Er valt politiek niets te winnen met Afghanistan

De trainingsmissie in Kunduz is gedeeltelijk gestaakt, bleek gister. Aan de formatietafel is dat geen kwestie. We gaan toch weg in 2014.

Afghaanse agenten oefenen de inval in een woning in Kunduz.
Afghaanse agenten oefenen de inval in een woning in Kunduz. Foto ANP

Lang zijn de lijstjes met potentiële geschilpunten tussen VVD en PvdA, de twee partijen die nu al weer een maand met elkaar onderhandelen over een regeringscoalitie. Maar de veelbesproken Nederlandse politietrainingsmissie in de Afghaanse provincie Kunduz staat er niet op. En dat terwijl de VVD in 2011 voor- en de PvdA uitgesproken tegenstander was van het sturen van de 550 man, hoofdzakelijk militairen.

Afghanistan is politiek gesproken een no win-gebied. Niet voor rechts, niet voor links. Dus blijft het onderwerp liefst onbesproken. Politici van VVD en PvdA waren gisteren dan ook opvallend stil toen het nieuws naar buiten kwam dat de politietrainingsmissie in Kunduz gedeeltelijk is gestaakt. Men wrijft nu eenmaal niet graag in een vlek.

En Afghanistan is voor de binnenlandse politiek een vlek. In het verkiezingsprogramma van de VVD komt Afghanistan in het geheel niet voor. Het programma van de PvdA noemt Afghanistan welgeteld één keer: als voorbeeld van een land „waar mensen hun leven niet zeker zijn”.

Zes jaar geleden begon in de Afghaanse provincie Uruzgan één van de grootste naoorlogse Nederlandse militaire operaties. Er stierven 25 Nederlandse militairen. Verlenging van de Nederlandse aanwezigheid leidde in 2010 tot de val van het vierde kabinet-Balkenende. Anno 2012 is het een onderwerp geworden waar niemand zijn vingers aan wil branden.

Dat hoeft ook niet meer. Het eind van de Nederlandse aanwezigheid is in zicht. In 2014 moet het afgelopen zijn. Dat geldt trouwens voor alle vijftig landen – de Verenigde Staten voorop – die actief zijn in de door de NAVO geleide operatie in Afghanistan. NAVO-secretaris-generaal Anders Fogh Rasmussen bevestigde dit gisteren nog eens tijdens een bezoek aan de Afghaanse president Hamid Karzai. Eind 2014 moeten Afghaanse militairen en politieagenten volledig zelf verantwoordelijk zijn voor de veiligheid in het land. Het hulpvaardige buitenland blijft alleen nog op afstand betrokken, zei hij in Kabul.

Over deze wetenschap beschikken de onderhandelaars van VVD en PvdA aan de formatietafel ook. Het geschilpunt Afghanistan lost vanzelf op. Stel dat een kritische PvdA’er straks, als er een kabinet van liberalen en sociaal-democraten tot stand is gebracht, opmerkt dat zijn partij zich hierdoor committeert aan de eerder afgekeurde missie. Dan kan PvdA-leider Diederik Samsom zeggen dat een kabinet met zijn partij de troepen juist uit Afghanistan haalt. Nederland loopt daarmee dan geheel in de pas met de NAVO-strategie en daar kan de VVD weer tevreden over zijn. Voor de hele Nederlandse politiek geldt eind 2014: het politieke ongemak dat Afghanistan heet, is voorbij.

Want ongemak over het land is er van het begin af aan geweest. De binnenlandse politieke agenda heeft altijd de Nederlandse betrokkenheid in Afghanistan in de weg gezeten. Dat was al het geval toen het tweede kabinet-Balkenende met steun van een ruime Kamermeerderheid in 2006 besloot 1.400 Nederlandse militairen naar het gewelddadige Uruzgan te sturen in het kader van de NAVO-activiteiten in Afghanistan.

Een kabinet streeft bij het uitzenden van militairen altijd zo breed mogelijke parlementaire steun na. Dat lukte toen. Ook de in de oppositie verkerende PvdA ging akkoord. Het hielp daarbij dat niet gesproken werd over een vechtmissie, maar over een opbouwmissie. De rauwe werkelijkheid van Uruzgan was een andere. Er werden inderdaad initiatieven genomen om veiligheid en stabiliteit te bevorderen, maar er werd vaak ook hevig gevochten. Zoals in de Slag bij Chora in 2007, die bij het ministerie van Defensie te boek staat als een van de grootste veldslagen die de Nederlandse krijgsmacht ooit heeft geleverd.

De verlenging van de missie in Uruzgan met nog eens twee jaar zorgde in 2008 opnieuw voor politieke deining. De PvdA was inmiddels tot het kabinet toegetreden en ging alleen akkoord onder de nadrukkelijke voorwaarde dat in 2010 een ander land de taken van Nederland in Uruzgan zou overnemen. De NAVO wilde, toen het eind van die tweede periode in zicht kwam, opnieuw dat Nederland in Uruzgan zou blijven. De PvdA weigerde hieraan mee te werken, en begin 2010 viel het laatste kabinet-Balkenende.

Tijdens de daarop volgende demissionaire periode begonnen oppositiepartijen D66 en GroenLinks zich via een lang voorbereide motie opeens sterk te maken voor nieuwe Nederlandse aanwezigheid in Afghanistan. Het voorstel: het trainen van politiemensen. Op die manier kon Nederland aan zijn internationale verplichtingen blijven voldoen en een concrete bijdrage leveren aan de wederopbouw van Afghanistan, redeneerden beide partijen. Maar er was bij D66 en GroenLinks ook onderhuids een binnenlandse, politieke motivatie. Zij wilden zich als verantwoordelijke partijen manifesteren en met hun motie aantonen na de verkiezingen van juni 2010 het landsbestuur aan te kunnen.

Het liep anders. Er kwam een minderheidskabinet van VVD en CDA met gedoogsteun van de PVV, een partij die vond dat Nederland niets te zoeken had in Afghanistan. D66 en GroenLinks liepen niet weg voor hun motie en gaven samen met de ChristenUnie begin 2011 steun aan de politietrainingsmissie in Kunduz die het minderheidskabinet voorstelde.

Daarvoor had het kabinet wel een geheel voor binnenlandse consumptie bedoeld eisenpakket van vooral GroenLinks moeten inwilligen. Want de missie mocht, zo vond de partij, geen militair karakter krijgen. Dus werd in Den Haag bedongen dat door Nederland opgeleide politieagenten geen offensieve taken mochten verrichten.

Ook werden strenge eisen aan de opleiding verbonden. Om alles te controleren, beloofde het kabinet een ‘agentvolgsysteem’. Kort nadat de Nederlanders in Kunduz waren begonnen, bleek het mandaat al te knellen. Tussen de theorie van de Nederlandse vergaderzaal en de werkelijkheid van het Afghaanse Kunduz gaapte een diepe kloof.

Woensdag meldde het kabinet in een brief aan de Tweede Kamer dat het agentvolgsysteem „onvolkomenheden in het plaatsingsproces” aan het licht heeft gebracht. Daarom is de Nederlandse betrokkenheid bij de opleiding van onderofficieren opgeschort.

Het gebruikelijke verzoek om een spoeddebat hierover is alweer gehoord. Maar haast even hoorbaar is de zucht van opluchting op het Binnenhof dat het door binnenlandse politiek gedreven hoofdstuk Afghanistan binnenkort eindelijk kan worden gesloten.