Armstrong is Tourzeges kwijt: ‘slechtste journalist van de wereld’ krijgt gelijk

Archieffoto van Armstrong uit de Tour de France van 2003. Foto AFP / Joel Saget

Ook de UCI is nu overtuigd: Lance Armstrong moet zijn zeven Tourtitels inleveren en wordt voor het leven geschorst. NRC-redacteur Rob Schoof interviewde de Ierse wielerjournalist David Walsh, die als een van de weinigen al jaren over het vermeende dopinggebruik van Armstrong schreef.

Eigenlijk was er maar één detail dat David Walsh nog schokte toen hij het Usada-rapport las over de wonderlijke wielerwereld van Lance Armstrong. De rest van het verhaal had hij jaren geleden al opgeschreven. Maar dat Armstrong eind jaren negentig zijn toenmalige vrouw Kristin pillen liet uitdelen onder de renners, dat was nieuw voor hem. “Ik had gedacht dat, net als bij de maffia, de boss zijn vrouw buiten de vuile zaakjes zou houden. Maar niet in het wielrennen.”

David Walsh (57) is een druk bezet man. Iedereen wil de Ierse sportjournalist van de Engelse Sunday Times spreken sinds Armstrongs ballon uiteenspatte. Aangespoord door diens opmerkelijke eerste Tourzege, in 1999, spitte hij de zaak jarenlang uit. Verketterd werd hij door Armstrong, bedreigd en aangeklaagd, beschimpt door woedende lezers, gemeden door collega’s in de Tour.

Maar Walsh had al die jaren gelijk. “Mensen zeggen nu: je zult je wel gesterkt voelen dat je in het gelijk bent gesteld. Maar zo voelt dat niet. Ik heb nooit anderen nodig gehad voor de bevestiging dat Armstrong doping gebruikte. Ik heb nooit getwijfeld”, zegt hij telefonisch vanuit Londen. Geen spoor van triomfantelijkheid:

“Elke vraag die ik vanaf 1999 heb gesteld bevestigde mij alleen maar dat hij doping gebruikte. Ik heb van hem nooit een antwoord gekregen waarvan ik dacht: misschien is hij onschuldig.”

Alarmbellen gingen bij Walsh in 1999 al rinkelen

Toen Armstrong hem tijdens een persconferentie in de Tour eens “de slechtste journalist ter wereld” noemde, wist de Ier dat hij beet had. “Ik dacht: dichter dan dit kom je als journalist niet bij een Oscar.”

De alarmbellen gingen rinkelen dankzij een jonge Franse renner, Christophe Bassons, in de Tour de France van 1999, waarin Armstrong terugkeerde nadat hij was genezen van kanker. Het was het jaar na de ‘Tour de Farce’ van ’98, bekend geworden om zijn dopingschandalen en politie-invallen. Bassons schreef tijdens die eerste ‘schone’ Tour in le Parisien dat de toprenners, ondanks alle beweringen, gewoon doorreden met doping. Het kwam hem in de etappe naar Alpe d’Huez op een geweldige tirade van Armstrong te staan. De druk vanuit het peloton werd vervolgens zo groot dat Bassons knapte, en afstapte.

Walsh vertelt:

“Die reactie van Armstrong zette alles in gang. Ik kende het verhaal van Bassons, een heel sterke rijder. Hij had overwogen doping te gebruiken, maar zijn verloofde had gezegd: als je dat doet, trouw ik niet met je. Iedereen kon weten dat Bassons ‘schoon’ was. Ik zat dus met een doodeenvoudige vraag aan Armstrong, die elke journalist had moeten stellen: als je een ‘schone’ renner bent, is Bassons dan je vijand? Natuurlijk niet.”

Archieffoto van Armstrong in de Tour van 2004. Foto AFP / Joel SagetArchieffoto van Armstrong in de Tour van 2004. Foto AFP / Joel Saget

Walsh had geen bewijzen, maar voelde aan alle kanten dat Armstrongs weergaloze comeback in de Tour van 1999 niet klopte. Op de dag dat Armstrong zijn eerste Tour won, schreef Walsh in de Times dat hij niet wist of die prestatie wel applaus verdiende. Walsh:

“Er waren tal van redenen om Armstrong te wantrouwen. Voordat hij kanker kreeg was zijn beste prestatie in de Tour een 36ste plaats geweest. Hij kon nooit mee in bergetappes. Eddy Merckx, Bernard Hinault, Jacques Anquetil, mannen met vijf Tourzeges, wonnen allemaal de eerste Tour waaraan ze deelnamen. Armstrong komt in vier Tours niet eens in de buurt van het podium, krijgt kanker en is twee jaar weg uit de sport. Dan wint hij de Tour zeven keer, met tijden die veel sneller waren dan die van Merckx en Hinault. Kom op!”

