Europa weet: het is duurzame vis of helemaal geen vis

In 2014 loopt het huidige Europese visserijbeleid af. Maria Damanaki, commissaris voor Visserij, heeft een nieuw plan. Op haar bureau liggen 7.000 amendementen – toch is ze optimistisch. „De cultuur is definitief veranderd.”

Het werkt echt, zegt ze enthousiast. Vandaag krijgen de Europese ministers van Visserij in Brussel te horen dat het visbestand in de Oostzee zich aan het herstellen is. Eindelijk goed nieuws: er mag weer meer gevangen worden. „Dit is de essentie van onze hervormingen”, zegt Maria Damanaki, eurocommissaris voor Maritieme Zaken en Visserij achter haar bureau in Brussel. „Als we de vis beschermen, herstelt het bestand zich. Daar heeft iedereen baat bij. De kabeljauw die nu gevangen wordt is weer even groot als tien jaar geleden, die levert dus meer geld op.”

De Griekse Damanaki beheert een van de meest ingewikkelde Europese dossiers in een krachtenveld dat zich ver buiten Europa uitstrekt. Er is een wereldwijde run op eiwitrijke vis. De zeeën worden chronisch overbevist. Wereldwijd wordt er 25 procent meer vis uit het water gehaald dan nodig is voor het instand houden van gezonde bestanden. In de Europese wateren is de overbevissing 60 procent en in de Middellandse Zee zelf 80 procent.

Laatst kwam Jean Michel Cousteau langs in Brussel om beelden te laten zien van het water rond het Griekse eiland Santorini. Zijn vader, de wereldberoemde zeebioloog en cineast Jacques Cousteau had er in de jaren zestig betoverende opnames gemaakt van een rijke marine cultuur vol vis en begroeiing. De film die zijn zoon onlangs maakte in hetzelfde gebied liet een kale zeebodem zien waar niks meer groeide en nauwelijks meer vis zwom.

„Maar de vis die uit de Middellandse Zee gehaald wordt tenminste nog wel allemaal opgegeten”, zegt de commissaris met een wrang lachje. Ze trekt een vergelijking met het Kanaal waar voor iedere tong die wordt opgevist, vier keer het gewicht aan bijvangst teruggegooid wordt in zee. Dood.

In 2014 loopt het huidige gemeenschappelijke visserijbeleid af en moet er een nieuw plan op tafel liggen. Aan Damanaki en haar team de loodzware taak om de hervormingen door de lidstaten en het Europees parlement te krijgen. De kwestie van de bijvangst is één van de meest omstreden onderwerpen. Europese vissers gooien vis terug omdat ze gebonden zijn aan strikte quota. Bijvangst kost ze alleen maar geld.

In Noorwegen, de Verenigde Staten en Canada bestaat allang een verbod op het teruggooien van ongewenste vis. Om de visstand te herstellen zou er ook in Europese wateren zo’n verbod moeten komen. In vaktermen: een aanlandingsplicht. Alle vis zou verplicht aan de wal moeten worden gebracht en daar verwerkt. Alleen dan is te controleren hoeveel er feitelijk wordt gevist.

De lidstaten zien de noodzaak van een verbod wel in, maar de uitwerking laat nog op zich wachten. Damanaki: „Eerst krijgen de vissers geld om te investeren in meer selectieve methodes. Wij zitten ook niet op bijvangst te wachten”. Maar uiteindelijk komt er een algemeen verbod. „Op dit moment onderhandelen we over de vraag of dat al in 2015 moet zijn of later.”

De Europese visserij moet onder het nieuwe beleid duurzaam zijn, economisch nut hebben, en rekening houden met mensenrechten. De Europese vissers vissen over de hele wereld. Ook voor de kusten van Afrika en Chili moeten de grote vriestrawlers uit Scheveningen en Katwijk zich aan de Europese regels houden. „We kunnen ons geen andere regels permitteren als we buiten Europa vissen”, stelt Damanaki

Deze zomer twitterde de Griekse enthousiast dat haar team erin geslaagd was om nieuwe afspraken te maken met Mauretanië, waar de rijkste viswateren ter wereld liggen. Europese schepen mochten er voortaan alleen nog vissen als vaststond dat er een overschot aan vis was. De Mauretaanse autoriteiten zouden hulp krijgen bij het controleren van de visstand. Een deel van de vangst zou verplicht naar de Mauretaanse bevolking gaan.

