Musea in Nederland gaan intensief samenwerken

Zij volgen daarmee het advies van een cultuurcommissie.

rotterdam. Nederlandse musea kiezen voor verregaande samenwerking. Na dreigende en daadwerkelijke subsidiekortingen en forse kritiek van de Raad voor Cultuur hebben de musea zich gisteren achter een advies geschaard van deze strekking. Daarmee nemen ze, in de woorden van de directeur van de Vereniging van Rijksmusea (VRM) Toine Berbers, „hun toekomst in eigen hand”.

De samenwerking zal ver gaan, als het aan de commissie ligt die het advies heeft opgesteld. Zo zullen de musea, waar dat maar mogelijk is, collecties centraal opslaan. Ook zullen alle collectiegegevens van de musea in één databank moeten komen. Dat zal anderen dan de eigenaar de mogelijkheid geven de collecties eenvoudig te gebruiken. Ook bij verkoop en inkoop van kunstwerken of andere museale objecten moeten musea gezamenlijk beslissingen nemen. Fusies liggen voor de hand, al zullen de musea daar wel zelf het initiatief toe moeten nemen.

Het advies is opgesteld door een commissie met prominente museummensen als de directeuren van het Rijksmuseum, Boijmans Van Beuningen en het Van Gogh Museum. Voorzitter Irene Asscher-Vonk, emeritus hoogleraar sociaal recht van de Radboud Universiteit, onderstreept dat het rapport er niet alleen is om de overheid wapens uit handen te slaan met maatregelen te komen waar de musea niet op zitten te wachten, maar ook voortkomt „uit een positieve beweging”. NRC