Op poepen in de lift staat 75 euro boete

Huurders storen zich het meeste aan viezigheid en vandalisme. Huismeester William Biever maakt er direct werk van: boosdoeners achterhalen en confronteren.

Huismeester William Biever (links) van woningcomplex de Lamel in Den Haag.
Huismeester William Biever (links) van woningcomplex de Lamel in Den Haag. Foto Merlin Daleman

‘Een huurder klaagt over ongedierte in zijn woning. Ik ga kijken. Zie ik een keuken die te smerig om aan te pakken is. Overal voedselresten. Het vet druipt van de muur. Ik zeg: ‘Begin eerst maar eens met schoonmaken. U verrabberakt mijn nieuwe keuken die pas een jaar geleden is geplaatst’. Dat vond hij niet leuk om te horen. Sommige bewoners moet je echt opvoeden.”

William Biever is huismeester van de Lamel, een woningcomplex langs de Neherkade in Den Haag. Vierhonderdvijftig meter lang, met 484 woningen, bedrijfsruimte op de begane grond, 500 parkeerplaatsen op de eerste etage. Deels dertien, deels zeventien verdiepingen hoog. Vanaf het dak zie je bij helder weer het Kurhaus in Scheveningen, de Euromast in Rotterdam en de verkeerstoren van Schiphol.

Biever moet ervoor zorgen dat het complex schoon, heel en veilig blijft. Hij begon hier 21 jaar geleden in een bouwkeet toen de steigers er nog stonden. Hij deelde de sleutels aan de eerste bewoners uit. Dat waren voor 90 procent jonge, werkende autochtonen. Ze kregen kinderen en verhuisden naar eengezinswoningen met tuinen. Een generatie later is nog 10 procent van de bewoners autochtoon. Het lijkt wel het kantoor van de Verenigde Naties. De hele wereld loopt hier rond.

Eerst werkten ze hier met zijn tweeën. Ze deden ook onderhoud, technische klussen. Ze vervingen het leer van een lekkende kraan. Geleidelijk kwam de nadruk in zijn werk op sociale controle te liggen: bevorderen van de leefbaarheid.

Biever voelt zich een soort dorpsburgemeester. Hier wonen 1.500 mensen. Hij ziet ze trouwen, scheiden, sterven. Hij heeft „drie springers” gehad. Bewoners die zich naar beneden hebben gestort.

De meeste huurders kent hij van gezicht. Bij nieuwe mensen gaat hij kennismaken, vertellen wat de huisregels zijn, wat hij van hen verwacht. En wat ze van hem kunnen verwachten. Hij houdt elke ochtend spreekuur in zijn kantoor, nummer 2276, tweede verdieping. Met al hun vragen kunnen ze bij hem terecht.

Ook met klachten over overlast. De meeste krijgt hij ’s zomers, als de deuren openstaan en de muziek steeds harder dreunt. En er gebarbecued wordt op het balkon. Wat niet mag. „In zo’n groot flatgebouw moet je rekening houden met elkaar. Er zijn altijd leefgeluiden.”

Klagers vraagt hij altijd of ze de buren al zelf hebben gesproken. „Nou, nee. Ik ben bang van de buurman. Hij is een hele grote neger.” Dan zegt Biever: „Als hij een kleine Turk was, had u hem dan wel aangesproken?” Soms gaat hij met een klager mee naar de buren. Had de buurvrouw zich nooit gerealiseerd dat er misschien iemand last van haar nachtelijke getippel op naaldhakken had.

En soms gaat het mis. Loopt het helemaal uit de hand, dan kan het voor de rechter tot een huurontbinding komen. „Maar daar zit niemand op te wachten. Dan is er al van alles geprobeerd.”

Na het spreekuur begint hij aan zijn dagelijkse ronde, een rammelende bos sleutels aan zijn broekriem. Daar is hij zeker twee uur mee bezig. Een wandeling over vijfeneenhalve kilometer galerij.

