‘ De docent keert zich af van Den Haag’

Krap geld in het onderwijs? Geef dan voorrang aan bijscholing van leraren en digitalisering, zegt schooldirecteur Bun.

Karel Bun: „Leerkrachten koersen niet op prestatiebeloning.”
Karel Bun: „Leerkrachten koersen niet op prestatiebeloning.” Foto NRC Handelsblad, Rien Zilvold

Wat is de definitie van een goede leraar? Karel Bun, directeur van de Scholengroep Zuid-West in Den Haag: „Eigenlijk is het eenvoudig. Een goede leraar is iemand die in staat is zijn leerlingen op te leiden tot het diploma dat het best bij hen past.”

Drie van de vier scholen waaraan Bun leiding geeft, vmbo, havo en vwo, liggen in een ‘moeilijke’ buurt. Op het Terra College werd in 2004 een conrector doodgeschoten door een leerling. De vmbo-school is inmiddels van naam veranderd en het merendeel van het personeel dat er toen werkte, werkt nu elders of is gepensioneerd. Bun: „We hebben hier nu een veilige omgeving gecreëerd, met duidelijke regels. De scholengroep behoort nu tot de beste in de regio.”

De leraren van de Scholengroep Zuid-West zijn „buitengewoon betrokken”, zegt Bun. „We hebben zo langzamerhand een team van goed niveau samengesteld. Dat moet ook, want we willen niet alleen tot de beste behoren. We willen de beste school van de regio zijn.”

Om dat te bereiken, voert Bun een strikt personeelsbeleid. Aan het eind van ieder jaar vullen de leerlingen enquêtes in over het functioneren van hun leraren. „Daar zijn ze heel netjes en eerlijk in. In tegenstelling tot leraren onderling. Docenten hebben de neiging elkaar te ontzien.”

Bun en zijn leidinggevenden voeren ook jaarlijks functionerings- en beoordelingsgesprekken. Die zijn niet vrijblijvend. De afgelopen vijf jaar ontsloeg hij drie leraren omdat ze niet genoeg verbeterden. „Maar meestal is dat niet nodig. Mensen gaan uit zichzelf weg als blijkt dat ze ergens niet op hun plaats zijn.”

Wie zich onderscheidt, kan een beloning krijgen, zegt Bun. „Niet uitzonderlijk veel hoor, een maandsalaris. We doen dat mondjesmaat. En ik merk ook dat medewerkers er niet op koersen. Ze vinden het prettig, maar halen hun voldoening toch meer uit andere zaken.”

Bun staat niet afwijzend ten opzichte van het VVD-plan prestatiebeloning voor de beste leraren in te voeren. Voor ruzie in de docentenkamer, waarvoor vakbonden vrezen, is hij niet bang. „Daar heb ik in ieder geval niets van gemerkt waneer bij ons iemand een bonus kreeg. De hele trend om docenten steeds meer af te rekenen op prestaties, wordt vrij lethargisch ondergaan.”

De gemiddelde docent heeft zich van de overheid afgekeerd, zegt Bun. Na alle veranderingen van de afgelopen jaren verwachten leraren nog maar weinig goeds van politiek Den Haag. „Docenten zijn beleidsmoe.” De salarissen, die al twee jaar op de nullijn staan, hebben de stemming niet verbeterd.

Maar, zegt Bun, gezien de beperkte financiële ruimte in de komende jaren heeft invoering van prestatiebeloning en opheffing van de nullijn geen prioriteit als het gaat om het verbeteren van het onderwijs in Nederland. „Het nieuwe kabinet moet extra geld uittrekken voor de bijscholing van leraren en voor de digitalisering van het onderwijs. Dat wordt de komende jaren heel belangrijk.”

Docenten moeten niet alleen met tabletcomputers leren omgaan, ze moeten ook nieuw lesmateriaal ontwikkelen, zegt Bun. „Dat kunnen ze lang niet allemaal. Wij hebben als school de afgelopen vijf jaar twee ton per jaar geïnvesteerd. Daarmee hebben we een goed begin gemaakt, maar het is niet voldoende als je al het onderwijs op deze manier wilt moderniseren.”

Er moet genoeg geld beschikbaar komen voor de educatie van leraren, zegt Bun. „Zodat het niet even tussendoor moet, naast de wekelijkse 28 uur les en alle voorbereidingen. Een leraar moet vervangen kunnen worden, zodat hij een goed scholingsprogramma kan volgen. Daar heeft die leraar het meest aan, en uiteindelijk ook de samenleving. Dat is een investering die zich zeker uitbetaalt.”