Europa is de vele Britse eisen beu

De dreiging van de Britten dat ze uit de EU kunnen stappen, is niet meer effectief. Andere lidstaten reageren steeds vaker met ‘ga dan maar’, schrijft Philip Stephens.

Illustratie Luojie

Het verhaal van de Britse ontkoppeling van de Europese Unie wordt dikwijls verteld als dat van een trotse eilandnatie die moeite heeft zichzelf los te maken van zijn buurlanden, maar de politieke dynamiek is aan het veranderen. Nu de regering van premier Cameron de nauwere integratie – die het gevolg is van de eurocrisis – schuwt, wordt de Britse terugtrekkende beweging versterkt door een continentale push.

De Europese leiders hebben op de Brusselse topconferentie deze week wel iets anders aan hun hoofd – Griekenland, Spanje en de bankenunie. De toekomst van de euro is nog niet veiliggesteld. Cameron heeft gekozen voor de rol van toekijker. Toch zou de uitkomst van de beraadslagingen het vertrek van Groot-Brittannië uit de Europese Unie kunnen bespoedigen.

De premier houdt staande dat hij nog steeds vóór het Britse EU-lidmaatschap is, zij het op herziene voorwaarden.

Cameron is gijzelaar van de anti-Europeanen in zijn partij. Nu deze de publieke opinie mee hebben, is hij bang dat iets anders dan een Britse terugtrekking uit de EU leidt tot splijting van de Conservatieve Partij. Nick Clegg (LibDem) blijkt de Conservatieve vijandigheid jegens Europa te weinig af te remmen. Ed Miliband (Labour) weigert zijn populariteit op het spel te zetten door zijn politieke lot aan Europa te verbinden. Buiten de politiek zijn beleggers slechts langzaam gaan beseffen wat de gevolgen kunnen zijn van wat het Centrum voor Europese Hervormingen een Brexit noemt.

In het binnenlandse Britse debat ontbreekt elke erkenning van de veranderende stemming in de rest van Europa. Met hun eisen voor een speciale behandeling hebben opeenvolgende Britse regeringen er steeds op gegokt dat federaal gezinde Europeanen wel zouden buigen voor de dreiging van een Brits vertrek. Hierin school ook enige waarheid, maar de eurocrisis heeft de Europese leiders met sterkere prioriteiten geconfronteerd dan het ter wille zijn van de met hun veto zwaaiende Britten.

Al snel na de installatie van de coalitie van Cameron, in de zomer van 2010, zou een van zijn eurosceptische ministers hebben gezegd dat Groot-Brittannië Europa niet meer hoefde te verlaten, omdat Europa Groot-Brittannië al links liet liggen. Deze observatie bleek van een meer vooruitziende blik te getuigen dan hij zich had voorgesteld.

Europa is de Londense eis tot een uitzonderingspositie bij de regels van de Europese Unie beu. De andere leiders doen serieus zaken om de euro te redden. Als Groot-Brittannië wil vertrekken, zo hoor je continentale politici zeggen, dan moet dat maar.

De premier belooft snel in een grote toespraak de voorwaarden te schetsen voor de nieuwe betrekkingen met de EU. Het gaat om een serie concessies als prijs voor een Britse instemming met de verdragsaanpassingen die de eurogroep zal moeten doorvoeren om dieper te kunnen integreren. Het hele pakket zou dan per referendum kunnen worden voorgelegd aan het Britse volk.

Maar er zijn steeds minder zaken waarin de regering nog een uitzonderingspositie kan bedingen. Groot-Brittannië maakt geen deel uit van de eurozone en is – anders dan Polen – ook niet van plan zich er ooit bij aan te sluiten. Het land wil geen rol spelen in een begrotingspact of een bankenunie. Cameron wil een dubbele Europese begroting, om de Britse bijdragen aan Brussel te kunnen scheiden van de uitgaven van de eurozone.

Groot-Brittannië wil al langer geen deel uitmaken van het Schengensysteem van open grenzen. Nu wil Cameron zich terugtrekken uit de Europese samenwerking inzake misdaad en justitie. Buiten de gemeenschappelijke markt en het externe handelsbeleid – voor alle anderen rode lijnen – is er heel weinig waaruit Groot-Brittannië zich nog kan terugtrekken.

Een ander probleem is de veronderstelling dat de andere landen zich wel plooibaar zullen opstellen. In werkelijkheid heeft het Britse veto flink ingeboet aan kracht. Toen Groot-Brittannië het vorig jaar december inzette, schiepen de leiders van de eurozone eenvoudigweg een parallelle structuur voor samenwerking op begrotingsgebied. In Frankrijk bestaat enthousiasme over een dergelijke aanpak. Duitsland zou ooit moeite hebben gedaan om het de Britten naar de zin te maken, maar bondskanselier Merkel heeft haar geduld verloren.

Zij is de enige niet. Cameron is niet ingegaan op voorstellen van premier Monti van Italië over nauwere samenwerking wat betreft de gemeenschappelijke markt. De centrum-rechtse leider Rajoy van Spanje kijkt liever naar Berlijn dan naar Londen. De socialistische president Hollande van Frankrijk zou toch al nooit een hele goede vriend zijn geworden. De botte weigering van Groot-Brittannië om ook maar iets aan de steun voor de euro bij te dragen, heeft zelfs trouwe bondgenoten als Zweden verbijsterd. Anderen geven toe dat ze de Britse preken over hoe ze hun zaken moeten aanpakken zat zijn.

De regering-Cameron heeft niet veel ‘zachte macht’ meer over. Het reservoir aan goodwill is opgedroogd. Als Groot-Brittannië garanties eist dat de nieuwe bankenunie de Britse invloed op het financieel toezicht niet zal ondermijnen, vragen anderen zich af waarom Londen het meest vooraanstaande financiële centrum van het continent zou moeten blijven.

Er hebben zich al veel crises voorgedaan in de Britse betrekkingen met de EU, maar deze voelt heel anders. De regelingen voor het toezicht op de banken kunnen een blauwdruk vormen voor een nieuwe institutionele architectuur die Groot-Brittannië feitelijk uitsluit van de besluitvorming binnen de gemeenschappelijke markt. Het gevolg zou zijn dat Groot-Brittannië in een positie zal komen te verkeren die lijkt op die van buitenstaanders als Noorwegen en Zwitserland – gebonden door de regels en door de betalingsverplichtingen, maar niet in staat om ook maar iets te veranderen.

Cameron zou bezig zijn met een routekaart voor de Britse toekomst in Europa. Hij heeft alleen niet opgemerkt dat zijn partners, nu ze bezig zijn de unie te versterken, er geen probleem meer mee hebben om de Britten vaarwel te zeggen.

Philip Stephens is columnist bij de Financial Times. © Financial Times.