Dit zijn geen echte bloemen

Neurologie Wie hallucineert ziet dingen die er niet zijn. Oliver Sacks beschrijft in zijn boek vele gevallen daarvan. Wat hallucineren is, blijft onduidelijk.

Drugs, LSD en paddo’s. Dat zijn toch de eerste associaties bij het woord hallucinaties. Niet voor de beroemde neuroloog en schrijver Oliver Sacks die in zijn nieuwste boek over die niet-bestaande beelden schrijft. Sacks heeft zijn geest niet erg laten zweven, bij het schrijven van Hallucinaties. Hij behandelt hallucinaties die optreden bij ziekten.

Hij schrijft op wat patiënten hem vertellen over de beelden die er in het echt niet zijn. Die bijzondere patiëntverhalen, die maken alle boeken van Sacks populair. En hij citeert collega’s die voor het eerst over hallucinaties bij neurologische ziekten schreven – vaak rond 1900, toen artsen nog gevalsbeschrijvingen gebruikten om nieuwe ziekten te definiëren. Maar op recreatieve hallucinaties gaat hij nauwelijks in. En de invloed van de hallucinerende mens op maatschappij en cultuur behandelt hij ook niet. Hij stipt het even aan.

Alle culturen gebruiken hallucinerende middelen. Misschien kennen wij dwergen, elfjes, reuzen uit de verhalen van hallucinerende mensen. Misschien is godsdienst ontstaan doordat de mens kan hallucineren. Misschien zijn honderden ‘heksen’ een gruwelijke dood gestorven doordat die ingewikkeld gebouwde mensenhersenen beelden kunnen oproepen die werkelijk lijken, maar het niet zijn.

Slechts drie bladzijden wijdt Sacks aan godsbeelden. Hij probeert te verklaren hoe een gelovige een god werkelijk kan zien en horen. Oefenen, daar komt het op neer, schrijft hij, in navolging van etnoloog Tanya Luhrmann. Die sloot zich, zoals klassiek werkende antropologen dat doen, aan bij haar studieobject en werd lid van groep diepgelovigen. Gebedstechnieken trainen de bidders vaak op zintuiglijke details, schrijft Sacks. ‘De gelovigen oefenen op horen, ruiken en aanraken, alles in geestelijke zin’, citeert hij Luhrmann. Sacks concludeert: ‘En op een dag springt de geest van verbeelding naar hallucinatie en ziet en hoort de gelovige God.’

Met die twee cursieve woorden moeten we het doen, ter verklaring. Maar zijn wij daar nog wel tevreden mee, in dit decennium van kleurige hersenbeelden? Sacks spreekt niet in termen van toegenomen af afgenomen activiteit in hersengebieden en toegenomen of weggevallen verbindingen tussen hersencentra. Hij komt niet met religieuze hersencentra op de proppen.

Dubbelganger

Nee, Sacks verlaat de hersenpan zo snel mogelijk en laat weer een patiënt aan het woord. Sarah: ‘De beelden die ik tijdens het gebed zie, zijn heel werkelijk en lucide. Heel anders dan gewoon dagdromen. Soms gaat het de kant op van een PowerPointpresentatie.’

Hallucinaties zijn geen dromen, geen psychosen, geen mispercepties en geen illusies. In het begin van zijn boek definieert Sacks. En hij probeert aan te geven wat de verschillen zijn. Je komt wel voor in je dromen, maar niet in je hallucinatie, schrijft Sacks bijvoorbeeld.

Hij houdt zich alleen niet aan zijn eigen definities. Hij schrijft bijvoorbeeld een heel hoofdstuk over dubbelgangers. ‘Het was een droom. Alleen was ik wakker. Opeens zag ik mezelf anderhalve meter voor me. Mijn dubbelganger was het gazon aan het maaien, iets wat ik zelf had moeten doen’, citeert Sacks een dubbelgangerziener. Behalve gewone dubbelgangers zijn er spiegelbeeldige dubbelgangers. Sommige dubbelgangers doen precies wat de waarnemer doet, anderen doen hun eigen ding. Sommige dubbelgangers zijn transparant. Anderen irritant. Zo irritant dat een patiënt zichzelf weloverwogen doodschoot, tijdens de jaarwisseling.

Daar houdt Sacks wel van, van bizarre verhalen. Ook in zijn vorige boeken was hij er een meester in. Al meer dan 40 jaar geleden verscheen Migraine. En kort daarna (1973) Awakenings (Ontwaken in verbijstering), over patiënten met de door een bacterie-infectie veroorzaakte hersenziekte encefalitis lethargica die al tientallen jaren in coma lagen, maar met het nieuwe medicijn L-dopa weer tot leven werden gewekt. Hun verbazing, hun aanpassing aan de nieuwe tijd, Sacks beschreef het beeldend en werd er wereldberoemd mee.

