China en Japan delen een gemeenschappelijke vijand

Het gekibbel over een paar verafgelegen eilanden heeft een Chinese reactie tegen Japanse merken teweeggebracht. Maar de groeivertraging van de Chinese economie heeft een nog grotere invloed op de Japanse export. En hoewel China de Verenigde Staten is voorbijgestreefd als de grootste afzetmarkt van Japan, hebben beide landen een gemeenschappelijke economische vijand in de vorm van de kelderende vraag uit Europa.

De inzinking van de Japanse export in september lijkt een rechtstreeks gevolg van de gewelddadige anti-Japanse demonstraties een maand geleden rond een groep betwiste eilandjes in de Oost-Chinese Zee. Nadat de showrooms van Japanse autodealers in brand waren gestoken en een menigte in Xi’an een ongelukkige eigenaar van een Toyota Corolla had aangevallen, zijn de verkopen van Japanse auto’s ingestort. Eerder deze maand zei Toyota dat de omzet in China ten opzichte van dezelfde maand een jaar geleden was gehalveerd. Dat is in lijn met de daling van 10 procent van de totale Japanse export en een daling van 14 procent van de export naar China.

Maar de protesten zijn in werkelijkheid een symptoom van de diepere economische problemen van China – een scherpe inzinking van de binnenlandse vraag in combinatie met de slappe vraag naar zijn eigen exportproducten. Door de economische druk wordt het ‘publieke lontje’ korter, en nationalisme is een verleidelijke manier voor politici om de schuld af te wentelen. De Japanse exporten naar China dalen al sinds eind vorig jaar – dit jaar zijn ze tot nu toe 10 procent gedaald, en 12 procent in het derde kwartaal.

China is de grootste exportmarkt van Japan. In 2006 werd de export naar de Europese Unie ingehaald en in 2009 die naar de Verenigde Staten. En hoewel het land steeds meer Japanse goederen afneemt, bestaat het grootste deel van zijn importen uit het zware industriële materieel dat nodig is om de producten te vervaardigen die Japan vroeger maakte. Het enige lichtpuntje voor beide landen is het trage herstel van de Amerikaanse vraag. De Japanse exporten naar de Verenigde Staten zijn in het derde kwartaal met 5 procent toegenomen; die van China met 3 procent.

Als er al een woord is dat tot uitdrukking brengt wat de Japanse exporten werkelijk parten speelt, is dat noch Diaoyu noch Senkaku (respectievelijk de Chinese en de Japanse benaming voor de betwiste eilanden), maar Europa. De Japanse exporten naar de Europese Unie zijn in het derde kwartaal met 23 procent gedaald, de scherpste val sinds 2009. De Chinese exporten naar dezelfde bestemming liepen in dezelfde periode met 40 procent terug, de grootse daling sinds op z’n minst 1990. Als het op exporten aankomt, delen China en Japan dus een gemeenschappelijke vijand.

Breakingviews is een dagelijks commentaar vanuit The City in Londen. Vertaling door Menno Grootveld.