Hommels lijden al onder lage doses pesticiden

Hommels zijn nog gevoeliger voor bestrijdingsmiddelen dan bijen. Britse onderzoekers keken naar de nadelige gevolgen per pesticide.

Een Brits veldonderzoek biedt nieuwe aanwijzingen dat hommels te lijden hebben van lage doses pesticiden. Nature publiceerde het onderzoek gisteren online. Na een studie in Science, afgelopen voorjaar, is dit de tweede studie in een toptijdschrift naar de effecten van bestrijdingsmiddelen op hommels.

Imkers in Nederland, en elders in Europa en de VS, kampen al meer dan tien jaar met wintersterfte van bijen. Er komen steeds meer bijenziektes voor (mijten, parasieten, virussen), maar dat kan de sterfte niet geheel verklaren. Pesticiden, een tekort aan bloeiende planten en gebrek aan kennis bij imkers worden ook als mogelijke oorzaken genoemd. Er is veel minder onderzoek naar hommelsterfte dan naar bijensterfte, maar verwacht wordt dat hommels en andere bestuivende insecten deels met dezelfde problemen kampen.

In het nieuwe onderzoek in Nature staat een bestrijdingsmiddel centraal genaamd imidacloprid, dat in de akkerbouw populair is en vaak met bijensterfte in verband wordt gebracht. Daarnaast ging het om een ander veel gebruikt bestrijdingsmiddel, lambda-cyhalothrin.

Biologen van de Royal Holloway University of London laten zien dat beide pesticiden verschillende nadelige effecten hebben op wilde hommelkolonies. Tijdens de duur van het experiment (vier weken in de lente) stierven twee van de tien hommelkolonies die aan een combinatie van beide bestrijdingsmiddelen werden blootgesteld. Ook beide pesticiden apart brachten schade toe.

„Onze studie is om twee redenen vernieuwend”, zegt bioloog Richard Gill die de studie coördineerde. „Er wordt weinig rekening gehouden met combinaties van pesticiden bij de toelating ervan, terwijl insecten wel aan meerdere bestrijdingsmiddelen blootstaan. Ten tweede leggen we een verband tussen afwijkend gedrag van de individuele hommels en het sterven van de kolonie.”

Hommels die in een veld met imidacloprid foerageerden, verzamelden minder stuifmeel en deden langer over het voedsel zoeken. Ook kwamen er minder hommels terug naar het nest en produceerden de hommels minder broed (larven). Gill: „Als er minder voedsel binnenkomt, is dat slecht voor het broed. Dat kan het mechanisme zijn waardoor de kolonie ten onder gaat.”

In tegenstelling tot bijenkolonies overleven hommelnesten nooit de winter. Alleen de koninginnen blijven in leven. Hoe de pesticiden het overleven van de hommelkoningin beïnvloeden, is hier niet onderzocht. In de eerdere studie in Science bleek wel dat kolonies met imidacloprid minder koninginnen voortbrachten.

„Er is meer aandacht nodig voor hommels en andere bestuivende insecten, zoals wilde bijen”, reageert de Wageningse bijenonderzoeker Tjeerd Blacquière. Dat staat ook in de nieuwe conceptrichtlijnen voor toelating van pesticiden van de Europese voedselautoriteit EFSA, vertelt hij. „En ook met chronische blootstelling aan pesticiden moet meer rekening gehouden worden.” Als nieuwe richtlijnen worden ingevoerd, gelden ze ook voor Nederland.

Blacquière wijst verder op een Britse publicatie van James Creswell, die begin deze maamd verscheen in Zoology. Daaruit bleek ook al dat hommels gevoeliger zijn voor imidacloprid dan honingbijen. “Ik vind dat die publicatie eigenlijk meer toevoegt dan deze Nature-studie.”

Creswell onderzocht verschillende concentraties imidacloprid; dat deed Gill niet. Blacquière: „De concentraties imidacloprid die Gill gebruikt worden wel in het veld gevonden, maar zijn aan de hoge kant.” Lambda-cyhalothrin mag in Nederland bovendien niet op bloeiende gewassen gebruikt worden, juist omdat dat bijen schaadt. Richard Gill zegt dat dat in het Verenigd Koninkrijk wel gebeurt.