Een decennium terug scoorde hij opnieuw met een persoonlijk relaas. Over een beenbreuk tijdens een bergwandeling in Noorwegen (Een been om op te staan). Het is meesterlijk hoe hij daar schrijft over doorzettingsvermogen, pijn en uiteindelijk over hoe hij het gevoel kwijtraakte dat dat been van hemzelf was.

Verdwenen been

In Hallucinaties verhaalt hij daar weer over, zoals hij in dat boek terugkomt op veel van wat hij eerder schreef. Een lichaamsdeel hebben, maar ervaren dat het er niet meer is, is een omgekeerde hallucinatie, schrijft hij nu. Hallucinaties voegen iets toe aan de bestaande wereld. Medisch gezien zijn hallucinaties positieve verschijnselen, in tegenstelling tot negatieve ziektesymptomen die wat weghalen uit het leven van een patiënt.

Sacks’ verdwenen been komt van pas in het laatste hoofdstuk, over fantoomledematen. De ‘hallucinaties’ die mensen hebben over een geamputeerd lichaamsdeel. Sacks merkt erover op dat vrijwel alle geamputeerden een fantoomledemaat ervaren. Vaak al direct na de operatie. Dat wijst er op, schrijft hij, dat ze ‘in zekere zin al aanwezig waren, maar door de amputatie aan het licht worden gebracht’. Dus als u denkt dat u nooit hallucineert: denk maar eens aan de vorm en het ‘daar zijn’ van uw rechterbeen. Sacks vindt het een hallucinatie.

Ook mensen die met ontbrekende ledematen worden geboren, kunnen sterke fantoomervaringen hebben. En veel mensen kunnen hun fantoomledematen bewegen. En daarmee rijst de vraag: is een fantoombeen wel echt een hallucinatie? Niet volgens Sacks’ definitie in de eerste bladzijden van zijn boek: ‘Bij hallucinaties ben je juist passief en hulpeloos – ze verschijnen en verdwijnen als dat hun, en niet jou, uitkomt.’

Ach, slordigheid en inconsequenties, dat zijn klachten van een recensent. Sacks schrijft zijn verhaal zoals hij vanouds doet en wie erdoor wordt geboeid, beleeft hallucinerende leesuren. Sacks is steeds op zoek naar de bijzondere ervaringen. Zoals de mevrouw die last heeft van kakosmie, het hallucineren van smerige geuren: ‘Stront, kots, brandend vlees en rotte eieren. Plus nog eens rook, chemicaliën, urine en schimmel. Mijn hersenen hadden er echt hun best op gedaan.’ Maar het is de vraag of dit boek meer is dan een rariteitenkabinet.

Het is in ieder geval geen boek voor dokters. Sacks – bijna 80 en nog steeds praktiserend neuroloog – laat zijn patiënten weliswaar aan het woord met verhalen over hun hallucinaties en hij zegt welk syndroom of welke ziekte ze hebben, maar over een behandeling heeft hij het nooit. Doet hij iets meer dan luisteren? Onduidelijk. Het blijft het geheim van zijn spreekkamer.

Cannabis

Inzicht in hersenprocessen geeft hij ook niet echt. Zo zegt hij over het ontstaan van hallucinaties dat het een ‘primair fysiologisch mechanisme’ is, waarbij sprake is van ‘plaatselijke irritatie, uitstoot van bepaalde stoffen, neurotransmitterverstoring of wat dan ook’. Die hallucinaties zijn ‘soms leuk, soms ook niet’. Anders dan wat de flaptekst belooft, leert Sacks zijn lezer weinig ‘over de werking van ons brein’. Is dat onwetendheid, luiheid, gevorderde leeftijd, ijdelheid, of is dit de nieuwe popularisering van de wetenschap?

Begin jaren zestig, als co-assistent en beginnend neuroloog, geniet Sacks zelf een paar jaar van hallucinerende drugs: cannabis, lsd, zaad van de Ipomoea, amfetamine, slaapmiddelen en een parkinsonmedicijn dat in hoge dosering hallucinaties geeft. Als hij daarover begint, denk je: ha!’ Hij beschrijft mooi wat er gebeurt, dat een vriendin (een psychoanalyticus) van zijn ouders (die in Londen woonden) bij hem in Californië op bezoek komt en bromt dat hij een probleem heeft. Dat hij een keer een slechte trip heeft, haar voor een replica aanziet en haar wegstuurt als ze op bezoek komt. Hij schrijft het nu, vijftig jaar later, op, maar het intrigeert niet zoals de tekst over zijn gebroken been dat wel deed. Sacks kickte af, ging in psychotherapie en begon zijn eerste boek te schrijven. Daardoor sluit hij zijn drugshoofdstuk erg braaf af: ‘Het plezier dat ik daaraan ontleende was echt, en oneindig veel substantiëler dan de lege manie van amfetaminen.’

Oliver Sacks. Hallucinaties. De bezige Bij. Vertaling Pon Ruiter. 352 pag. € 19,90