Hij heeft een neus voor sporen van vernieling en verloedering. Een lekkende vuilniszak op de galerij. Een damesfiets, met het slot aan het hekwerk in het trappenhuis geketend. En wat is dat voor plas in het portiek? Iemand heeft tegen die deur aan gepist.

Zijn aanpak: direct werk van maken. Boosdoener achterhalen en confronteren. Hem of haar schoonmaak en schade laten betalen. Voor niemand een uitzondering maken. „Ook niet voor die ene keer. Dan graaf je je eigen graf. Heel consequent zijn. Daar dwing je respect mee af.”

De vuilniszak neemt hij mee naar het containerhok. Met plastic handschoenen onderzoekt hij de inhoud. Plastic verpakking. Voedselresten. Maandverband. Voor stank deinst hij allang niet meer terug. In elke vuilniszak is wel een naam of een adres te vinden. De eigenaar krijgt een acceptgiro voor 25 euro. Die moet binnen twee weken zijn betaald. Anders wordt het bedrag ingehouden van de huur.

De fiets aan het slot slijpt hij los. Die kan de eigenaar komen halen tegen betaling van 50 euro. En de plas? Die laat hij meteen opruimen door de schoonmakers. Voordat niets vermoedende bewoners de urine over het complex verspreiden. In het complex lopen twee schoonmakers fulltime rond. Dat is geen luxe. Dat is bittere noodzaak. Sommige huurders maken er een potje van.

Gelukkig staat hij er niet alleen voor in zijn dagelijkse strijd tegen de verloedering, zegt Biever. Hij krijgt hulp van 93 camera’s. Ze hangen overal: in containerruimtes, bergingen, trappenhuizen en portieken. Hij kijkt alleen achteraf naar de beelden als hij vervuilers en vandalen wil achterhalen. Of criminelen. De politie heeft mede dankzij die beelden al een jeugdbende, een drugsgkoerier en wietkwekers gepakt, plus de dieven die de hele bliksemafleiding van het complex hadden gesloopt, een kilometer koper.

Wie heeft er vandaag rond 12 uur in portiek 2 geplast? Ook dat kan Biever zien op de camerabeelden. Al gebeurt het snel, bijna terloops. De plasser is een jongen in het Barcelona-shirt van Ibrahim Affelay. De camera in de lift registreert op welke verdieping hij uitstapt. Het achterhalen van zijn adres is een peulenschil. Schoonmaakkosten: 50 euro.

„Een dure plas”, zegt de moeder van Marokkaanse afkomst, die in het kantoor van de huismeester de camerabeelden bekijkt. „Ik ga het niet ontkennen. Dat is mijn zoon. Dat gaat hem zakcentjes kosten. Voorlopig geen voetbaltraining. Geen patatjes.”

De schade valt vaak hoger uit. Poepen in de lift komt op 75 euro. Dumpen van elektronische apparatuur in de container: 175 euro. Brand stichten in het containerhok: bijna duizend euro. Dat hakt erin.

Een enkele keer kan Biever wat regelen. Want hij denkt natuurlijk wel mee. Hij is er niet op uit bewoners in de problemen te storten. Twee opgroeiende zonen van een Antilliaanse bijstandsmoeder hadden in de hal een scooter uit elkaar gehaald. Ze hadden hun handen aan de pas geverfde muur afgeveegd. Ook de vloer zat vol olie en smeer. Schade: tussen de 300 en 400 euro.

„Ik had nog witte verf”, vertelt Biever. „Ik heb voor kwasten en afplaktapes gezorgd. Die jongens hebben de hal in het weekend spic en span geschilderd. Geen baggerwerk. Iedereen tevreden.”

Biever heeft „een wereldbaan”, vindt hij zelf. En het is goed wonen in de Lamel. Ruime woningen met 3, 4, 5 of 6 kamers voor een netto maandhuur tussen de 510 en 647 euro. Hij heeft eer van zijn werk. „Ik kreeg al zoveel pluimen in mijn reet. Ik zit er ook bovenop. Ik kan niet verslappen. Ik krijg een kick dat dit complex op niveau blijft.”