Collega’s gingen Walsh mijden en wilden geen discussie

Toen hij vragen ging stellen aan Armstrong over doping kwam hij snel alleen te staan. “Er waren een paar Franse journalisten die hem ook niet geloofden, maar de meesten besloten dat dit een goed verhaal was voor het wielrennen. De Tour van 1998 was een ramp geweest.”

Walsh merkte dat veel journalisten hem gingen mijden:

“Sommigen keken de andere kant op als ik in de persruimte in hun richting liep. Ze wilden geen discussie over Armstrong. Ze wisten wat de uitkomst zou zijn. En ze waren bang voor zijn reactie als ze met mij werden gezien. In 2004 hebben drie collega’s mij zelfs uit de auto gezet omdat ze vreesden dat Armstrong anders niets tegen hen zou zeggen.”

Het werd Walsh snel duidelijk dat zijn artikelen insloegen in het kamp-Armstrong. “Zijn agent Bill Stapleton kwam in 2000 naar mij toe en zei: ‘Jij moet heel voorzichtig zijn, want als je dingen schrijft die ons niet aanstaan klagen we je aan.” Ik zei: “Bill, is dit een dreigement?’ Hij zei: “Ja. Maar als je een andere houding aanneemt zul je makkelijk toegang hebben tot Lance.’”

Een jaar later nodigde Stapleton hem uit voor een exclusief interview, in de buurt van Bordeaux:

“Ze dachten echt dat ik zó blij zou zijn dat ik al het andere zou vergeten. Ik zei tegen Armstrong: ‘Ik ga alleen vragen stellen over doping, al het andere interesseert me niet. Want voordat wij ooit over wielrennen kunnen praten wil ik weten: ben je clean of niet?’”

Walsh werd afgelopen zaterdag ook geïnterviewd door EénVandaag:

sitestat

Lezers Sunday Times niet blij met artikelen Walsh

Armstrong, zo hoorde Walsh naderhand, bleef ziedend achter na het interview – naar later bleek het laatste dat de twee hadden. Walsh beet zich vast in de zaak en vond wat hij zocht. Betsy Andreu, de vrouw van Armstrongs oud-ploeggenoot Frankie Andreu, en Emma O’Reilly, een opgestapte masseuse van de ploeg, brachten de feiten naar buiten.

De beschuldigingen aan het adres van Armstrong werden Walsh door veel lezers niet in dank afgenomen. “Elke keer als ik een artikel schreef kregen we weer boze reacties. Jullie zijn de enige krant die vragen stelt bij Armstrong, belachelijk, schreven mensen.” Eén lezer schreef dat Walsh leed aan de ergste vorm van kanker die er bestond, “kanker aan de geest”. Voor zijn krant was het “soms moeilijk”, zegt Walsh, zeker nadat Armstrongs advocaten gingen procederen. “Maar de krant heeft mij altijd gesteund.”

Walsh vroeg zich vaak af waarom zo weinig van zijn collega’s hem volgden in zijn journalistieke onderzoek. Want ook zij wisten ‘het’:

“Ik zal nooit vergeten dat Armstrong in 1999 de eerste bergetappe won, naar Sestrière. Briljant, maar compleet onwerkelijk. Tijdens het klimmen opende hij nauwelijks zijn mond, hij werd totaal niet moe. Het was zó krankzinnig dat veel journalisten erom moesten lachen. Iedereen wist dat er niets was veranderd, dat de toppers epo gebruikten. Maar twee weken later bejubelden ze hem als de nieuwe god.”

Volgens Walsh zwichtten velen onder druk van hun redacties. “Die zagen een prachtig verhaal: de man die kanker had overleefd en terugkeerde als Tourwinnaar. Bovendien verscholen de journalisten zich achter het ontbreken van bewijs.”

Argument van ‘geen bewijs’ geldt niet voor Walsh

Veel van zijn collega’s stelden geen vragen uit angst uit de gratie te vallen bij de Amerikaan. “Als je de zaak ging onderzoeken praatte Armstrong niet meer met je. Als ze zagen dat iemand met mij koffie dronk, kwam hij op de zwarte lijst. Voor [ploegleider] Johan Bruyneel was dat bijna een obsessie.”

