Adoboli was de ster van de beursvloer

De strafzaak tegen Kweku Adoboli is begonnen. De eerste zittingen schetsen een onthutsend beeld van The City: jonge handelaren konden zonder al te veel controle met miljarden schuiven op de beurs.

Schouder aan schouder zitten de vier handelaren van de Zwitserse bank UBS naast elkaar op de beursvloer van het kantoor aan Finsbury Avenue, midden in de Londense City. Ieder met een paar computerschermen voor de neus, met algoritmes en beursinformatie, telefoons, videolinks met New York en Zürich, een voortdurende nieuwsstroom van de financiële persbureaus. Via het interne chatsysteem en sms’jes complimenteren ze elkaar met transacties, praten ze over het weekeinde, over late avonden, klagen ze over collega’s en bazen. Intussen verhandelen ze miljarden.

Tot 14 september vorig jaar, toen een van de vier handelaren zich halverwege de ochtend ziek meldde. In een e-mail bekende Kweku Adoboli die dag aan zijn bazen dat hij jarenlang fictieve transacties heeft geboekt. Adoboli werd opgepakt. UBS verloor 2,3 miljard dollar.

De rechtszaak tegen de 32-jarige bankier is nu vier weken gaande. Gisteren rondde de openbaar aanklager haar betoog af, maandag begint Adoboli’s verdediging. Maar behalve dat de twaalfkoppige jury zich buigt over de vraag of hij schuldig is aan fraude en valsheid in geschrifte, krijgen ze ook inzicht in hoe moderne beurshandelaren eigenlijk te werk gaan – in elk geval bij UBS.

Adoboli en zijn collega’s handelden in bijzondere financiële producten, met namen die de gemiddelde particuliere belegger een paar jaar geleden nog niet kende. Toen draaide de handel nog grotendeels om aandelen, obligaties en beleggingsfondsen. Inmiddels is de handel in zogeheten Exchange Traded Funds een van de belangrijkste manieren waarop investeringsbanken geld verdienen. In deze markt gaan honderden miljarden euro’s om en dat gaat steeds meer ten koste van de gewone handel in beleggingsfondsen.

Bij een ETF hoeft een belegger niet zelf in goud, olie of een beursindex te beleggen. Het is een financieel product dat is afgeleid van bijvoorbeeld gewone aandelen of obligaties. Maar goud of olie kan ook. De ETF is zo gemaakt dat de koers van de onderliggende waarde bijna exact wordt gevolgd. Voor beleggers zijn deze ETF’s (in Nederland bekend onder namen als iShares of Trackers) goedkoper dan beleggingsfondsen omdat er geen fondsbeheerder tussen zit. De computer doet het meeste werk. Daarom ruilen steeds meer particuliere beleggers aandelen in een beleggingsfonds in voor ETF’s.

Een bank als UBS, die deze ETF’s uitgeeft, heeft zelf de onderliggende effecten vaak wel in handen. Daar begint het verhaal van Adoboli en collega’s, team Delta One. Zij waren verantwoordelijk voor de enorme pot aandelen die UBS in bezit had als gevolg van de handel in ETF’s. Ze noemen zichzelf ook wel ‘flow-props’. Ze reageren op koersontwikkelingen.

Hoe dat werkt? Stel dat de stemming op de beurs negatief is en de koersen dalen. Dan daalt de waarde van de ETF’s net zo hard mee. Handelaren kunnen op de koersdaling anticiperen door een deel van de aandelen die ze bezitten aan het begin van een beursdag te verkopen. Op de beursvloer noemen ze dat short gaan. Als de koers dan echt daalt, kunnen ze die aandelen aan het einde van de handelsdag goedkoper terugkopen. Het verschil is winst voor de bank en de handelaar. Maar als de koersen plotseling stijgen kan het ook gebeuren dat een handelaar verlies maakt. Deze handel voor eigen rekening en risico, ook wel proprietary trading genoemd, is lucratief maar ook risicovol voor de bank.

Het klinkt ingewikkeld. Maar „het is niet de meest moeilijke baan”, vertelt Adoboli’s collega John Hughes tijdens de rechtszaak aan de jury. „Er is niet veel aan. Je gokt erop dat de markt omhoog of omlaag gaat. Dat is alles.” Hughes werd, zoals zoveel handelaren, meteen na de universiteit aangenomen. „Ik had grote schulden, ik was op zoek naar een goedbetaalde baan.” Adoboli verdiende vorig jaar 350.000 pond (430.000 euro).

Na zes weken training kon Hughes aan de slag op de ETF-desk. Werd hij nog verder doorgelicht of waren er trainingen? Hughes kreeg wat handboeken over financiële regulering, maar kan zich in de rechtszaal niet herinneren of hij die ooit heeft gelezen. De meeste training ontving hij „on the job”, zegt hij.

Hoe dat eraan toeging, vertelt de Fransman Christophe Bertrand, de jongste van de vier handelaren, aan de jury. Adoboli moest hem in juni 2010 wegwijs maken: „Het was zwaar. Een van de regels was dat ik niet twee keer dezelfde vraag mocht stellen. En als ik iets vroeg, negeerde hij me vaak.”

Hij wordt door de anderen ‘Bateman’ genoemd, naar de seriemoordenaar uit American Psycho. Hughes is ‘Hughie’, Adoboli ‘Kweks’. Simon Taylor is de vierde aan het bureau. Het zijn twintigers, begin dertigers. Bertrand en Taylor moesten vaak de fouten oplossen die de twee senioren op een hectische dag maakten. Adoboli en Hughes waren de ‘prop-traders’. Alle vier zijn inmiddels ontslagen.

