Hoe de Marathon van Amsterdam veranderde in een survivaltocht

Honderden lopers gaan tegelijkertijd van start tijdens de Marathon van Amsterdam in het Olympisch stadion. Foto ANP / Robin van Lonkhuijsen

Na maanden training liep NRC-redacteur Hans Nijenhuis (49) vandaag voor het eerst een marathon. En duizenden amateurs met hem. Afgelopen week schreef hij in NRC Handelsblad en nrc.next over zijn hardloopverslaving. Vandaag beschrijft hij hoe zijn Marathon van Amsterdam van een sportwedstrijd veranderde in een survivaltocht.

Lees hier allereerst het stuk dat hij voor NRC Handelsblad en nrc.next schreef en daaronder zijn verslag van de Marathon van Amsterdam.

Zoals bij veel verslavingen begon het onschuldig. Dochterlief van vijftien had twee jaar niet kunnen hockeyen door een blessure. Een nichtje kondigde aan de 10 kilometer te lopen bij de City Pier City. En of dat ook niet wat voor haar en mij was.

Help!

De City Pier City in Den Haag is zo’n evenement waaraan 30.000 lopers meedoen en dat bij niet-lopers het beeld oproept van hinderlijk afgesloten straten waar te dikke en te oude mensen in te krappe en te kleurige sportkleding doorheen joggen. Maar het was wel een aanleiding om onszelf van de bank te krijgen. En als het nichtje het kan…

Zondag 22 januari, zeven weken voor de wedstrijd, liepen we voor het eerst. We haalden één kilometer. Dinsdag liepen we de wijk uit. Vrijdag de duinen door. Na een week haalden we vijf kilometer in iets meer dan een half uur. Yes we did! en dat voelden we samen. Nog een week later merkten we dat ’s morgens opstaan makkelijker werd.

Voordat u denkt: dit wordt wel erg particulier, het is exemplarisch. Naar schatting 1,5 miljoen Nederlanders lopen ten minste twee keer per week hard. ‘Het buikje’ of ‘gewoon je lekker willen voelen’ zijn de meest genoemde redenen om het eens te proberen, zegt looptrainer Huub Pragt, oud-Nederlands kampioen op de marathon. „En vergeet de vrijheid niet: lopen kan overal en altijd.” Op de grote dag finishten we in 1 uur, 6 seconden en met een glimlach van oor tot oor. We schreven ons ter plekke in voor een volgende loop, op 9 april in Utrecht.

Hans Nijenhuis en zijn dochter tijdens de City Pier City. Hans Nijenhuis en zijn dochter tijdens de City Pier City.

Dat was wat het samen lopen betreft meteen het hoogtepunt. Want vader wilde het regime van drie keer per week doorzetten: misschien halen we dan een tijd onder het uur. Sporten is winnen, ook al is het van jezelf. Dochter wees op hoeveelheden huiswerk en zei: we hebben ons doel gehaald, dan moet je niet het doel gaan verleggen. “Vind je het erg als ik niet meer meega?”

Voor de gezelligheid bleek het niet uit te maken. Naar Utrecht zat de hele trein vol lopers en een mens blijkt rustig een uur geanimeerd te kunnen praten over schoenen, over minuten per kilometer, over eerdere lopen, nog te volbrengen lopen, zullen we samen lopen?

Op 13 mei liep ik de Royal Ten. Binnen de 48 minuten en met heerlijk weer, het voelde als een uitje.

Ik begon hardlopers te herkennen. Van de ene collega op het werk kopieerde ik haar Spotify lijst ‘Hollen’. Met de andere vergeleek ik apps als Runkeeper, dat op je telefoon via gps bijhoudt hoeveel kilometers je loopt en in welk tempo.

Mijn pakken begonnen lekkerder te zitten. Op een ochtend constateerde ik vier kilo lichter te zijn. Het was voorjaar en zo voelde het ook. Vermoeid na een lange werkdag? Even een stukje lopen en je bent het helemaal kwijt. Een congres in Parijs met te veel uren in een duffe zaal? ’s Morgens wat eerder opstaan en je ziet de stad zoals je hem nog nooit hebt gezien. Een zware vergadering voor de boeg? Eerst een uurtje lopen en je bent gewoon scherper. Balen is er niet meer bij. Of toch – als je langer dan drie dagen niet loopt.

Maar waarom zou je níét lopen? Als de 10 kilometer zo lekker gaat, moeten we dan de halve marathon (21,1 kilometer) niet eens proberen? Op de site my.asics.com, van de bekende schoenenfabrikant, is het allemaal heel eenvoudig: je vult je leeftijd in, je tijden tot nu toe, het aantal keer dat je kunt trainen en hup, daar is een schema.

