‘Geen fusies musea van bovenaf’

Onder dreiging van bezuinigingen komen de musea tot samenwerking. Hun verlangen: niet iedere vier jaar meer de hand ophouden.

Bezuinigingen bij Rijk, provincies en gemeenten. De Raad voor Cultuur die van staatssecretaris Zijlstra een advies moet uitbrengen over een fundamentele herbezinning op het museale stelsel. De musea besloten om niet lijdzaam af te wachten, maar stelden zelf een commissie in die een „wenselijk toekomstbeeld” voor de musea moest onderzoeken. Die commissie stond onder leiding van Irene Asscher-Vonk, emeritus hoogleraar Sociaal Recht. Gisteren kwam de commissie met hun adviezen, die direct door de leden van de Museumvereniging en de Vereniging van Rijksmusea werden aangenomen. „Musea vertonen een grote maatschappelijke waarde, en die is nu in het geding”, zegt Irene Asscher-Vonk.

Het lijkt wel of er ineens een grote wens tot samenwerking tussen de Nederlandse musea bestaat

„Ja, dat zagen we niet alleen in de commissie, maar ook op de vergadering gistermiddag. Mensen sprongen op en vertelden met wie ze samenwerken of met wie ze willen samenwerken. Het gaat ook om meer samenwerking met onderwijsinstellingen of toeristische organisaties.”

Zijn fusies onvermijdelijk?

„Dat staat niet in het advies. Maar het kan zijn dat individuele musea alleen nog een rol zien voor zichzelf als ze met een ander museum samengaan. Het is een beslissing van individuele musea, er moeten geen gedwongen huwelijken worden opgelegd. Van meer samenwerken naar fuseren is een grote stap. Alliantievorming is ook mogelijk.”

Tot dusver lijken musea erg gefixeerd op hun eigen collectie en wordt er weinig gedeeld. Dat moet veranderen, zegt dit advies.

„Die eigen collectie blijft ontzettend belangrijk. De vraag is of je niet meer samen moet doen. De eerste stap is gezet met de afspraken rond de afstoting van stukken die nu worden ontwikkeld. Maar je moet ook kijken naar de vorming en instandhouding van collecties. Daar kan delen opportuun zijn, al zal dat met gesloten beurs moeten. Ook andere partijen moeten daar bij betrokken worden, zoals verzekeraars.”

Kunnen sommige stedelijke collecties niet beter door het Rijk worden beheerd?

„Als een overheid de verantwoordelijkheid wil voor een museum, zal je er genoeg geld in moeten steken. Bij grote collecties zal een stad of provincie zich serieus moeten afvragen of het daar als enige voldoende geld in kan stoppen. Van overheden mogen wij verwachten dat ze onderling meer aan afstemming doen.”

En daar is volgens u een nieuwe Museumwet voor nodig?

„Die kan nodig zijn om de verantwoordelijkheden tussen overheden en met musea beter af te bakenen. Ook om te voorkomen dat musea elke vier jaar moeten afwachten, wat ze dan weer te wachten staat. Het is goed als overheden voor een lange tijd een verplichting op zich nemen, zodat musea voor een langere tijd beleid kunnen ontwikkelen rond het erfgoed dat ze beheren.”

Vreest u voor het veelgeprezen fijnmazige Nederlandse stelsel?

„Die fijnmazigheid heeft een prijs. Tot nu toe wilde de samenleving die betalen. De vraag of je die kan handhaven, hangt ook af van de musea zelf. Als de bezuinigingen verder toeslaan, zullen lokale musea en lokale overheden samen moeten optrekken.”

Hoopt u met dit advies te voorkomen dat de Raad voor Cultuur eind dit jaar wel met een plan van bovenaf komt?

„We hopen dat de Raad voor Cultuur zegt: dit is een goed idee.”