De leraar moet weer beter worden

Het Nederlands onderwijs presteert onvoldoende. PvdA en VVD hebben afwijkende ideeën voor verbetering.

Wat is het probleem?

Het Nederlandse onderwijs doet het goed in internationale lijstjes. Maar de afgelopen jaren is een neerwaartse trend zichtbaar. Wat taal en rekenen betreft verliezen Nederlandse kinderen terrein op leerlingen uit andere ‘toplanden’. Kinderen in Scandinavië en Zuidoost-Azië doen het beter.

Hoe is het ontstaan?

De door ‘Den Haag’ gedreven onderwijsvernieuwingen van de afgelopen decennia – de basisvorming, het studiehuis en de tweede fase, het nieuwe leren – waren niet onverdeeld succesvol. De commissie-Dijsselbloem concludeerde in 2008 dat de politiek haar zin doordreef en te weinig luisterde naar bezwaren van leraren, ouders en leerlingen.

De leraar is op veel scholen begeleider van het leerproces geworden, niet iemand die kennis overdraagt. Ook bij de lerarenopleiding maakte kennisoverdracht plaats voor het aanleren van pedagogische vaardigheden en de persoonlijke ontwikkeling van de jonge docent.

Daaraan is inmiddels een eind gemaakt. Aan vooral het taal- en rekenniveau van aanstaande onderwijzers in het basisonderwijs worden strengere eisen gesteld. Maar toch: volgens de onderwijsinspectie presteert één op de acht leraren in het basisonderwijs onvoldoende en in het voortgezet onderwijs één op de vijf.

Om het beroep van leraar te kunnen laten concurreren met andere professies, en zo betere docenten aan te trekken, trok het kabinet-Balkenende IV een miljard euro uit voor hogere salarissen. Inmiddels staan leraren alweer twee jaar op de nullijn. Dat maakt het werk voor hoogopgeleide docenten minder interessant.

Wat wil de VVD?

Om het onderwijs te verbeteren, is niet altijd extra geld of nieuwe regelgeving nodig, vindt de VVD. „Het is vooral zaak om de zwak presterende scholen en leraren aan te spreken en te stimuleren”, staat in het verkiezingsprogramma. De VVD stelt voor dat leraren zich structureel bijscholen, dat schoolleiders een professioneel personeelsbeleid voeren (inclusief functioneringsgesprekken) en dat goed functionerende leraren een prestatiebeloning kunnen krijgen. Wie het niet goed doet, hoort niet in het onderwijs thuis. De lerarenopleiding dient verder te worden verbeterd, met extra aandacht voor rekenen en taal.

Wat wil de PvdA?

Ook de PvdA gelooft dat goed onderwijs staat of valt bij de kwaliteit van de leraar voor de klas. De nullijn moet van tafel, vindt de partij. „Als we goede leraren willen, moeten we daar gewoon voor betalen.” Prestatiebeloning moet niet worden ingevoerd, omdat dit leidt tot een „bonuscultuur” in het onderwijs. Het aantal onbevoegde leraren voor de klas wordt teruggedrongen. Leraren en schoolleiders volgen verplichte bij- en nascholing.