Op 24 juni liep ik de halve marathon van Nootdorp en ervoer ik na een kilometer of elf voor de eerste keer iets dat ze ‘runners’ high’ noemen, het gevoel dat je alles aankan. Onzin natuurlijk, maar het gevoel is er niet minder om. Je wordt niet erger moe, het gaat juist lekkerder. Je krijgt de neiging om te zingen, je passen worden groter, je voelt je hele lichaam zoals je het anders alleen voelt als je met z’n tweeën bent.
Ik finishte in 1 uur en 46 minuten en schreef me diezelfde middag nog in voor de marathon van Amsterdam.

Amsterdam is met meer dan 10.000 deelnemers uit binnen- en buitenland (plus nog eens zo’n 20.000 die dezelfde dag een andere afstand lopen) een van de grootste loopevenementen van Nederland. Rotterdam in het voorjaar is ook groot maar de meeste andere marathons – elke maand is er wel eentje – trekken niet meer dan 1.000 deelnemers. De Atletiekunie schat het totaal aantal Nederlanders dat jaarlijks een marathon loopt op 10.000 tot 15.000.

Want ja, een marathon is echt iets heel anders dan twee keer een halve, waarschuwt de ene loper. Die laatste kilometers ga je dood, zegt de ander. Het begint pas na 30 kilometer! Pas op voor de man met de hamer! Het menselijk lichaam kan dit eigenlijk niet aan!
Het maakt het allemaal alleen maar aantrekkelijker.

Ik neem een abonnement op Runner’ s World, lees het boek Mijn eerste marathon, hoor een collega uit over gelletjes (dikke substantie uit een soort tubetje die je halverwege de race naar binnen kunt slobberen – niet genomen tot nu toe), over hartslagmeters (te medisch), over tepels afplakken (tepels?) en bestudeer ingewikkelde trainingsschema’s (te ingewikkeld.)

“Pap, waarom wil je dit? De eerste man die de marathon liep heeft het niet overleefd. En jij bent al 49.”

Ja, waarom?

Voor je uiterlijk hoeft het niet. “Je wordt mager”, zegt mijn vrouw. “Als je maar niet denkt dat ik dat aantrekkelijk vind.”
Voor de euforie evenmin. Het gevoel treedt nog steeds op na een kilometer of tien, maar na kilometer twintig in de training maakt het plaats voor pijntjes in voeten, enkels en knieën.

Om een ‘ prestatie neer te zetten’ dan? Ach, jij doet er misschien wel vier uur over, terwijl ze op de Olympische Spelen 2.08 lopen. En er zijn vijftigplussers die triathlons afwerken of een ultraloop van 100 kilometer.

Hardlopen tijdens zomervakantie in Italië.Hardlopen tijdens zomervakantie in Italië.

Gaat het erom binnen één jaar voor het eerst de tien kilometer, de halve marathon en de hele te lopen, zeker als dat ook nog het jaar is dat ik vijftig word? Gaat het erom mezelf te meten? Zo van: Op het werk heb je collega’s en bazen, thuis een vrouw en kinderen, lopen heb je helemaal zelf in de hand?

Je wilt weten hoe het is, en je wilt weten of je het kunt. Dat weet je namelijk niet tot de dag des oordeels: bij trainingen voor de marathon wordt de afstand zelf doorgaans niet gelopen. De gemiddelde oefencampagne voor een debuut bestaat uit een aantal lopen van 20 kilometer, een keer of twee 30 kilometer en liefst één keer 35 kilometer. Dus ja, hoe is het nou echt?

Een wijze oom die al heel oud is, zegt wel eens dat hij er naar uitkijkt om dood te gaan – hij wil weten wat er dan gebeurt. Zoiets zal het zijn.
Ik geef toe, als een puber met dat argument aankomt om een fles piña colada leeg te dringen, vind je het niet sterk.

En, hoe is de Marathon van Amsterdam gegaan?

Vertel je nog hoe het afloopt? Dat vroegen verschillende lezers nadat ik afgelopen week in NRC (dinsdag Handelsblad, vrijdag next) in een stuk schreef waarom mensen hardlopen (of beter gezegd: hoe mensen ertoe komen om te gaan lopen en steeds verder te lopen). Daarin ook het voornemen om deze zondag de marathon van Amsterdam te lopen, mijn eerste. 2012 zou dan het jaar worden waarin ik voor het eerst de 10 km deed, de halve marathon en de hele.

Nou, ik heb het gedaan hoor.

