Klimaat is van invloed op lokale conflicten

De verwachte klimaatverandering zal van invloed zijn op het uitbreken van gewapende conflicten in Afrika. Maar de invloed is bescheiden, verschilt van land tot land en is lastig voorspelbaar. Ook zinkt hij in het niet bij andere factoren die van invloed zijn op het optreden van overvallen en plunderingen of het uitbreken van opstanden en burgeroorlogen. Dat concluderen Amerikaanse onderzoekers uit Colorado deze week in de Proceedings of the National Academy of Sciences. Eerste auteur is John O’Loughlin van de universiteit van Colorado in Boulder.

De groep uit Boulder probeert middelen te vinden voor het onderzoek naar de vraag hoe gevoelig Afrika is voor klimaatverandering. In brede kringen wordt aangenomen dat toenemende hitte en/of droogte in de kwetsbare landen ten zuiden van de Sahara zal leiden tot voedselschaarste, en dat deze schaarste automatisch een bron van conflict wordt. Vooral politici lijken daarvan overtuigd – president Obama is een sprekend voorbeeld. Maar de feitelijke aanwijzingen voor dit vermoeden zijn zwak of ontbreken. Als er al een statistische relatie tussen klimaatverandering en conflict wordt gevonden is vaak het oorzakelijk verband niet duidelijk.

O’Loughlin en collega’s onderzochten voor de periode 1990-2009 voor 16.359 grote en kleine conflicten in Oost-Afrika (Tanzania, Ethiopie, Somalie e.a.) de relatie met klimaatuitschieters, maar ook met de lokale bestuursstructuur, bevolkingsdichtheid, armoede, mensenrechten, democratie, enzovoort. Zij deden dat, anders dan andere onderzoekers, niet per land maar voor een heel fijnmazig netwerk met ‘pixels’ van 100 bij 100 km. Het effect van droogte komt eerder lokaal dan nationaal tot uiting, was de overweging.

De uitkomst van de analyse was dat er alleen een statistisch overtuigende invloed is van extreem veel regen (die vermindert het aantal conflicten) en van afwijkend hoge temperaturen (die bevorderen conflicten). De invloed van kou en – opmerkelijk – droogte was statistisch niet significant. Ongelukkig genoeg verschillen de resultaten zo sterk van land tot land dat geen algemeen geldende conclusies zijn te trekken.