maar zo simpel bleef het niet.

De wijsbegeerte was nog niet van start, of het heelal begon uit te dijen. Plato had al tientallen dialogen nodig om te zeggen: deze wereld is een slap aftreksel van de ware wereld. En in de eeuwen die volgden leek het wel alsof er een premie stond op breedsprakigheid.

Kortheid kwam in het verdomhoekje. Kort werd kortzichtig. Kort werd kort door de bocht.

En lang? Lang werd van belang, werd belangrijk.

Zo staan de zaken er eigenlijk nog steeds voor. Nog steeds denken we: dikke boeken zijn belangrijk. Het boek Je moet je leven veranderen van filosoof Peter Sloterdijk, bijvoorbeeld, telt ruim 500 pagina’s. Dus vinden velen dat boek belangrijk.

Boeken mogen best obees zijn, vinden we. De meeste boeken zijn ook veel te dik. Er bestaan inderdaad gewichtige ideeën, maar gewicht betekent niet per se dat je ideeën hebt. Kennis is geen kiloknaller.

Het omgekeerde zie je ook: kort van stof zijn keuren we vaak af. Als politici het kort houden, bijvoorbeeld, noemen wij dat met een vies gezicht: oneliners.

Zelfs politici denken soms dat lang altijd beter is dan kort. Toen Job Cohen zich ruim twee jaar geleden kandidaat stelde als lijsttrekker van de Partij van de Arbeid noemde hij die partij in een vrij breedsprakige toespraak „een partij die het niet moet hebben van oneliners”. Maar wat is er mis met oneliners?

Veni, vidi, vici is een oneliner

I have a dream is een oneliner.

Yes we can is een oneliner

En zei Shakespeare niet: „Brevity is the soul of wit”?

De mooiste, meest elegante oneliner bestaat uit één woord. Zoals in de reclamecampagne van Bavaria, een affiche met als enige tekst:

„Zo.”

Zelden zit er zoveel lading in één woordje. Ik zeg niet dat Bavaria zo lekker is. Maar deze slogan is dat wel. Biertje?

Waarom kunnen bierbrouwers wel wat grote denkers maar niet lukt: compact zijn? In onze tijd is kort zijn bijna een daad van verzet geworden.

Dat zag je bijvoorbeeld aan de reacties, een paar jaar geleden, op het toen nieuwe medium Twitter. Communiceren in korte berichtjes, dat kan helemaal niet, zeiden de mensen. En: in 140 tekens zou je nooit iets zinnigs kunnen zeggen.

Het rare was dat er tegelijkertijd het verwijt klonk (en nog steeds weleens) dat de gebruikers op Twitter oeverloos zouden kletsen. Er was dus zowel kritiek op het ongebreidelde karakter als op het beperkte ervan. Dat is een tegenspraak. Daar merk je al aan dat er iets niet klopt aan de kritiek. Maar wat niet?

Natuurlijk kun je best zinnige dingen zeggen in 140 tekens. Zelfs in 100 tekens. Zelfs in 4. Zelfs in 3. („Zo.”). Tweets zijn bovendien geen platte tekst. Ze fungeren in een context, werken als bewegwijzering. Met één tweet kun je mensenmassa’s naar bibliotheken of pleinen linken. Wie klaagt over de kortheid van de tweet, moet ook klagen over het feit dat er op verkeersborden geen essays staan.

Die kortheid was vroeger nooit een probleem, sterker nog: die was toen heilig.

In Delphi, op de tempel van Apollo nota bene, stonden twee oneliners. ‘Ken jezelf’ (10 tekens) en ‘Overdrijf niet’ (14 tekens). Ook de wijsheidsspreuken van koning Salomo in de Bijbel waren een ode aan kortheid. Spreuken 10 vers 19: ‘In de veelheid der woorden ontbreekt de overtreding niet; maar die zijn lippen wederhoudt, is kloek verstandig.’

En waarom hoor je nooit de klacht dat dichtregels altijd zo compact zijn? Er is een beroemd gedicht van de Romein Catullus dat maar twee regels telt. ‘Ik haat en ik heb lief. Waarom, vraag je? Geen idee, maar ik voel het en het verscheurt me.’ (91 tekens). Het gaat niet om lengte. Het gaat niet om gewicht. Het gaat om soortelijk gewicht.

Mensen die klagen over korte berichtjes en oneliners, bedoelen dus eigenlijk iets anders. Ze keuren niet de kortheid af – tenzij ze ook een hekel hebben aan Einstein en Shakespeare – maar het is simpelweg de inhoud die hun niet bevalt: sommige mensen mogen kort zijn, andere niet. Kort als privilege voor je eigen gelijk.

Gelukkig is er ook een tegengestelde stroming, een traditie van compacte denkers: de koningen van het aforisme, de keizers van het ‘tak-tak-tak’. De wiskundige Blaise Pascal, bijvoorbeeld, met zijn beroemde wisecrack: „Ik schrijf je een lange brief, want ik heb geen tijd voor een korte” (67 tekens). Of Nietzsche. „Ik probeer met een aforisme te zeggen wat anderen in een boek zeggen, of niet zeggen” (84 tekens).

Je zou deze traditie kunnen omschrijven met de term: ‘positieve simplificatie’ – ware het niet dat die omschrijving veel te lang is. In die traditie staat bijvoorbeeld de twitterleesclub van Bas Heijne, die maandelijks een boek recenseert. In 140 tekens. En ook de Filosofie Twittercanon die in april dit jaar verscheen. In dat boekje worden beroemde filosofen samengevat in een enkele tweet.

Ik schreef al: in deze tijd is kortheid een verzetsdaad. Die Twitter-canon is dan ook een hevige provocatie, een confronterend gesprek met de kanonnen van de wijsbegeerte. Want het boekje stelt twee dwingende vragen aan alle filosofen. Vraag één: wat is nu eigenlijk, kernachtig samengevat, je punt? Vraag twee: als dát je punt is, waarom zei je dat destijds dan niet wat korter?

Wie niet door die test komt, valt door de mand. De Twitter-canon werkt als Ockhams scheermes: het principe dat korte verklaringen een voorkeur hebben boven lange.

Zoals de natuurkunde op zoek is naar een grand unifying theory, zo moet ook de filosofie een theorie van alles vinden: de waarheid, maar dan uitgepuurd. Want de filosofie begon in oneliners. En de filosofie moet terug naar de oneliner.

De oude Griek Hippocrates, arts en denker, schreef ooit: ‘Het leven is kort’ (13 tekens). Het leven is inderdaad kort. Dus laten we het kort houden. Kort is lang zat.