Dit is een artikel uit het NRC-archief De artikelen in het archief zijn met behulp van geautomatiseerde technieken voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.

Vluchtelingen

Terugkijken en -lezen: eerste aflevering van ‘Langs de grenzen van Turkije’ - Verblind door het reisdoel

'De grenzen van Turkije' in NRC Weekend.
'De grenzen van Turkije' in NRC Weekend. Foto AP

NRC Weekend en de VPRO brengen vanaf vandaag een vierdelige serie over de grenzen van Turkije, een reisverslag van onze correspondent Bram Vermeulen. De eerste uitzending was vanavond te zien op Nederland 2. Hier kun je de aflevering terugzien en het bijbehorende verhaal lezen.

In de eerste aflevering van Langs de grenzen van Turkije vertelt Vermeulen het verhaal van een Syrische vluchteling die de oorlog in zijn vaderland ontvluchtte, maar de dood tegenkwam op zijn reis naar Europa.

De uitzending:

En het bijbehorende verhaal, dat gisteren in NRC Weekend verscheen:

Aflevering 1: Griekenland. ‘Verblind door het reisdoel’

Thuis voor Omar (26) is de tuin rond zijn ouderlijk huis in Amuda, in het Koerdische oosten van Syrië, net over de grens bij Turkije. De geur van pijnbomen, van warme rijst met erwten en vijgen, zoals alleen zijn moeder maken kan. Thuis is de muziek van Eyes wide shut luid op de speakers, want hij houdt van Amerikaanse films, en de avondlange gesprekken met zijn oom op de veranda. Thuis is zoveel meer dan alleen dat huis in Amuda. Thuis is bayt, zoals de Arabieren zeggen, of malem in het Kurmanci, de taal van Koerden zoals hij.

Omar kon niet thuis blijven. Hij moest weg. Ik ontmoet hem in de Turkse kustplaats Izmir, een paar weken na het incident dat hem nu elke nacht wakker houdt. We hebben iets gemeen. Allebei reisden we de afgelopen maanden langs de grenzen van Turkije, de randen van de grote veranderingen in Europa en het Midden-Oosten.

Omar ging op de vlucht voor die veranderingen. Ik zocht die veranderingen beroepshalve op, langs de onrustige grenzen met Griekenland, Syrië, Irak, Cyprus. Wat gebeurt aan de grenzen van Turkije, bereikt onherroepelijk Europa, zoals blijkt uit de tocht die Omar maar net overleefde. Hij is kleinkind in het gezin van een van de rijkste katoenboeren in Amuda. Ze hadden het goed. Maar het leger van president Bashar Al-Assad zocht hem. Jonge Koerdische mannen als hij zijn opgeroepen te dienen in de krijgsmacht, die aan slagkracht verliest door massale desertie van anderen. Toen de groene oproepkaart van het leger in de bus viel, wist hij: ik moet gaan.

Omar vertrekt begin juni. Zijn bestemming: Zweden. In Zweden kun je goed studeren, heeft hij gehoord. Daar geven de mensen om elkaar. En hij houdt van sneeuw. Sneeuw bedekt alles wat vies is. Zweden kost 7.000 dollar. De prijzen zijn in heel Amuda bekend. Hij is opgegroeid met de smokkelaars die het regelen. Zoals Yuri, zoon van Halid Berki, beter bekend als de dokter. Een patjepeeër, die de hele avond alleen naar zijn eigen verhalen over auto’s en vrouwen luistert. “Een Marlon Brando. Zo gedraagt hij zich.”

Yuri regelt een paspoort waarmee Omar de grens met Turkije oversteekt. Dankzij de verbeterde relaties tussen Turkije en Syrië voor deze oorlog kunnen Syriërs zonder visa de grens oversteken. Sinds Turkije met meer dan 70 landen de visumplicht afschafte is het land een doorvoerhaven geworden voor migranten op weg naar Europa.

De reis gaat naar Istanbul, de migrantenwijk Aksaray. Twee dagen Istanbul, had Yuri beloofd. Het worden drie maanden. De groep groeit in die tijd zienderogen. 110 Syriërs, allemaal uit Koerdisch gebied, wachten verspreid over tien verschillende hotels op de oversteek. Het eten voor die tijd is inbegrepen in de reiskosten: meest water, brood en eieren. Yuri is onophoudelijk aan het bellen. Hij onderhandelt over prijzen, over de boot, over de hotels en de route. Half augustus besluiten ze de noordelijke grens van Turkije met Griekenland te vermijden. De Grieken bouwen er een hek en hebben extra agenten gestuurd naar de rivier de Evros om de stroom van tienduizenden vluchtelingen die hier ieder jaar oversteken, te stoppen. Europa moedigt de Arabische revoluties aan, maar wil niet haar vluchtelingen.

