Iemand die er verstand van heeft

We kijken allemaal naar hem; een kleine man, grijs haar, grijs pak waaronder hij sportgympen draagt. Hij staat middenin de koffiezaak, bij de toonbank, tussen de zithoek en de werkhoek in. Hij buigt een beetje naar voren, alsof hij tegen de wind in hangt. Voordat hij zijn woorden uitspreekt hebben we allemaal al gezien wat er aan de hand is; hij heeft in zijn broek geplast. Een donkere vlek als een eiland op zijn grijze pak.

“Ik heb in mijn broek geplast”, schreeuwt hij. Hij is de schaamte voorbij. Iedereen hoort hem, daar bestaat geen twijfel over. Toch buigen we ons weer over een krant, een studieboek, roeren we door de koffie of staren uit het raam, nu de man zich heeft uitgesproken zijn we op een bepaalde manier medeverantwoordelijk voor de plas in zijn broek en kijken we weg. Daar kiezen we voor. Twee jonge jongens lachen, maar misschien heeft het niets met de man te maken, misschien zijn ze verliefd. Het meisje achter de bar mompelt ‘ja, vervelend’ en begint koffiebonen te malen. Ik denk aan de leenjoggingbroeken die je op de kleuterschool aangetrokken kreeg als je in je broek had geplast.

“Is er iemand die me kan helpen?”, schreeuwt de man, nu nog harder. Hij heeft zijn handen in de lucht gegooid, als bij een wanhopig gebed. God kan nu niets voor hem doen. Bovendien is een van de eerste dingen die je leert tijdens een cursus EHBO dat je, wanneer je in nood bent, één iemand aan moet wijzen: “Jij moet mij helpen.” Anders denkt iedereen dat de ander het wel doet. De man wijst niemand aan. Hij staat er alleen voor.

De omgeving doet vaak het omgekeerde wat we van haar vragen. Er bestaan penningen, rode ziekenhuisbandjes en zelfs tatoeages die aangeven dat je, wanneer daar sprake van zou zijn, juist niet meer geholpen wilt worden. NIET REANIMEREN. Ondanks deze duidelijke aanwijzingen gaat het vaak mis, of; goed, eigenlijk. De wens wordt nog al eens genegeerd. Het druist immers tegen onze natuur in om iemand aan zijn lot over te laten. (?)

Een meisje staat op. “Kan ik iets voor u doen?”, vraagt ze aan de man. Hij laat zijn ogen over haar lichaam glijden, wacht twee seconden, dan schreeuwt hij hartverscheurend hard: “Ik –wil- iemand- die- er -verstand –van- heeft.”