Opinie

    • Youp

Quotezakken

Soms moet ik lachen. Zacht en hard door elkaar. Om alles. Vooral om de Rabobank die zich terugtrekt uit het spuitfietsen. Liters onwelriekende pus en etter liggen naast de overgelopen emmer en iedereen weet dat dit het begin is van een tsunami aan goor gif.

Dokter Ferrari, zijn toenmalige buurman Thomas Dekker, meneer Breukink zelf, Levi Leipheimers kamergenoot Boogerd, de dokters, de andere renners, de koeriers, blinde oom Mart, Heintje Verbruggen (die een gulle anonieme gift van 77.664 euro van Lance aan de UCI volstrekt normaal vindt), enzovoort, enzovoort. Iedereen, maar dan ook iedereen wist het en hield zijn bange muil.

En de top van de Rabobank wist het al die jaren natuurlijk ook. En als ze zeggen dat ze het niet wisten, dan zijn het jokkebrokkende oelewappers van het brakste water, onbetrouwbare sujetten die de twee euro zakgeld van mijn kleinzoon nog niet mogen beheren.

Ik heb mijn centen niet bij die boeren staan, maar als het wel zo was, had ik het gisteren nog opgehaald. Iedere schele boekhouder weet toch al jaren hoe corrupt dat wielrennen is en je bent toch gek als je nu pas stopt met het sponsoren van deze apothekers?

De toon van die meneer op die persconferentie was aandoenlijk. Waarom ging het fietsjournaille niet bulderend lachen tijdens zijn woorden? Een gierend hahahahahahaha was toch het enige antwoord! Of lachen de journalisten dan ook zichzelf uit? Ik vrees van wel.

Op de televisie zie ik steeds een hele tuttige reclame van de boerenbank, waarin een ingehuurde acteur en een cabaretière zogenaamd enthousiast vertellen over de prachtige activiteiten van de Rabo. Zo’n lekker positief spotje! Het woord exportfinanciers valt ook. Ik verstond dat al steeds als ex-sportfinanciers. Dus de reclame hoeft niet van de buis.

Maar blijven de media de wielrenners volgen? Moet wij naar al die leugenaars luisteren? Mart in zijn Avondetappe op zijn Franse pleintjes? Wilfred Genee met zijn Gertje Jakobs, die tien jaar na zijn laatste ritje nog steeds stoned uit zijn ogen kijkt en praat alsof-ie net als Obelix als kind in een ketel doping is gevallen?

En als we ermee doorgaan, waarom doen we het dan? Om onszelf te belazeren? Ik vind het best, maar zeg dat er dan bij. Misschien moeten Berlusconi, DSK of de Roermondse wethouder Van Rey dit soort programma’s gaan presenteren. Geloofwaardige jongens die doorlopend de waarheid spreken.

Soms moet ik lachen. Zoet en zuur door elkaar. Om veel. Bijvoorbeeld om het prachtige toneelstuk De Verleiders, gespeeld door Victor Löw, Pierre Bokma, Leopold Witte, George van Houts en Tom de Ket. Ze acteren de splinters van de planken in deze prachtvoorstelling over de vastgoedfraude.

Zij zetten het onroerendgoedgajes schitterend te kijk. Ik zat twee uur lang op het puntje van mijn stoel. Ik reed altijd al met een gezond soort argwaan door de lommerrijke villawijken van het Gooi en Aerdenhout, maar na het zien van deze vastgoedcasanova’s is het wantrouwen alleen maar versterkt.

Vijf Hooijmaijers leggen in een kleine twee uur tijd uit hoe het in die onderwereld toegaat. Een voorstelling om van te smullen. Vooral omdat hij zo over nu gaat. Hoe verrot het allemaal is. Iedereen fraudeert. Daarom mag het. Of het nou de wielrennerij is of het vastgoed of de bankwereld of het voetballen of de kunstsubsidies… alles is één grote leugen. De grote huizen zijn voor negentig procent bij elkaar belazerd.

Daarom kreeg ik een beetje de slappe lach toen ik deze week over de romantische Kunsthalroof las. Geen braaksporen en toch een stuk of wat meesterwerken van de muur. Fluitend naar buiten gedragen. De directie kon er niks aan doen. En een idioot rijke familie is wat doekjes kwijt. Lullig voor ze.

Maar het hardst moest ik lachen om de Spoorwijkcrimineeltjes die de quotezakken van hun Rolexen hebben verlost. Laddertje tegen het balkon en roven maar. Het mag niet, het hoort niet, het is verboden, maar toch… na het zien van De Verleiders en het tot me nemen van de Rabodopingshit, kreeg ik even een heerlijk opgelucht gevoel: Boef zoekt Boef. Niks meer. Niks minder.