Een groot succes, vindt Damanaki. Een ramp, vinden de Europese vissers. Uit ‘duurzaamheidsoverwegingen’ heeft de Mauretaanse regering bepaald dat ze nog maar 20 zeemijl uit de kust mogen vissen. Maar de vis die de vriestrawlers ophalen zwemt dichter langs de kust. „Dat is de prijs die we moeten betalen voor duurzaamheid”, vindt de commissaris.

De Europese vissers werpen tegen dat de vangst in verkeerde handen komt. Koreanen, Russen en Chinezen gaan er gewoon door met niet-duurzaam vissen. De commissaris reageert behoedzaam: „Misschien is dat zo, dat weet ik niet. Maar dit zijn onze principes en die moet ik volgen.” De lidstaten en het Europees Parlement kunnen nog ‘nee’ zeggen.

Intussen verloopt het contact met Mauretanië niet meer zo soepel. De staf van Damanaki probeert tevergeefs om in de hoofdstad Nouakchott een verantwoordelijke aan de lijn te krijgen. Begin deze maand werd president Abdel Azziz door een van zijn eigen mensen ‘per ongeluk’ neergeschoten. Hij ligt nu in een Frans ziekenhuis en in Nouakchott neemt even niemand de telefoon op.

Het externe visbeleid vergt de nodige evenwichtskunst. Toch is Damanaki ervan overtuigd dat afspraken maken de enige manier is om te voorkomen dat de wereldzeeën straks veranderen in onderwaterwoestijnen en dat er voor niemand meer brood valt te verdienen. Zij heeft immers ook de taak om te hoeden over de werkgelegenheid in de visindustrie.

Visserijbeleid is een kwestie van kleine stapjes. Binnenkort stemt het Europees Parlement over wetgeving die het mogelijk maakt om de import te stoppen van vis die op niet-duurzame wijze is gevangen op gronden die Europese vissers delen met andere nationaliteiten. Makreel bijvoorbeeld die massaal wordt opgevist door IJslandse vissers in de Atlantische oceaan. De vissers hoeven zich niet aan de Europese quota te houden omdat IJsland geen lid is van de EU. Hetzelfde geldt voor de Oostzeevis die onbeperkt in de Russische netten verdwijnt.

Ook is de EU bezig een zwarte lijst op te stellen van landen die onvoldoende optreden tegen illegale vispraktijken. „U heeft geen idee hoe belangrijk dat is. Het gaat om zeker een kwart van de totale visvangst.” De commissaris maakt er geen geheim van dat de georganiseerde misdaad hier een steeds belangrijker rol speelt. Een deel van de illegale vangst komt nu nog gewoon op de Europese markt. Maar wie straks op de zwarte lijst komt mag niet meer exporteren.

Het is allemaal een kwestie van geld. Illegaal vissen moet onrendabel worden. Europese vissers krijgen steun om hun schepen zo uit te rusten dat ze meer gericht kunnen vissen en minder bijvangst hebben.

En ja, ook de consument zal over de brug moeten komen. Er komt een speciaal label waaraan de consument straks kan zien of de vis vers is of ontdooid. Niet-duurzame vis uit verre landen als Vietnam is diepgevroren, ook al ligt hij ontdooid in de winkel. Verse vis komt per definitie uit Europa. Aan de consument straks de keuze om meer te betalen voor duurzame Europese vis.

Om het nieuwe beleid op tijd in te kunnen laten gaan moeten de verschillende Europese instanties haast maken. Maria Damanaki hoopt dat het Europees Parlement zich in januari uitspreekt over het basispakket. Maar er liggen al 7.000 amendementen te wachten. Vissers, milieuactivisten, lidstaten, mensenrechtengroeperingen, iedereen heeft wel wat in te brengen. Toch denkt ze het nieuwe beleid voor eind 2013 te kunnen afronden. „Iedereen ziet nu in dat natuurlijke bronnen eindig zijn. Er is niemand meer die vindt dat je vandaag de dag nog kunt vissen zoals dat tien jaar geleden gebeurde. De cultuur is definitief veranderd.”