Curaçao kiest opnieuw coalitie die tot twee jaar chaos leidde

Ze kunnen niet met, en niet zonder elkaar. Op Curaçao lijken de partijen van Gerrit Schotte en Helmin Wiels tot elkaar veroordeeld.

Gerrit Schotte (links) en Helmin Wiels vieren de verkiezingsoverwinning van hun partijen. Foto ANP

De coalitie die op Curaçao de afgelopen twee jaar van schandaal naar schandaal struikelde, heeft de verkiezingen gewonnen. De drie partijen die onder leiding van Gerrit Schotte regeerden, hebben opnieuw een meerderheid in het parlement, en de oppositie is verdeeld. De grote verrassing van de verkiezingen op Curaçao afgelopen vrijdag is dat er geen verrassingen zijn. De uitslag is bijna hetzelfde als twee jaar geleden.

Toch kunnen de minieme verschuivingen die hebben plaatsgevonden van grote betekenis zijn. Het is namelijk niet de partij van ex-premier Schotte die de meeste stemmen kreeg, maar de onafhankelijkheidspartij van Helmin Wiels. Hij haalde met de door hem opgerichte Pueblo Soberano (Soeverein Volk) net zoveel zetels als Schotte. Door een verschil van ruim duizend stemmen, bijna 1,5 procent van het totaal, is hij nu aan zet. De relatie tussen de twee partijleiders is allesbehalve soepel, maar ze lijken tot elkaar veroordeeld.

Het voornaamste doel van de door Wiels opgerichte links-nationalistische partij is totale onafhankelijkheid van Nederland. Hij wil uit het koninkrijk stappen om af te zijn van de bemoeienis van de „kolonisator”, die Curaçao afgelopen zomer onder curatele plaatste wegens het oplopende begrotingstekort. Daarnaast lijkt het zijn streven iedereen die dat plan in de weg staat tot op het bot te beledigen. Politieke tegenstanders, journalisten, vrouwen, de katholieke kerk en makamba’s (Nederlanders) zijn geregeld doelwit van zijn tirades. Zo schold Wiels staatssecretaris Ank Bijleveld (CDA) uit voor „ordinair viswijf” en noemde hij de Antilliaanse premier Emily de Jongh-Elhage (van Libanese afkomst) „de huisneger van Nederland”.

Wiels wordt wel de Wilders van Curaçao genoemd. Om zijn taalgebruik, en om zijn filosofie dat wie zich niet aanpast aan de cultuur van het eiland en de taal leert, maar moet oprotten naar zijn eigen land. Zijn achterban is de onderklasse die niet profiteert van de toeristische ontwikkeling van het eiland en immigranten uit de regio de banen ziet inpikken.

Helmin Wiels (53) heeft altijd gezegd geen minister of premier te willen worden. Hij wil in het parlement blijven. „Dat is machtiger dan een minister-president, dus waarom zou ik mij tot die positie verlagen”, zei hij dit weekend opnieuw. Liever ook blijft hij kritiek leveren op de radio. Hij heeft al negen jaar een eigen programma: een dagelijkse uitlaatklep en permanent campagnepodium. Als premier zou van hem verwacht worden dat hij de mensen die hij haat de hand schudt en zijn taal kuist. Dat is hij niet van plan. Als mogelijke premiers worden oud-parlementsvoorzitter Ivar Asjes en ex-minister van Justitie Elmer Wilsoe genoemd.

Wiels is de zoon van een politieagent en was, voor hij de politiek inging, dertig jaar maatschappelijk werker. Hij bestuurt zijn partij met harde hand. In de amper twee jaar dat de vorige coalitie zat, stuurde Wiels vier van zijn eigen ministers weg. Een van hen had het gewaagd op dienstreis ook het businessclassticket van haar man te declareren.

Het heeft Wiels gestoken dat vrijwel alle ministers van Schottes partij als niet integer bekendstaan. Schotte zelf zou nauwe banden met de maffia hebben. In een eventuele nieuwe coalitie moeten dan ook „harde, strengere regels” gelden, zegt Wiels. Hij wil „geen gerotzooi.”

De coalitie van Schotte en Wiels viel echter niet door dubieuze contacten, maar doordat parlementariërs hun steun introkken. Onder meer, aldus een van hen, wegens „de constante polarisatie door één der coalitiepartijen”. Lees: het geschreeuw van Helmin Wiels.

Wiels en Schotte zouden kunnen proberen een coalitie te vormen zonder elkaar. Maar samen leefden ze de afgelopen maanden op voet van oorlog met de oppositie. En het is toch hun coalitie die heeft gewonnen.

    • Emilie van Outeren