Lettervermicelli in de soep op alfabet

Ursus Wehrli brengt kunstwerken op orde, maar ook de gewoonste dingen zijn niet veilig voor zijn organisatiedrift.

Redacteur Wetenschap

De kunst van Ursus Wehrli moet je zíen. Laat zijn werk zien en mensen schieten in de lach. Altijd. Soms vermoeid, zoals iemand aan het eind van een lange werkdag, als een kind een tekening laat zien – ja hoor, leuk hoor. Maar wie beseft wat Ursus Wehrli dóet, wordt zelf even kind: ogen gaan glanzen, de blik zoekt naar méér. Dat iemand de lettervermicelli in zijn soep op alfabet legt! Dat hij mensen alle boodschappen in één kleur laat kopen! Dat hij stukjes fruit in een kommetje fruitsalade op soort rangschikt – en dan ook nog de witte stippen op het rode kommetje apart op een rijtje legt!

Dat soort dingen doet de Zwitser Ursus Wehrli (43). In zijn eigen land is hij een bekende theatermaker. Hij toert al 25 jaar samen met Nadja Sieger als het clownsduo Ursus & Nadeschkin, tevens ‘taalacrobaten’, door Zwitserland, Duitsland en de VS. Hun nieuwe show Six Minutes is net in première gegaan.

Verder maakt Wehrli af en toe een boek. Fotoboeken zijn het, opruimboeken. Zijn derde, Die Kunst, auf zu räumen (Opruimen, dat is (de) kunst), is het eerste dat ook – nu net – in het Nederlands verschenen is. Zijn eerste twee boeken, Kunst aufräumen (2002) en Noch mehr Kunst aufräumen (2004), waren een succes: ze verschenen ook in het Engels, Frans en Italiaans.

Wehrli begon tien, elf jaar geleden met het op orde brengen van kunst, vertelt hij aan de telefoon. „Ik nam kunstwerken, moderne kunst, van Picasso of Kandinsky bijvoorbeeld, en ik maakte ze netjes. Ik ordende ze.” Hij legde de verfklodders keurig op een rijtje, of hij arrangeerde de zwevende mannetjes van Magritte. In het schilderij ‘De slaapkamer’ van Van Gogh stopte hij alle rotzooi onder het bed. „Soms zeiden er mensen tegen me dat ze niet meer wisten welke versie beter was, die van Van Gogh of die van mij.”

Daarna bedacht hij dat hij ook alledaagse dingen kon ordenen. Heel Zwitsers. „Ja, dat is zo’n stereotiep cliché dat ik het natuurlijk vaak te horen krijg. Het grappige is, in Zwitserland zeggen ze: dat is zo Duits! En in Duitsland zeggen ze: dat is zo Zwitsers! Ze proberen het allemaal bij zichzelf vandaan te redeneren. Maar het is natuurlijk best Zwitsers.”

Wehrli kreeg het idee voor de opruimkunst nadat hij een tentoonstelling van Jean Tinguely had bezocht. „Ook een Zwitser.”

Tinguely (1925-1991) maakte zogeheten kinetische kunstwerken, prachtige bewegende machines van aan elkaar gelast schroot of wat hij ook maar vinden kon. „Ik vroeg me af of hij een schoonmaakster had”, zegt Wehrli. „En als dat zo was, wat zij dan zou doen in zijn atelier. Ze zou niet weten waar te beginnen; ze zou de kunst en de troep niet uit elkaar kunnen houden.” Toen begon Wehrli zelf maar eens wat moderne kunst op orde te brengen „waarvan mensen altijd zeggen dat het zo rommelig is”.

Oorspronkelijk is hij opgeleid als typografisch vormgever. Posters en drukwerk ontwerpen, dat soort dingen. „Ik vind dat nog steeds leuk om te doen, al is het mijn werk niet meer. Maar het was een goede basis voor het opruimen. Vormen vinden en die op een nieuwe manier ordenen.”

Er is een hele afdeling psychologische literatuur over mensen met een extreme behoefte aan ordening en structuur. Freud zag het, een eeuw geleden, als onderdeel van de ‘anale persoonlijkheid’: zuinige, koppige mensen die van netheid houden.

Hoewel Freuds ideeën daarover veelal als achterhaald worden beschouwd, stelde een Australische psycholoog vorig jaar nog dat er toch best iets in zit. In zijn artikel ‘The Return of the Anal Character’ betoogde hij in feite dat moderne psychologen de anale persoonlijkheid inmiddels geordend hebben. Die is namelijk in hun onderzoek uiteengevallen in verschillende deeleigenschappen: perfectionistisch, obsessief-dwangmatig, netjes, gevoelig voor viezigheid, conservatief, rigide, hiërarchisch ingesteld, gefocust op details, geneigd tot verzamelen. (De Australiër zag overigens niet, zoals Freud, een verband met poep of zindelijkheidstraining.)

„O jee”, zegt Wehrli geamuseerd als het woord psychologie valt. „Weet je, ik ben niet het type dat mensen zich voorstellen – ik ben geen rare, obsessief-dwangmatige jongen. Ik vind het wel leuk om dingen te verzamelen en te ordenen, maar mijn werkplek is niet heel erg opgeruimd. Soms heeft creativiteit gewoon wat troep nodig. Maar ik weet wanneer het te veel is. Het gaat om de balans; ik zou ongelukkig worden als het te lang een chaos was.”

Vinden de mensen om hem heen hem een geordend persoon?

„Nee, helemaal niet eigenlijk. Maar het gaat er ook om hoe je van binnen bent. En in mijn hoofd is het erg gestructureerd. Ik bereid me graag voor, ik weet wat ik aan het doen ben, ik denk na voordat ik iets zeg, enzovoort.”

En, vertelt hij, hij is beschermheer van Less Mess, een Zwitsers netwerk voor mensen die te veel troep hebben. „Die mensen noemen we Messies, van het Messie-Syndrom.” Dat is een verduitst-Engelse term – in het Engels wordt het trouwens hoarding genoemd, verzamelzucht. „Dat hebben mensen die niets kunnen weggooien. Hun huis staat vol met spullen die ze bewaren; soms kunnen de ramen en deuren niet meer open. Ze lijken heel normaal, maar ze ontvangen liever geen bezoek. Veel mensen hebben het zonder het te weten. De grenzen zijn niet scherp afgebakend. We bewaren allemaal weleens iets.”

En hoe is hij daarbij betrokken geraakt? „Via de media. Mijn boeken zijn goed ontvangen, dus zodra het ergens over orde gaat, bellen ze mij.” Hij lacht. „Ik ben die nette jongen.”