Anderen vonden dat doping gewoon bij het wielrennen hoorde. Walsh citeerde in 1999 in zijn krant een niet bij name genoemde Nederlandse verslaggever: “Iedereen weet dat de renners in de Tour doping gebruiken. Als je dat niet accepteert moet je deze sport niet verslaan.”

Dat journalisten geen bewijzen hadden tegen Armstrong, vindt Walsh geen geldig excuus:

“Tegen hen zou ik zeggen: heb je contact gezocht met Betsy Andreu? Zij zou elke journalist ter wereld te woord staan, want zij wilde de waarheid naar buiten brengen. Als een journalist echt had willen spreken met Emma O’Reilly, was dat gelukt. Ze zei misschien ‘nee’ bij een telefoontje, maar er zijn meer manieren. Niemand heeft mij ooit gevraagd of ik kon helpen contact te leggen met haar. Bovendien: als Bassons uit de Tour wordt gegooid omdat hij zich uitspreekt tegen doping is dat geen bewijs, maar wel een dwingende reden om Armstrong te wantrouwen. En om zijn bullshit niet te accepteren. Iedereen wist hoe hij Bassons had behandeld. Er was genoeg om heel veel vragen te stellen.”

In dat opzicht faalde de sportjournalistiek, vindt Walsh:

“Journalistiek moet onderdeel uitmaken van het proces dat de sport beschermt tegen oplichters. Dat is niet gebeurd. Journalisten werden, net als de UCI, onderdeel van de cover-up. Weet je wat het grote probleem is in deze zaak? Journalisten, de UCI, Hein Verbruggen, Pat McQuaid, de sponsors, het interesseerde ze geen moer dat een kleine jongen als Bassons werd genaaid door de Lance Armstrongs van deze wereld omdat hij weigerde doping te gebruiken.”

Armstrong na het winnen van een Touretappe in 2004. Foto AFP / Patrick KovarikArmstrong na het winnen van een Touretappe in 2004. Foto AFP / Patrick Kovarik

‘Enthousiasme is wat veel sportjournalisten drijft’

Voor een deel heeft dat te maken met de aard van de sportjournalistiek, denkt Walsh, die sommige collega’s omschrijft als “cheerleaders” en “fans met een typemachine”. De meesten worden volgens hem sportjournalist omdat ze van sport houden en er graag over schrijven – niet omdat ze een goede journalist willen zijn. “Soms verblindt die liefde voor de sport. Ze willen niet cynisch worden, ze willen niet horen dat de held een oplichter is. Enthousiasme is wat veel sportjournalisten drijft. Dat willen ze niet kwijtraken.”

Dertien jaar na de eerste twijfels bij Walsh volgde dus de grote ontmaskering van Armstrong. Dat hij zich vooral op hem richtte had een reden:

“Hij was de kampioen, je begint bij de top. Ik had altijd een gevoel dat hij anders was. Ik denk dat veel andere renners de doping in gezogen zijn, hoewel ze het niet wilden. Vanaf dag één zei mijn gevoel dat Armstrong doping omarmde als een kans. Hij voelde dat hij het beter kon organiseren dan anderen, dat hij betere artsen kon krijgen, dat hij dit verder kon oprekken dan wie dan ook. Hij was geen volger in de dopingwereld, maar een leider.”

‘Niemand weet wie de echte kampioenen waren’

Walsh koketteert niet met de rol die hij speelde. Maar waar hij ook komt, ook weer tijdens de Spelen van Londen, altijd komen journalisten hem vertellen dat zij hem bewonderen om zijn vasthoudendheid:

“Als mijn kleinzoon eens vraagt, als ik tachtig ben en in een schommelstoel zit, of ik als journalist wel iets goed heb gedaan, zal ik zeggen: Lance Armstrong. Waarom? De waarheid was belangrijk. Wij steunden de mensen die de waarheid vertelden, mensen wier carrières werden geschaad. Zoals Bassons, Betsy Andreu en O’Reilly, de echte sterren in dit verhaal. Veel renners hebben door doping hun loopbaan verloren – en het recht om te weten hoe goed ze hadden kunnen zijn. Niemand weet wie de echte kampioenen waren.”

Dit interview werd afgelopen zaterdag gepubliceerd in NRC Handelsblad.