Libiërs maken het politici lastig

De democratisering in Libië gaat gebukt onder corruptie, cliëntelisme en regionalisme. „Geef ons nog twintig of dertig jaar.”

Het Rixos-hotel werd vorig jaar wereldberoemd als de gouden kooi waarin het regime van Moammar Gaddafi buitenlandse journalisten opsloot. Een jaar na Gaddafi’s dood is het vijfsterrenhotel, met zijn gemanicuurd gazon en klaterende fonteinen, hét rendez-vous geworden voor Libië’s kersverse politici. Het Algemene Nationale Congres, zeg maar het parlement, vergadert in het riante congrescentrum in een annex van het hotel.

En toch, zegt Imad Abuzed, een onafhankelijk parlementslid, „zijn we hier niet helemaal veilig.” Herhaaldelijk hebben misnoegde burgers het parlement bestormd. Vorige week nog drongen honderden betogers tot het hotel door. Ze eisten een einde aan het beleg van Bani Walid, de stad waar een harde kern van Gaddafi-aanhangers zich verschanst.

Bani Walid wordt belegerd door de strijders van Misrata sinds de dood van Omran Shaban, de jongen uit Misrata die vorig jaar Gaddafi gevangen nam en die in juli zelf ontvoerd werd bij Bani Walid. Formeel staan de Misrata-strijders onder bevel van de regering in Tripoli, maar er is niemand in Libië die dat gelooft. „Misrata luistert naar de regering zolang het het eens is met de regering”, zegt Osama Kubbar, een politiek activist.

Bani Walid duwt de politici met de neus op de fouten van het afgelopen jaar. In de eerste plaats: het falen om de milities onder controle te krijgen. Ten tweede: Libië heeft nog altijd geen betrouwbare rechtspraak. De opstandelingen in Bani Walid wijzen daar fijntjes op met hun weigering mensen uit te leveren die door de regering worden gezocht.

Om zulke problemen buiten de deur te houden hebben de parlementariërs het Rixos-hotel en omgeving uitgeroepen tot neutrale zone. Dat was het gevolg van een incident op 4 oktober toen een 100 man sterke delegatie uit Zawiya de stemming over een nieuwe regering stillegde omdat geen van de ministers uit Zawiya kwam. „Het is goed dat de mensen hun mening geven”, zegt Sanussi Rahoma, een onafhankelijk parlementslid. „Maar het is beter als ze dat buiten op straat doen. Anders kunnen wij ons werk niet doen.”

De anti-politiek heeft verbazend snel zijn intrede gedaan in Libië. Politici zijn zakkenvullers, is een veelgehoord verwijt. Dat de parlementsleden, en hun voorgangers van de Nationale Overgangsraad, graag in vijfsterrenhotels vertoeven is daar wellicht niet vreemd aan. Op het internet circuleert een recente factuur van het Radisson Blu-hotel in Tripoli waaruit blijkt dat het parlement er een uitstaande rekening heeft van een miljoen dinar (666.000 euro). Het Rixos-hotel is nog veel duurder.

„Jullie begrijpen niets van wat er op straat leeft”, roept een boze jongeman op krukken. Hij en een tiental andere gehandicapte ex-rebellen zijn ondanks de nieuwe wet tot vlakbij de cafetaria van het parlement gekomen. „Wij willen niemand kwaad berokkenen”, zegt de jongen. „Maar hoe kan het dat wij geen behandeling krijgen terwijl Libië zo rijk is?”

Geen van de aanwezige parlementsleden voelt zich geroepen de gehandicapte strijders te woord te staan, ook niet wanneer de moeder van een van hen flauwvalt.

Sommige parlementariërs geven toe dat ze niet opgewassen zijn tegen de situatie. „We moeten erg oppassen wat we hardop zeggen”, zegt Soliman Gajan, een onafhankelijk parlementslid. „Voor je het weet heb je de een of andere stam beledigd.” „Het probleem is dat elke Libiër vindt dat hij de regering is. En ze hebben allemaal wapens”, beaamt zijn collega Abdurzaq Tekar.

Dat het parlement zoveel onafhankelijke parlementsleden telt (120 op 200) was een bewuste keuze. Onder Gaddafi waren alle politieke partijen verboden. De onuitgesproken vrees was dat dit een oneerlijk voordeel zou geven aan de Moslimbroederschap, die een internationale organisatie achter zich heeft. Uiteindelijk was het de liberale alliantie rond Mahmoud Jibril, hét politieke gezicht van de opstand tegen Gaddafi, die bij de verkiezingen in juli de meeste zetels binnenhaalde: 39 tegenover slechts 17 voor de partij van de Moslimbroederschap.

Die uitkomst heeft het politieke werk niet gemakkelijker gemaakt. Jibrils partij moest het in de race voor het premierschap afleggen tegen Mustafa Abu Shagur. Die viel op zijn beurt af: het parlement keurde zijn lijst van ministers tweemaal af.

Door hun aantal zijn de onafhankelijke kandidaten de ‘kingmakers’ in het politieke proces. „Maar in de praktijk”, zegt Mustafa Jibril, een onafhankelijk parlementslid uit Tripoli, „hebben de twee grote partijen het voor het zeggen. Wij onafhankelijken kijken naar wat zij doen en maken dan onze keuze.”

Vorige week werd het parlement het eens over de tamelijk onbekende Ali Zidan als premier. Hij was diplomaat onder Gaddafi tot hij zich in 1980 voegde bij de oppositie in ballingschap. Of Zidan de ‘sterke man’ is waar iedereen op zit te wachten moet nog blijken.

Het onafhankelijke lid Joma Eltayef vraagt om begrip voor de moeizame democratisering in Libië. „Qua democratie zitten wij nog in de kleuterklas. Ik verwacht dat het nog twintig of dertig jaar kan duren voor wij een volwassen democratie zijn.”