De nulrisico-fout

Stel dat u Russische roulette moet spelen. De cilinder van uw revolver kan zes patronen herbergen. U draait de cilinder als een rad van avontuur, houdt de revolver tegen uw slaap en haalt de trekker over. Eerste vraag: als u weet dat er vier patronen in de cilinder zitten, hoeveel bent u bereid te betalen om er twee uit te mogen halen? Tweede vraag: als u weet dat er maar één patroon in de revolver zit, hoeveel geld zou het u waard zijn om die ene patroon te mogen verwijderen?

Voor de meeste mensen is het een duidelijke zaak: ze zijn bereid in het tweede geval meer te betalen omdat dan het risico te sterven naar nul daalt. Zuiver rekenkundig gezien is het weinig zinvol, want in het eerste geval reduceert u de waarschijnlijkheid te sterven met tweezesde, in het tweede geval met slechts eenzesde. Het eerste geval moet u dus dubbel zoveel waard zijn. Maar iets drijft ons ertoe het ‘nulrisico’ belangrijker te vinden.

Mensen kunnen niet goed verschil maken tussen verschillende risico’s. Hoe ernstiger het gevaar en hoe emotioneler het onderwerp (radioactiviteit bijvoorbeeld), hoe minder het terugbrengen van een risico ons geruststelt. Twee onderzoekers van de universiteit van Chicago hebben aangetoond dat mensen altijd even bang waren voor een vervuiling met giftige chemicaliën, of het risico nu 99 procent of 1 procent was. Kennelijk is alleen het nulrisico ons iets waard. We worden erdoor aangetrokken als muggen door het licht en we zijn vaak bereid om overmatig veel geld uit te geven om een miniem restje risico volkomen uit de wereld te helpen. In bijna alle gevallen zou dat geld beter geïnvesteerd kunnen worden om een veel grotere reductie van een ander risico tot stand te brengen. Die beslissingsfout noemen we de zero-risk bias (de nulrisico-fout).

Het klassieke voorbeeld van deze beslissingsfout is de Amerikaanse levensmiddelenwet van 1958. Die verbiedt levensmiddelen die kankerverwekkende stoffen bevatten. Dat totale verbod (nul risico) lijkt in eerste instantie uitstekend, maar het leidde ertoe dat niet-kankerverwekkende, maar nog gevaarlijkere voedseltoevoegingen werden gebruikt. Het is ook onzinnig, omdat we al sinds Paracelsus, dus sinds de zestiende eeuw, weten dat gif altijd een kwestie van dosering is.

In het verkeer is het nulrisico alleen te bereiken als we de snelheidslimiet tot nul kilometer per uur terugbrengen. Hier nemen we – heel verstandig – een statistisch duidelijk vast te stellen aantal doden per jaar op de koop toe.

Stel dat u staatshoofd bent en het risico van een terreuraanslag wilt afwenden. U zou op iedere burger een spion moeten zetten – en op elke spion ook weer een spion. Binnen de kortste keren zou 90 procent van de bevolking bewaker zijn. We weten dat zulke samenlevingen geen overlevingskansen hebben.

Conclusie: laat het idee van het nulrisico varen. Leer te leven met het besef dat niets zeker is – uw spaargeld, uw gezondheid, uw huwelijk, uw vriendschappen, uw vijandschappen, uw land, niets van dat al. En troost u met de gedachte dat er toch iets overblijft wat tamelijk stabiel is, namelijk uw eigen geluk. Onderzoeken hebben aangetoond dat het winnen van miljoenen in de lotto op lange termijn niets aan uw tevredenheid verandert. Gelukkige mensen blijven gelukkig, om het even wat hun overkomt, en ongelukkige ongelukkig.

De Zwitser Rolf Dobelli schreef het boek De kunst van het heldere denken. 52 denkfouten die u beter aan anderen kunt overlaten.