Het meisje dat haar organen wilde houden

Ik dacht dat ik alles wel zo’n beetje voorbij had zien komen op televisie. Van mensen die willen sterven op tv tot mensen die dat niet willen maar per ongeluk live doodgaan.

Dit weekend zag ik op de Deense televisie een programma met een geheel nieuwe invalshoek. De documentaire Het meisje dat niet wilde sterven (Pigen der ikke ville dø) trok 1,7 miljoen kijkers, bijna eenderde van de Deense bevolking. Na een auto-ongeluk lijkt de situatie van de 19-jarige Carina uitzichtloos. De behandelend arts vraagt de familie om orgaandonatie. De familie gaat akkoord en de behandeling wordt stopgezet: Carina wordt van de beademingsapparatuur gehaald en krijgt geen medicijnen meer. Dan gebeurt het mirakel: Carina ontwaakt.

Het gegeven is op zich al wonderbaarlijk, maar verbluffender is dat er een camera aanwezig is in het ziekenhuis in Århus. Het blijkt een toevalstreffer: ze waren eigenlijk een ander programma aan het maken over orgaandonatie. Kennelijk had de familie toestemming gegeven voor het filmen van het gesprek waarin ze te horen krijgen dat hun dochter geen kans meer heeft. Het pijnlijk voyeuristische tafereel verandert prompt in een aflevering à la Zembla als het meisje ontwaakt: hoe betrouwbaar zijn artsen?

Ik moest aan Eyeworks en het VUmc denken, waar men met verborgen camera’s een programma op spoedeisende hulp maakte. Dat ging niet door, omdat veel patiënten niet wisten dat ze werden gefilmd. Precies hierin schuilt ook het ongemakkelijke voyeuristische van Het meisje dat niet wilde sterven. Pas als Carina weer een beetje kan praten, vraagt de regisseur haar of ze het goed vindt dat hij haar filmt. Ja, zegt ze, maar ik was liever om iets anders beroemd geworden. Een bizar moment, als je je beseft dat de ploeg haar en haar familie al meer dan een half jaar aan het volgen is.

Over de morele grenzen van de reality-televisie ging het debat na de uitzending in Denemarken nauwelijks – het ging over orgaandonatie en deskundigheid van artsen. In Denemarken trokken 500 donoren zich na afloop van de uitzending terug.

Ook in Nederland ging het afgelopen week over orgaandonatie. Medisch specialisten en patiëntenverenigingen dienden een voorstel in bij de informateurs van VVD en PvdA: wie tot drie keer niet reageert op de oproep voor orgaandonatie, wordt automatisch donor. Luuk Hilbrands, voorzitter van de NTV (Nederlandse Transplantatie Vereniging), wil dat „mensen worden gewezen op hun maatschappelijke verantwoordelijkheid”: „Als je liever niet een orgaan wilt doneren, is het ook goed, maar maak je keuze kenbaar. Wanneer jij komt te overlijden worden de nabestaanden dan in ieder geval niet met die lastige vraag geconfronteerd”, aldus Hilbrands bij de NOS.

Uit de Deense documentaire blijkt dat niet alleen de familie het besluit neemt. Dat doen de artsen: we zien hoe de familie blind het advies volgt. Geen wonder: ze zijn op hun verdrietigst en kunnen nauwelijks een woord uitbrengen, maar er is ook een camera aanwezig die registreert hoe ‘maatschappelijk verantwoordelijk’ de familie is.

De media spelen een belangrijke rol bij het maken van een keuze voor donorregistratie. Of ze doen met amusement een moreel appel op je: je laat iemand sterven als je het niet doet (De Grote Donorshow); of ze wijzen je er met voyeuristisch sentiment op dat je het beter niet kant doen, omdat na hersendood nog een mirakel kan geschieden en artsen bovendien inschattingsfouten kunnen maken (Het meisje dat niet wilde sterven). Donorregistratie is zo doordrenkt van media-emoties, dat een keuze er niet gemakkelijker op wordt. Anders dan Hilbrands, vind ik daarom dat je óók het recht zou moeten hebben om het niet te weten, om niet te kiezen, zonder dat dit meteen betekent dat de overheid dan maar voor je beslist.

Filosoof, schrijver en tv-maker Stine Jensen schrijft elke dinsdag over media, populaire cultuur en hypes.