Een kijkje in het Pussy Riot-strafkamp

De Russische feministische leden van de punk-rock band Pussy Riot Jekaterina Samoetsevitsj (L), Maria Aljochina (M) en Nadezjda Tolokonnikova (R) bij de rechtbank.
De Russische feministische leden van de punk-rock band Pussy Riot Jekaterina Samoetsevitsj (L), Maria Aljochina (M) en Nadezjda Tolokonnikova (R) bij de rechtbank. Foto ANP / Maxim Shipenkov

Nadezjda Tolokonnikova en Maria Aljochina van Pussy Riot zijn zaterdag naar strafkolonies overgebracht, heeft de echtgenoot van Tolokonnikova vandaag bevestigd. Naar welke kolonies precies, dat hebben de gevangenisautoriteiten niet gemeld. Het vermoeden is dat Tolokonnikova in een vrouwenkolonie in Mordovië zit, vierhonderd kilometer onder Moskou en Aljochina in Perm, ruim elfhonderd kilometer naar het oosten.

Honderd per barak en weinig buiten-wc’s

Duizend vrouwen in dezelfde grauwe hoofddoekjes en gewatteerde jassen, honderd vrouwen per barak. Voor hen een stuk of vijftien buiten-wc’s.

“Ze moeten goed opletten, netjes zijn en vooral proberen om met iedereen in het kamp een gemeenschappelijke taal te vinden”, luidt het telefonisch advies van Svetlana Bachmina (43) aan de nieuwe kampbewoners. De juriste uit Moskou bracht zelf ruim twee jaar door in kolonie FKU-IK-14, tot 2008. Ze werd veroordeeld voor verduistering bij oliebedrijf Yukos, net als oprichter Michail Chodorkovski en zijn zakenpartner Platon Lebedev. Zij zitten al jaren in strafkolonies in het hoge noordwesten.

Geen pretpark, maar ook geen Goelagkamp

Russische strafkolonies zijn geen pretparken, maar ook geen Goelagkampen. Hoeveel kritiek er naar Europese maatstaven ook te geven is op de rechtszaak en de veroordeling van de leden van Pussy Riot en op het griezelige feit dat hun familie en hun advocaat nu moeten gissen waar ze beland zijn: ze zijn niet ‘s nachts door de geheime politie uit hun bed gelicht en tewerkgesteld in eeuwige sneeuw. In de kampen van Stalin werden honderdduizenden gevangenen gebruikt als machine, totdat ze erbij neervielen. Opgebruikt. Die praktijk bestaat al een halve eeuw niet meer.

Hoe het er in de Goelag aan toe ging:

Maar het regime in IK-14 is nog altijd niet zachtaardig: opstaan om zes uur, ochtendgymnastiek tot zeven uur (altijd buiten), ontbijt, om half acht naar de naaifabriek, om één uur naar de mensa, dan weer werkkleding naaien tot vier of vijf uur ‘s avonds. Om zes uur ‘s avonds inspectie, vervolgens avondeten en om tien uur naar bed. De soepen en pappen die de gevangen eten, geven genoeg energie om in het naaiatelier te kunnen werken, niet veel meer dan dat, ook niet minder. Het grootste probleem is tuberculose.

Veel vrouwen weten niet wat ze met ‘vrije’ tijd aan moeten. In het weekend ontstaan er vaak opstootjes, aldus Bachmina. Voor gevangenen met zelfdiscipline is dit het moment om een eigen stempel op het leven te drukken. Bachmina hielp kampgenoten met haar juridische kennis. Chodorkovski schreef een boek.

In het kamp mag je vier keer per jaar drie dagen samen zijn met partner of gezin. Bachmina, telefonisch: “Er is een speciaal gebouwtje, met een kamer van acht vierkante meter waarin twee bedden en een tafel staan. Er is een keukentje. De ene deur komt uit op het kamp, de andere deur op de buitenwereld. Aan die kant komt de familie binnen. Dan gaat de deur op slot.” De vrouwen die na de drie dagen uit het gebouwtje komen, zijn vaak een paar dagen heel depressief, vertelt de juriste.

Kunnen ze ergens tot rust komen?

Sinds enkele jaren staat er in het vrouwenkamp een houten kerkje. Bachmina kwam er graag om zich even af te zonderen van de massa. Het is de vraag of de leden van Pussy Riot daar tot rust komen. Misschien kunnen zij beter doen wat de wegens terroristische voorbereidingen veroordeelde politicus-schrijver Edoeard Limonov deed tijdens zijn verblijf in kamp-13 in Saratov: mediteren. Niet dagdromen, je lot accepteren. Of je nou moet marcheren, het aquarium van de kampdirectie poetsen of een andere zinloze strafbezigheid uitvoeren: ga er helemaal in op, is het devies van Limonov. Het verlicht het verblijf.

Nadezjda Tolokonnikova en Maria Aljochina zullen op zichzelf aangewezen zijn. Bachmina:

“Het ergste is de massaliteit, steeds al die vrouwen in dezelfde lompen met gezichten waar alleen nog uitzichtloosheid en weerloosheid vanaf straalt. Maar er komt een moment dat ze hun familie weer zien. Ze moeten zichzelf in acht nemen, hun gezondheid, omdat het leven daarna weer doorgaat.”

Het volledige stuk van Thalia Verkade is morgen te lezen in nrc.next.