De start was meteen het hoogtepunt. Duizenden mensen op het veld van het Olympisch Stadion, vrienden en familie op de tribune, keiharde heroïsche muziek - of wij op het veld vonden het in elk geval heroïsch klinken. ‘Wij’ waren niet alleen Nederlanders, maar ook Spanjaarden, Italianen, Denen, Fransen - de marathon van Amsterdam trekt altijd veel buitenlanders. Stelletjes bijvoorbeeld, die er een aanleiding in zien om de stad te bezoeken. Wij vinden Berlijn cool, of Barcelona, zij Amsterdam. Dat verzin ik niet, ik heb met ze gepraat. Hardlopen is namelijk anders dan je misschien zou denken een zeer sociale sport. Of sport - als je kunt praten tijdens het sporten, is het dan nog sport?

De eerste kilometers, toen de duizenden zich nog min of meer tegelijk door de straten en het Vondelpark moesten persen, ging het natuurlijk niet zo hard en dan maak je makkelijk contact. Pas vanaf kilometer drie kan iedereen min of meer zijn eigen tempo lopen. Laat ik maar voor 5.30 minuut per kilometer gaan. Ambitieus, maar remmen kan altijd nog toch? (Hier kun je heel anders over denken, vooral als je wel vaker marathons hebt gelopen.)

Een fotoserie van de Marathon van Amsterdam:

Het ging fantastisch. Het weer zat niet mee maar de route was prachtig en het voelde allemaal geweldig. Ik heb de laatste weken slecht kunnen trainen door een opspelende knie (erfenis van een ongelukje in de zomervakantie) maar de pijn was weggewerkt met twee ibuprofennetjes en lekker lopen kan zo heerlijk zijn.

Bij kilometer 25 waren we al over de helft en ik had nog best energie over dus, hup, waarom niet nog even versnellen? Bij de 10 km en bij de halve marathon werkt dat ook. (En ook hier kun je heel anders over denken, vooral als je wel vaker marathons hebt gelopen.)

Drie kilometer later was mijn lichaam wel klaar met de wedstrijd. Ik kan het niet anders omschrijven. Mijn hoofd zei: kom op jongens, even doorpakken, maar de jongens, vooral de benen, zeiden: we hebben ons best gedaan, we hebben het goed gedaan, maar misschien heb je iets te veel van ons gevraagd. Hoe dan ook: wij stoppen ermee. En trouwens, heb je niet iets te eten voor ons? Het ontbijt wat om kwart over zeven, het loopt nu tegen enen en we hebben niet bepaald stilgezeten. Vanaf dat moment in de race kon ik alleen aan boterhammen denken. Boterhammen met kaas, boterhammen met pindakaas - maakt niet uit als het maar eten eten eten was.

Maar er was geen eten. Op zo n stukje banaan na dat je om de tien kilometer van vrijwilligers kon krijgen.

Wat was bedoeld als een versnelling werd dus een vertraging. Het ging langzamer, en langzamer. Ik werd links ingehaald, ik werd rechts ingehaald, ging dus maar een beetje aan de zijkant lopen. Wat doet mijn linkervoet trouwens pijn. En wat te denken van de rechter? Het werd een oefening in nederigheid en op een of andere manier werkt steeds ingehaald worden ook niet motiverend. Wat 25 kilometer lang een sportwedstrijd was geweest - hoe snel haal ik de finish, was nu een survivaltocht: hoe haal ik überhaupt de finish?

Hulde aan de toeschouwers. Zij blijven juichen en als ze zien dat je het moeilijk hebt roepen ze je naam. Stel je even voor: een meisje van tien dat roept: kom op Hans! Een man: niet verslappen Hans, je bent er bijna! Dat ze je naam levensgroot op je startnummer (dat op je buik gespeld zit) zien staan, doet aan het effect niets af.

Het lukte maar de schoonheidsprijs won het niet. 4 uur en twintig minuten, dat is een tijd dat als je over de finish komt ze de kraampjes al aan het opruimen zijn.

Maar goed: het doel was de marathon lopen en dat is gelukt. Verder weet ik nu dat je de marathon eigenlijk moet leren lopen - goede lopers zijn moedig, niet overmoedig.

Een geweldige ervaring was het wel. Ik weet nu hoe het voelt (eerst extreem lekker, dan extreem zwaar en nu na afloop weer extreem lekker.)
Dank aan iedereen die me succes heeft gewenst enzo, dank aan myasics.com voor het fijne trainingsschema, aan Runkeeper voor de steun onderweg, aan com”>Spotify voor de muziek en vooral aan al die vrijwilligers en het publiek. Alle respect voor de mensen die zo monter die laatste tien kilometer op de finish afgingen.