Systeem op instorten

In krap tien dagen tijd is een commercieel sportief systeem volledig in elkaar gestort. Ook in Nederland, waar Rabobank besloten heeft te stoppen met de sponsoring van de professionele wielerploeg.

In de beroepswielrennerij staat geen steen meer op de ander sinds het Amerikaanse anti-doping agentschap (Usada) vorige week zijn uitputtende rechercherapport over Lance Armstrong openbaarde. De Amerikaanse renner drogeerde niet alleen zichzelf, wat wellicht geen ‘fair play’ was maar vanuit een liberaal standpunt wel zijn eigen zorg. Nee, hij gaf leiding aan een „conspiratief programma” waaraan iedereen moest meedoen.

Sindsdien is een ware vlucht naar de nooduitgang begonnen. Armstrongs trouwe ploegleider Johan Bruyneel, die als wat non-descripte persoonlijkheid nooit in het volle licht stond, is ontslagen. De ene na de andere wielrenner ging in de openbaarheid te biecht.

De zaak-Armstrong is in de VS aan het rollen gebracht. Wel vaker neemt Justitie daar initiatieven die pas later in Europa worden opgepakt. Maar het „meest geraffineerde dopingprogramma ooit in de sport” (Usada over Armstrong-Bruyneel) heeft overal tentakels.

Ook in Nederland. De rol van Hein Verbruggen, de Nederlander die tijdens de hoogtijdagen van de epo-doping voorzitter was van de internationale wielerunie (UCI), is bijvoorbeeld onduidelijk. Wellicht ook voor hemzelf, getuige zijn onnavolgbare ontkenning gisteren in een interview met De Telegraaf.

Mogelijk schept Verbruggen, al dan niet onder ede, ooit helderheid. Maar dat kan de onttakeling van de sport op dit moment niet remmen. Het besluit van Rabo om de sponsoring te staken, is daarvoor te ingrijpend. De bank stapt niet alleen uit de wielrennerij omdat de schuldbekentenis van onder anderen oud-ploeggenoot Levi Leipheimer slechte publiciteit is, ze heeft expliciet haar vertrouwen in de sportbestuurders tijdens en ná Verbruggen opgezegd.

De argumentatie van Rabo dat de wielerwereld niet „in staat is om schone en eerlijke sport mogelijk te maken” komt het hardste aan. De bank, die zelf allerminst zonder ‘zonde’ is en ooit potentieel Tourwinnaar Rasmussen uit de koers moest halen, zegt eigenlijk dat de sport corrupt is. De bestuurders, die hooguit een borreltje drinken, treft daarom veel meer blaam dan de sporters. Dat is pijnlijk voor de huidige generatie die, afgaande op het feit dat ze nu langzamer fietst, ‘schoner’ koerst dan Armstrong cs.

Maar uiteindelijk hebben ook de jonge wielrenners er belang bij dat de bestuurlijke cultuur in hun sport wordt gesaneerd. Tot nu toe moesten zij altijd boeten. Dat was de omgekeerde wereld. Om oud-premier Schermerhorn te citeren: als je bij de portier begint, kom je nooit bij de directeur.