Hoe slachtoffers het strafproces stuk maken

Richard Korver werd bekend als advocaat van de slachtoffers van kindermisbruiker Robert M. Deze gestoorde pedofiel had zich als verzorger op een Amsterdamse crèche genesteld. Zijn arrestatie joeg alle ouders van crèchekinderen de stuipen op het lijf en schokte de kinderopvang in alle vezels. Robert M., uw ergste nachtmerrie. „Hang daar je jasje maar op,

Richard Korver werd bekend als advocaat van de slachtoffers van kindermisbruiker Robert M. Deze gestoorde pedofiel had zich als verzorger op een Amsterdamse crèche genesteld. Zijn arrestatie joeg alle ouders van crèchekinderen de stuipen op het lijf en schokte de kinderopvang in alle vezels. Robert M., uw ergste nachtmerrie. „Hang daar je jasje maar op, schat. Kijk, Robert is er ook vanochtend! Zul je lief zijn? Nou, dag!” Brrr.

Radicaal boek van advocaat bepleit twee aanklagers

Korver, de advocaat met het sjaaltje, werd in de maanden erna het gezicht van de slachtoffers. Die bekendheid benutte hij deze week met een boek waarin hij een radicale hervorming van het strafrecht voorstelt. Geheel toegesneden op de behoeften van slachtoffers, op strijdbare toon. ‘Wakker Worden!’ zijn de slotwoorden. Daarna volgen negen pagina’s praktische aanbevelingen, die straks vast worden opgepikt door een Kamerlid dat moet scoren.

Slachtoffers zijn een populair mediaframe – het past naadloos in de emotiesamenleving. In de politiek is het slachtoffer synoniem met de boze burger. De ‘ze laten ons stikken’-klacht. Wilders (PVV), zelf een begenadigd slachtoffer, werd er groot mee. Staatssecretaris Teeven (VVD) moedigt inmiddels slachtoffers aan geweld tegen daders vooral niet te schuwen.

Het slachtoffer is maatschappelijk en politiek echter al veel langer wakker. Het ontwaken wordt meestal gesitueerd in de jaren ’60 en ’70, toen de mondige burger eisen ging stellen, ook aan het strafproces. Volgens de Tilburgse hoogleraar Marc Groenhuijsen (in een Delikt & Delinkwent-artikel uit 2008) kwam het slachtoffer op na de terreuraanslagen van Molukkers in de jaren ’70. Nederland leefde toen massaal mee met de gegijzelde treinpassagiers en basisschoolkinderen, hun ouders en hun leraren. Hij vergelijkt deze episode met de invloed van de oorlogsjaren op het gevangeniswezen. Het waren toen de ingesloten ‘nette’ Nederlanders die modernisering regelden van de bajes na de oorlog. Het perspectief van de slachtoffers van de Molukkers kreeg via de media vleugels. Ook de invloedrijke vrouwenbeweging solidariseerde zich met slachtoffers, vooral van verkrachting en misbruik.

Kritiek daarop was niet welkom. Het blad Opzij noemde in 1996 de splinternieuwe Nijmeegse hoogleraar Ybo Buruma al een ‘enge man’. Hij had in zijn oratie namelijk de verdachte als hoofdrolspeler in het proces verdedigd. Volgens Buruma gaat het proces over de schuldvraag en welke straf er dan moet komen. En of politie en justitie rechtmatig optraden. Dat is moeilijk genoeg – slachtoffers op de zitting leiden de rechter daarvan af.

De slachtofferlobby vond dat ongerijmd. Die zien de rechter behalve als vergelder ook als trooster van het slachtoffer. Inmiddels zijn het spreekrecht, het informatierecht en schadevergoeding voor slachtoffers in het wetboek verankerd. Het slachtofferperspectief heeft het debat gewonnen. Je kunt geen officier meer horen spreken of er wordt beweerd dat het klassieke, dadergerichte strafproces is veranderd. Het leed heeft een gezicht gekregen. Trad het OM voorheen op namens de abstracte ‘geschokte rechtsorde’, nu lijkt de officier soms de advocaat van een slachtoffer.

De topman van het OM, Herman Bolhaar, bepleitte al een vaste plaats voor het slachtoffer in de rechtszaal. Een eigen tafeltje, met een microfoon, een stoel voor de eigen advocaat en direct zicht op de verdachte, stel ik me voor. Korver gaat nog veel verder. Hij wil wettelijke erkenning van het slachtoffer als procespartij, met uiteraard een eigen (kosteloze) advocaat, die dezelfde rechten heeft als de advocaat van de verdediging. Dat betekent dus ook invloed op de planning van het proces. Als het slachtoffer verhinderd is, gaat de zitting niet door. Maar Korver wil ook het recht om getuigen op te roepen en te verhoren, inzage in het dossier, inclusief de psychiatrische rapporten. De mogelijkheid onderzoekswensen in te dienen en op de zitting te mogen pleiten. Het slachtoffer zou ook mee mogen praten over de strafeis, het eventuele sepot of het opleggen van bijzondere voorwaarden. Slachtoffers moeten op de hoogte zijn van wat er met de dader in detentie, verlof en reclassering gebeurt. En anders dan nu moeten slachtoffers op zitting ook kunnen zeggen hoe hoog de straf moet zijn. Verdachten moeten daar verplicht bij aanwezig zijn. De verdachte moet ook alle proceskosten van het slachtoffer vergoeden, net als zijn leed, de zogeheten affectieschade. En tenslotte: het slachtoffer moet in hoger beroep kunnen tegen een onwelgevallig vonnis.

Korver schetst dus een strafproces met vier in plaats van met drie partijen. Dat kan, zacht gezegd, voor een andere dynamiek zorgen. De ruimte om de verdachte eventueel vrij te spreken, neemt automatisch af. De verdachte heeft twee partijen tegenover wie hij zich moet verantwoorden. Het slachtoffer schaart zich immers automatisch aan de kant van het OM. Voor de plicht van het OM in het dossier ook ontlastende informatie op te nemen, moet dan nog meer worden gevreesd. Behalve ‘de media’ en politici met meningen staan er straks maar liefst twee procespartijen klaar om het ‘schuldig’ te eisen.

Arme strafrechter. Vrijspreken, de samenleving lijkt er geen behoefte meer aan te hebben. Zullen we dat stadium van ‘verdachte’ anders maar gewoon overslaan? Wel zo eenvoudig.

    • Folkert Jensma