Terroriste Tanja herinnert aan de romantiek van Che

Het doet er niet toe of Tanja Nijmeijer invloedrijk is bij de FARC. De FARC zet haar in om goodwill te kweken bij de oude linkse garde hier. Laat haar, er zijn grotere obstakels dan Tanja, vindt Beatrice de Graaf.

Moeten we hopen dat Tanja alsnog mag aanschuiven in Oslo? Voor haar ouders zou het fijn zijn. Maar profiteren de vredesonderhandelingen er ook van?

Op dit moment is het nog volstrekt onzeker of Interpol daadwerkelijk de Red Notice die de organisatie tegen Tanja heeft uitgevaardigd, zal opheffen. Dat beslist Interpol niet op eigen houtje, dat moeten de nationale regeringen met Interpol regelen. Noorwegen en Colombia, maar allereerst Colombia, zullen dat verzoek bij Interpol moeten inbrengen. En waarom zou Colombia dat doen? Allereerst omdat de FARC dat wil. De terroristische organisatie heeft de eis op het laatste moment ingebracht. De overige leden van het FARC-team hadden de toezegging al binnen toen FARC-chef Timoleón Jiménez, alias Timochenko, ook nog Tanja als eis op tafel legde. Volgens Colombiaanse politici was dat buitengewoon ergerlijk, omdat de FARC Tanja alleen maar mee wilde nemen ‘om zieltjes te winnen’. En dat lijkt inderdaad ook een belangrijk motief van de FARC te zijn. Plus het feit dat Tanja goed Engels spreekt en te midden van de over de laatste jaren gedecimeerde FARC-top één van de weinige hoger opgeleide kaders is.

Maar toch heeft de regering-Santos er wat bij te winnen om Tanja mee te laten gaan, ongeacht haar daden en ongeacht haar onduidelijke rol als buitenlandse in het geheel. Want onderhandelen met terroristen heeft namelijk – onder bepaalde omstandigheden – zin. De geschiedenis leert ons dat terroristische organisaties over het algemeen maar heel kort leven, de gemiddelde levensduur is een kleine twee jaar. De groepen en bewegingen die er toch in slagen hun vijfjarig jubileum te volmaken, of zelfs tien jaar of langer weten te overleven, zijn de meeste dodelijke en gevaarlijke groepen die er zijn. Met elke generatie terroristen wordt de groep slimmer en professioneler en ontwikkelen ze een betere werkwijze.

Kijk naar de IRA, de ETA en de PLO. De kapingen, politieke moorden en bomaanslagen werden steeds vernuftiger. Zo’n volwassen organisatie, vaak diep geworteld in een bepaalde regio of bevolkingsgroep, kun je dan militair eenvoudigweg niet verslaan, Ook de FARC, opgericht in 1964, staat in de top vijf van gewelddadigste, rijkste en actiefste terroristische organisaties wereldwijd. Niet repressie, maar transformatie naar een politieke organisatie is dan de manier om terroristen om te scholen of met pensioen te sturen. Kijk naar de akkoorden die in 1991 in Oslo werden gesloten met de PLO of naar de vredesbesprekingen met de IRA in Groot-Brittannië, of met de kleine terroristische organisatie M19 in Colombia in de jaren tachtig. Toen is dat ook gelukt.

Maar waarom zouden terroristen hun gewelddadige pad willen verlaten, waarom wil Tanja nu wel praten en eerder niet (ze wilde niet eens haar familie meer ontmoeten)? Dat doen terroristen meestal alleen als ze militair onder druk staan en zelf geen andere mogelijkheid meer zien om hun doelen te bereiken. Er moet dus een window of opportunity zijn, waarbij zowel de terroristen als de betrokken autoriteiten water bij de wijn willen doen. Er moet van beide zijden een politiek doel zijn waartoe die onderhandelingen kunnen leiden.

In deze context staat de tweede poging van de Colombiaanse regering om met de FARC te praten. De kaarten zijn geschud, de regering-Santos heeft de FARC de afgelopen jaren gevoelige klappen uitgedeeld, alleen vorig jaar zijn er al 316 FARC-leiders omgekomen door offensieven van het Colombiaanse regering (met steun van de VS). Venezuela en Cuba ondersteunen het proces en zetten de FARC onder druk. De FARC heeft de laatste gijzelaars losgelaten en belooft niet meer zijn toevlucht te nemen tot ontvoeringen. Santos heeft op zijn beurt landhervormingen toegezegd, ruimte voor politieke participatie en schadevergoedingen voor slachtoffers van landroof en regeringsgeweld. En wellicht amnestie.

En wat is de rol van Tanja in dit alles? Inhoudelijk niet zo veel. In haar in 2007 buitgemaakte dagboeken ventileerde Tanja weinig politieke inzichten. Ze filosofeert daarin vooral over de liefde en over relaties.

Tanja heeft inmiddels ruimschoots de tijd gehad om na te denken over strategie en doel van de FARC en is gestaag in de hiërarchie opgeklommen. Wellicht heeft ze inmiddels wel een eigen inbreng. Maar in feite doet dat er minder toe. Ze is en blijft vooral een tactisch wapen van de FARC in een strategie gericht op gezichtsbehoud en invloed in Colombia en daarbuiten. Ze kan tolken, vertalen en belichaamt het internationale en menselijke gezicht van de organisatie. Ze doet de oude garde in het Westen wellicht nog terugdenken aan het eens zo revolutionaire en romantische verleden van de oerwoudguerrilla in Zuid-Amerika, aan Che Guevara en de strijd tegen het imperialisme. Tanja levert zo wellicht goodwill en pr op.

Is dat het waard voor de regering-Santos om Tanja te weigeren? Waarschijnlijk niet. Santos is al vier jaar bezig met dit project en zal uiteindelijk ook Tanja wel moeten accepteren. Misschien niet nu, maar dan in het vervolg van de onderhandelingen op Cuba. Het is de enige en wellicht laatste kans om er nog zonder al te veel verdere gevechten uit te komen met de FARC, en Colombia veiliger, vreedzamer en daardoor ook economisch aantrekkelijker te maken. De olifant in de on derhandelingskamer is natuurlijk niet Tanja, of de vraag naar de onschendbaarheid van FARC-leden met bloed aan hun handen. Het grootste obstakel voor de vrede vormt de drugshandel, waar zowel de FARC als de paramilitairen zich schuldig aan maken en financieel hun voortbestaan aan danken.

Pas als de partijen dat op de agenda kunnen krijgen, is er een vreedzame toekomst mogelijk. Ook voor Tanja.

Beatrice de Graaf is hoogleraar conflict- en veiligheidsgeschiedenis aan de Universiteit van Leiden.