Obama zoekt aanval tegen vlakke Romney

In het derde en laatste tv-debat over buitenlands beleid kon Romney het Obama niet moeilijk maken. Uit de eerste peilingen bleek dat Obama de winnaar is, al betekenen die cijfers weinig. Alleen zwevende kiezers in ‘swing states’ zijn in de laatste twee weken nog van belang.

Een opmerkelijk vlakke Mitt Romney heeft het president Barack Obama tijdens het derde en laatste televisiedebat niet lastig kunnen maken. De Republikeinse presidentskandidaat was vannacht in Florida niet in staat gaten te schieten in Obama’s buitenlandbeleid. Obama, op zijn beurt, zocht juist de aanval en onderbrak Romney veelvuldig. Dat verhulde dat er nauwelijks meningsverschillen bleken te zijn.

Een debat over buitenlandse politiek zorgt bij Amerikaanse presidentsverkiezingen zelden voor vuurwerk. De zittende president heeft het meestal makkelijker, omdat die zijn rol van opperbevelhebber en wereldleider kan uitbuiten, en een grote kennisvoorsprong heeft.

De uitdager moet met een ander verhaal komen, of, als dat er niet is, van onderwerp veranderen. Dat probeerde Romney. Hij bracht het gesprek op onderwijs in Massachusetts, waar hij gouverneur was. Ook begon hij over de staatsschuld en de auto-industrie in Denver. Dat kwam niet doordat de kandidaten door de onderwerpen heen waren. Europa werd bijvoorbeeld niet genoemd.

Romney leek zich er vooral van bewust dat er vannacht weinig voor hem te winnen viel. Gevraagd naar Amerika’s rol in Libië, de aanpak van Iran of de oorlog met onbemande vliegtuigen, zei hij dat hij min of meer hetzelfde zou doen als Obama. Beide kandidaten haalden hard uit naar China dat Amerikaanse banen zou vernietigen.

Romney prees de dood van Osama bin Laden en de jacht op Al-Qaeda als Obama’s verdienste, maar merkte over het Midden-Oosten op dat de VS zich niet „uit deze puinhoop kunnen moorden”. Romney benadrukte dat het ook belangrijk was om de opbouw van vrije, democratische staten in het Midden-Oosten te ondersteunen.

Zo schoof Romney weer naar het midden op, een strategie die ook in eerdere debatten succesvol was. Tijdens het eerste debat met Obama nam hij afstand van eerdere uitspraken over harde bezuinigingen op onder meer de ouderenzorg. Obama wist zich geen raad met die strategie en stamelde zich door het debat heen.

Deze keer oogde Obama voorbereid op een andere toon van zijn uitdager. Hij confronteerde hem met eerdere uitspraken. Toen Romney zei dat hij „geen herhaling” wilde van de Irak-oorlog, viel Obama hem in de rede: „En een paar weken geleden zei u nog dat u meer troepen naar Irak wilde sturen.” Romney verwierp dit met een zin dat hij vaker zou herhalen: „Het is geen strategie om mij aan te vallen.” Republikeinse spindoctors zeiden na afloop dat Romney zich „presidentieel” had gedragen, tegenover een stroom van aanvallen van Obama.

Romney had nog een tactische overweging om behoedzaam te zijn: hij vertegenwoordigt de partij die Amerika in twee oorlogen stortte: Afghanistan en Irak. Die zeer impopulaire erfenis van George W. Bush achtervolgt Romney op de momenten dat het over buitenlandse politiek gaat. Romney wilde duidelijk maken dat hij niet gelooft in gewapende interventies, en dat hij niet het maakbaarheidsgeloof van de neoconservatieven aanhangt. Ik ben geen Bush, was de rode draad in Romneys verhaal.

Het maakte Obama’s avond alleen maar eenvoudiger. Hij viel Romney aan op een manier die sprekend leek op de aanval van president Bush op John Kerry, in 2004: u roept maar wat, en ik heb ervaring. Obama: „Ik heb als opperbevelhebber geleerd dat je altijd duidelijk moet zijn, tegenover vrienden en vijanden.”

Uit de eerste peilingen na afloop van het debat bleek dat Obama als winnaar werd gezien. Volgens CNN had hij volgens 48 procent van de kijkers gewonnen, tegen 40 procent voor Romney. Het zijn getallen die niets betekenen. Alleen de zwevende en thuisblijvende kiezers in de zogeheten ‘swing states’ zijn nog van belang. Om die reden noemden Obama en Romney allebei de auto-industrie (voor industrieel Ohio), hun bezoek aan Israël (voor de joodse kiezers in Florida) en hun zorgen over veteranen (voor ‘veteranenstaat’ Virginia).

Ook als hij de verkiezingen wint, heeft Obama het laatste presidentiële debat uit zijn leven gehad. Een eventuele tweede termijn zal zijn laatste zijn. Obama zal er niet rouwig om zijn. De president was de afgelopen drie debatten soms afwezig, soms geïrriteerd, soms professoraal, maar nooit leek hij er plezier in te hebben.

Romney heeft er meer aan gehad. Voor het eerst bereikte hij een groot nationaal publiek en sinds het eerste debat is hij een serieuze uitdager van Obama geworden. Daarbij heeft hij geprobeerd zijn conservatieve imago wat bij te stellen, in de hoop kiezers in het midden bij Obama weg te halen.

Landelijke peilingen laten zien dat Obama en Romney ongeveer gelijk opgaan. Maar een blik op de politieke kaart van Amerika leert dat het grotendeels om drie staten gaat; Florida, Ohio en Virginia. Om genoeg kiesmannen te winnen, zou Romney die drie grote staten moeten winnen. Ohio lijkt naar Obama te gaan, Florida en Virginia kunnen beide kanten op. Er moet nog iets gebeuren in het voordeel van Romney wil hij Obama kunnen verslaan. Het debat van vannacht was ontoereikend.