'Armstrong is geen boef'

Dopingdeskundige Harm Kuipers (64) stoort zich aan de publieke veroordeling van Lance Armstrong. „Er is geen bewijs dat hij daadwerkelijk epo heeft gebruikt.”

Redacteur Sport

Meerssen. Vertel Harm Kuipers wat van doping; hij heeft er bijna zijn gehele wetenschappelijke leven mee van doen gehad. Vertel Harm Kuipers wat van kanker; hij heeft er de effecten van ondervonden sinds in een tijdsbestek van tweeënhalf jaar bij hem achtereenvolgens prostaat- en slokdarmkanker is vastgesteld. Misschien dat de (bijna) emeritus hoogleraar Sport, Beweging en Gezondheid aan de Universiteit Maastricht daarom zo veel begrip heeft voor Lance Armstrong. „Hij had clean ook zeven keer de Tour de France kunnen winnen.”

De man voor wie doping gesneden koek is, doet niet mee aan de publieke verontwaardiging na de onthullingen over Armstrongs dopegebruik. Integendeel, bewegingswetenschapper en voormalig Nederlands schaatskampioen Kuipers spreekt ook nu nog openlijk zijn bewondering uit voor de voormalige Amerikaanse wielrenner. „Als je zijn boek leest is Armstrong, nadat hij teelbalkanker kreeg, door een hel gegaan. Hij heeft een enorme wilskracht getoond door terug te knokken. Ik heb ook chemokuren gehad, maar mijn conditie wil maar niet op het oude niveau terugkomen.”

Medisch gezien had Armstrong geluk; hij is genezen van kanker. Medisch gezien heeft Kuipers pech; bij hem is er sprake van twee kwaadaardige vormen van kanker. Een operatie, bestralingen, chemokuren en hormoonbehandelingen ten spijt is zijn levensverwachting beperkt.

Dat perspectief weerhoudt hem niet van een genotvol leven. En hij blijft geïnteresseerd in de wereld om hem heen, zeker als het om doping gaat. Kuipers heeft als wetenschapper ooit onderzoek gedaan naar de werking van amfetamine op sportprestaties, had zitting in de commissie van het wereldantidopingagentschap WADA die jaarlijks de dopinglijst samenstelt en is nog steeds lid van de medische commissie van de internationale schaatsbond ISU. In die laatste rol was hij rechtstreeks betrokken bij de primeur van de Duitse schaatsster Claudia Pechstein, die als eerste sporter op basis van schommelingen van haar bloedwaarden werd geschorst.

Na openbaarmaking van de onderzoeksresultaten over het dopegebruik van Armstrong las Kuipers met bovengemiddelde interesse het rapport van de Amerikaanse dopingautoriteit Usada. Om tot de conclusie te komen dat de bewijsvoering „niet erg overtuigend is”. Kuipers: „De verklaringen van zijn ploeggenoten zijn vooral gebaseerd op aannames. Armstrong zou vaak uit een thermoskan hebben gedronken waarin epo werd bewaard. Als hij zichzelf injecteerde, zou dat met epo zijn geweest. Maar nergens het bewijs dat het daadwerkelijk epo betrof. Van dergelijke veronderstellingen en interpretaties hangt het rapport aan elkaar. Ik geloof er niks van dat hij de boef is voor wie hij nu wordt gehouden.”

Als Armstrong al tot het geboefte behoort, kent hij veel partners in crime. Aan dat aspect wordt volgens Kuipers wel heel gemakkelijk voorbij gegaan. Omdat vrijwel iedere profwielrenner indertijd gebruikte, was er sprake van een gelijk speelveld, zegt Kuipers. „We praten over de periode 1997-2005. Zeker in die begintijd waren de wielrenners ervan overtuigd dat je moest meedoen aan doping om sowieso in het peloton mee te kunnen komen. Hij zou ploeggenoten hebben gedwongen tot deelname aan zijn systeem? Dan zeg ik: ben je een vent die zelf ook nadenkt?”