Yuri kiest voor Izmir, aan de Egeïsche zee. Riskanter, maar sneller. De boot zal ze vandaar naar Italië brengen, en dan zullen ze per auto naar Frankrijk worden gebracht. Vandaar gaat ieder zijn eigen weg. Ze vertrekken begin september. Dertig man per bus, in vier bussen zonder stoelen en zonder ramen. Ze kwartieren in in Basmane, een wijk van nauwe straatjes, goedkope hotels, sjacheraars en hoeren. Alles is hier ingericht voor de oversteek naar Europa. Winkels tegenover de vervallen pensions verkopen reddingsvesten en rubber boten. Hier kennen de smokkelaars de politie en de politie de smokkelaars. De grens houdt deze wijk in leven.

Hier slaat Omar in voor de oversteek. Een kleine tas vult hij met energiedrankjes, chocoladerepen. Met zijn iPhone neemt hij foto’s van de reisgenoten die hij in de voorgaande maanden zo goed heeft leren kennen. Hij bladert langs de foto’s. Daar heb je Omar Sheighy, zijn vrouw Susan en hun twee dochters. En daar, op de grond met hoofddoek: Salha, haar dochter Lava en zoon Ferhat, die nooit wilde slapen als de andere kinderen al naar bed waren. Dan valt hij even stil bij de foto van het meisje op de rode leren fauteuil, donkere ogen, zwart halflang haar. “Dit is Haylin. Ze was acht. Ik heb haar mijn e-mailadres gegeven voor vertrek. Ik heb haar gezegd: blijf bij mij. Ik zal je beschermen, voor altijd. Dat is wat ik haar beloofde.”

Ze vertrekken om tien uur ’s ochtends. Vier bussen brengen de hele groep naar een rotspunt tussen Izmir en het strand bij Kusadasi. Het is de enige heuvelrug op de kustweg waar een grote groep pijnbomen dichter op elkaar staan. Hier, aan het eind van het steile bergpad naar beneden, wachten ze tot de volgende ochtend vier uur. De stemming in de groep is bedrukt. “We horen niets, en we zien niets. Geen hand voor ogen. Iedereen is er van overtuigd dat de boot niet zal komen voor de politie ons vindt.”

De boot komt. Aan boord is kapitein Burhan Yildiz, die de boot bij een rederij in Pendik bij Istanbul heeft gehuurd. De boot is 12 meter lang, groot genoeg voor maximaal 50 mensen. Op de rotsen wacht een groep die twee maal zo groot is.

De kapitein heeft moeite met de rotsen. “Driemaal doet hij een poging om de boot bij de rotsen te krijgen. Driemaal botst hij de boot met een harde klap tegen de rotsen. Dan vaart hij weer vijftig meter de zee op en probeert hij het weer.” Na de derde poging gaat de boot voor anker. Vrouwen en kinderen gaan als eersten de boot op. Yuri sommeert ze om benedendeks te gaan. Vanaf de kant beveelt hij ze te gaan zitten. Iedereen zit. De achtjarige Haylin gaat ook naar beneden. Omar blijft boven, op het voorste dek.

“Alles in me zegt: dit is foute boel. We zouden vier dagen onderweg zijn, maar we hebben slechts tien vijfliterflessen water aan boord. In de boot staat bij de inscheping al een laag van 20 centimeter water. Zo vreemd. Alsof ik word verblind door mijn reisdoel, mijn ambitie het verleden achter me te laten. Die grens is mijn toekomst. Ik kan niet helder denken. Niemand bedenkt zich. Niemand keert om.” De boot zinkt dieper weg in het water. De kapitein geeft in paniek volle kracht vooruit.

Omar hoort het geratel van een ketting. Het anker licht niet en trekt het achterste van de boot het water in. Als een wipwap wordt de boeg de lucht in geduwd. Omar springt in het water. Hij hoort het geschreeuw van de kinderen en vrouwen benedendeks. Hij zoekt naar Haylin. “Het water is zwart. Pikzwart. Niet blauw zoals je op de foto’s ziet. Ik kan haar niet vinden. Ik heb het haar beloofd. Maar ik kan haar niet redden. Ik denk alleen aan mezelf.”

Terwijl hij naar de rotsen zwemt hoort hij hoe de boot naar beneden wordt gezogen. De kapitein heeft het schip verlaten. Hij is als eerste aan wal. Omar zwemt driemaal terug om anderen uit het water te halen. De meeste mannen leven. Haylin verdrinkt. Samen met 61 anderen, vooral vrouwen en kinderen. Ze zijn een kort bericht in het avondnieuws van 6 september.

Omar wordt gearresteerd, net als de meeste overlevenden. Als de politie hem overplaatst naar een andere gevangenis, weet hij te ontsnappen. “Ik dacht als Forrest Gump. Ren Forrest. Ren.”

De 61 lichamen gaan in groene bedekte kisten terug de grens over. Terug naar Amuda. Terug naar huis. Omars haren vallen uit. Zijn vingers trillen. ’s Nachts hoort hij het krijsen van de kinderen weer. Maar hij wil nog steeds naar Zweden. Met het vliegtuig. Over twee dagen vertrekt hij naar Istanbul en dan hoopt hij vandaar met een vals paspoort de grens over te vliegen. “Ik wil een kleine kamer, met mijn muziek en mijn films. Dat is alles wat ik wil.”