Was het stressvol? Ja, zeggen ze. Erg stressvol? Ja, zeker in 2011, toen de beurs op en neer ging. „Ben tegen een muur opgelopen. Kon vanochtend in de sportschool alleen maar liggen”, bekende Tom White, een collega op de Term Swap Desk, via de chat aan Adoboli. „Zou niet kunnen wat jij doet.” White handelde vooral namens klanten, niet voor de bank. Adoboli: „Je went eraan.”

Maar de druk werd al eerder opgevoerd. In 2008 kreeg UBS, net als andere banken, een grote klap door de kredietcrisis. De bank moest bijna 40 miljard euro afschrijven, en had een kapitaalinjectie van 3,9 miljard van de Zwitserse regering nodig.

Oswald Grübel werd in 2009 als topman binnengehaald om het tij te keren. De winstdoelen werden verhoogd. Er kwamen nieuwe mensen bij en er werd gereorganiseerd.

„Het was duidelijk dat hij [Grübel] vond dat de honger naar risico terug moest komen, de kennis, de gretigheid”, vertelt Phil Allison, hoofd van het Cash Equities Department waar de ETF-desk onder valt, de jury. De winst moest deels van de ‘prop trading’ komen. Allison: „Als een bank geen risico neemt, is het moeilijk winst te maken. Dat is wat ons werk is. En we nemen risico’s.”

„In Londen werden er veel risico’s genomen die strikt genomen niet voor de klant waren, maar eerder voor de bank”, zei John DiBacco, na de reorganisatie van april 2011 de manager van de ETF-desk, in een intern onderzoek dat in de rechtbank wordt voorgelezen. De cultuur en sfeer zijn in Londen agressiever dan in New York, legt hij uit aan de jury. En Londen heeft minder aversie tegen risico’s. Dat geldt „zeker voor de ETF”. Hij verbaasde zich vooral „over de grootte van de posities”. Maar hij kreeg van zijn bazen te horen dat hij de ETF-jongens niet moest „verstikken”. Dat vatte hij op als dat hij ze „vooral niet obsessief moest micro-managen”.

Want bij de ETF-desk ging de handel voorspoedig. In de eerste helft van 2011 maakten de vier handelaren bijna 70 miljoen dollar winst. Ter vergelijking: over heel 2010 bedroeg de winst 11 miljoen. Op één dag in juni hadden ze zelfs een winst van 5 miljoen dollar. „Andere handelaren kwamen naar ons toe om advies te krijgen”, zegt Christophe Bertrand. „Iedereen wist: Kweku en John waren prop traders. Zij waren de sterren van de beursvloer.”

Ze kregen grote vrijheid. Ook omdat manager DiBacco in New York zat en niet in Londen. „Een paar uur per dag” heeft hij overleg met zijn Europese collega’s in Londen en Zürich, zegt DiBacco tegen de jury. Meestal via een videolink, telefonisch, per mail of per chat. Af en toe kwam hij over naar Londen.

Maar het betekende ook dat het toezicht op de naleving van de regels niet waterdicht was. De handelaren bleken bijvoorbeeld tijdens het werk ook privé te handelen. Niet alleen bij UBS, maar in de hele City, vertelt Simon Taylor de jury. „Veel mensen handelen PA” – jargon voor ‘op een privéaccount’. Adoboli werd er twee maal voor op de vingers getikt, maar het had geen verdere gevolgen.

Per mail bekende Adoboli bijvoorbeeld ook dat hij de dagelijkse handelslimiet van 100 miljoen dollar had overschreden met 200 miljoen, maar wel een winst van 6 miljoen had behaald. „Goed gedaan”, mailde manager DiBacco. Daarna kwam een tweede mail met een standje. Na iedere transactie moest een handelaar zijn ‘P&L’ (profit and loss, winst en verlies) noteren. Maar de boekhouding van de ETF-desk „was een rommeltje”, vertelt Henry Chu aan de jury. Hij werkte in de backoffice, of de ‘ops ‘(operational support), in Londen en is nu overgeplaatst naar Hongkong. De ops-jongens deden het digitale papierwerk van de transacties en moeten discrepanties oplossen als die zich voordeden. Het waren de beginnelingen, ze hadden groot ontzag voor de handelaren.

De ETF-desk had wel twintig tot dertig discrepanties op een dag, transacties die misten in de boeken, zegt Chu. Door de grote hoeveelheid transacties die onder grote tijdsdruk worden gedaan, kon dat voorkomen. Baas Phil Allison werd door zijn collega’s bijvoorbeeld ‘The Phantom’ genoemd, omdat hij zijn transacties niet onmiddellijk registreerde.

Chu vroeg wel eens om uitleg, zegt hij, maar hij pushte niet. Zo kon het gebeuren dat op 14 september 2011 Kweku Adoboli acht miljard dollar aan posities had openstaan voor effecten die hij niet bezat. Chu vroeg wel eens om uitleg, zegt hij, maar hij drong niet altijd aan als er een onbevredigend antwoord kwam.

Zo kon het gebeuren dat de backoffice pas in augustus 2011 echte vragen ging stellen over Adoboli’s transacties. En die werden steeds dwingender. Op 14 september 2011 stuurde Adoboli zijn bazen een e-mail getiteld ‘Een uitleg over mijn transacties’: „Het spijt me ontzettend dat ik iedereen in deze rotzooi heb achtergelaten en dat ik mijn bank en mijn collega’s in gevaar heb gebracht.”