Kuipers ziet Armstrong niet als een kwade genius achter een verderfelijk systeem, maar vooral als een sterke persoonlijkheid met een enorm sterke wil om te winnen. „Ik geloof best dat hij epo heeft gebruikt, maar dan nog. De werking ervan moet niet worden overschat; het is geen wondermiddel. Zowel epo als een bloedtransfusie kan voor een paar procent meer vermogen zorgen, net dat beetje extra om in een finale iets harder bergop te kunnen rijden. Maar doping maakt van een Lelijke Eend echt geen Ferrari.”

Over de rol van de Italiaanse dokter Michele Ferrari is Kuipers uitgesproken kritisch. De man die Armstrong begeleidde, mag verstand hebben van trainingsleer, minder van doping. Kuipers: „In het rapport wordt Ferrari gepositioneerd als iemand met kennis van dopingzaken. Nu, dat valt erg tegen als je ziet welke middelen hij verstrekte. Corticosteroïden, testosteron, groeihormonen en insuline zijn niet prestatiebevorderend. Die middelen reken ik tot de kwakzalverij. Hoe dat kan? Omdat artsen zich gedragen als wetenschappers. Ze hebben een artsdiploma en denken op basis daarvan het spel te kunnen meespelen. Maar het is niet wat ik noem evidence based medicine.”

Bij een analyse van Armstrongs bloedwaarden moet Kuipers vaststellen dat de Amerikaan geen excessief gebruiker was. „Zijn bloedwaarden laten juist een stabiel patroon zien. In tegenstelling tot die van bijvoorbeeld zijn oud-ploeggenoot Tyler Hamilton. Die schoten alle kanten op. In diens geval was doping evident. Ook opvallend: een hematrocrietwaarde [volume rode bloedcellen] van boven de 45 heb ik bij Armstrong niet gezien. Dat zou je niet verwachten van een sporter die volgens het Usada-rapport zo actief dope heeft gebruikt.”

Samenvattend komt Kuipers tot de vaststelling dat Armstrong ook zonder doping de Tour de France had kunnen winnen. „Hij had er waarschijnlijk iets meer voor moeten vechten. Voor mij blijft Armstrong de grote sportman die topprestaties heeft geleverd.”

Aangenomen dat Armstrong en zijn teamgenoten bij hun toenmalige ploeg US Postal grootgebruikers waren, hoe verklaart Kuipers dan dat er vrijwel niemand is betrapt? Simpel, door de controleurs om de tuin te leiden. Daar zijn genoeg trucjes voor. En Kuipers kent ze. Bijvoorbeeld door online op de valreep je verblijfplaats te wijzigen in de whereabouts, waardoor een dopingcontroleur die bij je thuis zou komen, zijn reis moet afblazen. Of door een beetje waspoeder in je zak te stoppen, daarvan iets aan je hand te doen en tijdens de dopingcontrole over je vingers te plassen. Waspoeder breekt eiwit af, waardoor het eiwithormoon epo niet meer traceerbaar is.

Begrijp Kuipers goed, hij is tegen doping. Maar om de zaak zeven jaar na zijn laatste Tourzege op te rakelen, vindt hij zinloos. Kuipers: „Ik ben voorstander van een generaal pardon. Leer van het verleden en verbeter het controlesysteem. We hebben nu met het biologische paspoort een krachtig wapen in handen, zeker als daarin straks ook het hormoonschema van een sporter wordt opgenomen. Accepteer dat Armstrong cum suis de controleurs destijds te slim zijn af geweest. Wat win je ermee door hem nu aan de schandpaal te nagelen? We weten nu toch ook dat alle DDR-medailles met doping zijn gewonnen? Op een goed moment moet je een zaak laten rusten. Waar hebben we het over? Laten we ons op de toekomst richten.”

De toekomst, het klinkt ambivalent uit de mond van een kankerpatiënt. Maar Kuipers gaat niet bij de pakken neerzitten. Hij draagt zijn lot waardig, nuchter en relativerend. „Ik heb het een plek gegeven. In het begin had ik er moeite mee, maar blijven treuren heeft geen zin. Ik proost ook nog altijd. Niet op mijn gezondheid, maar op de goede dingen van het leven. Die gelden altijd.”