Kan iemand die kerstboom aftuigen?

Aftrekposten, toeslagen, subsidies: het belastingstelsel is ingewikkeld. Dat komt door de politiek die steeds voordeeltjes uitdeelt. Bijna elke tien jaar bepleit een commissie vereenvoudiging. Nu wil de commissie-Van Dijkhuizen grote schoonmaak.

Illustratie Yassine Salihine

Opschonen, aftuigen, vereenvoudigen, schrappen. Wie het gisteren gepresenteerde rapport van de commissie Van Dijkhuizen – over een minder ondoorzichtig belastingstelsel – doorbladert, komt op bijna elke pagina wel een verwijzing tegen naar de enorme puinhoop die het fiscale stelsel is. De vergelijking met een kerstboom die moet worden afgetuigd, is snel gemaakt.

Het is al decennia hetzelfde patroon: ongeveer elke tien jaar presenteert een gezaghebbende commissie een rigoureus voorstel om de belastingen te herzien. Coen Oort (VVD) met Zicht op eenvoud in 1985, Willem Stevens (CDA) met Graag of niet in 1990, Willem Vermeend (PvdA) met zijn prestigieuze Belastingen in de 21ste eeuw: een verkenning in 1997. En nu, in 2012, dus Kees van Dijkhuizen met Naar een activerender belastingstelsel. Werknemers gaan minder belasting betalen, terwijl de lasten op consumptie (btw) omhoog gaan. De hypotheekrentaftrek wordt beperkt, ook voor bestaande gevallen. En ouderen met een aanvullend pensioen gaan meer belasting betalen. Het aantal belastingschijven gaat van drie naar twee.

De overeenkomst van al die plannen is dat ze een versimpeling van het stelsel op dat moment voorstaan. De grote vraag die opdoemt is: hoe is het mogelijk dat al die stelselherzieningen na nog geen tien jaar weer zo achterhaald zijn dat een nieuwe grote schoonmaak nodig is?

Het hele idee van elke stelselherziening: de marginale belastingdruk verlagen. De marginale belastingdruk het aantal centen dat je afdraagt voor elke extra euro die je verdient. In een extreem eenvoudig belastingstelsel zou die druk gelijk moeten zijn aan de tarieven die er aan inkomstenbelasting worden geheven. Wie 1 euro extra verdient, draagt daarvan 33, 42 of 52 cent af aan de schatkist, afhankelijk van de hoogte van zijn inkomen.

Tot zover de theorie. In de praktijk is het fiscale stelsel opgetuigd met een baaierd aan aftrekposten, belastingdouceurtjes, fiscale subsidies en andere belastinguitgaven. Allemaal hebben ze twee dingen gemeen: ze betekenen per saldo een daling van de belastinginkomsten voor de staat. En twee: door de aftrekposten, vrijstellingen en fiscale subsidies, gaat de marginale belastingdruk omhoog.

Zeker sinds de introductie van de zogenoemde inkomensafhankelijke regelingen is dat effect schrikbarend toegenomen. Zodra mensen meer gaan verdienen, krijgen ze gestaag minder belastingvoordeeltjes, zoals de zorgtoeslag en de huursubsidie. Inmiddels is het zover gekomen dat elke Nederlander die meer dan 20.000 euro per jaar verdient en promotie maakt, maar iets meer dan de helft van elke extra verdiende euro overhoudt.

Waarom dan al die fiscale aftrekposten? Het simpelste antwoord is: politiek. Hoogleraar fiscaal recht Leo Stevens zei over de plannen van Coen Oort al dat „wat begon als een vereenvoudigingsoperatie, uiteindelijk uitmondde in een ingewikkeld plan tot belastingverlaging”. Belangen moeten worden behartigd, achterbannen tevreden gesteld, kiezers moeten worden beloond en lobbyisten te vriend gehouden.

Dezelfde Willem Vermeend die in 1997 nog een eenvoudiger stelsel voorstelde, was bijvoorbeeld de meester van de belastingdouceurtjes. ‘Fiscale whizzkid’ was een geuzennaam. Zeker naast de als zeer streng bekendstaande Gerrit Zalm, verrichtte hij via de fiscus politiek smeerwerk. Minister Gerrit Zalm (VVD) zorgde ervoor dat niet meer werd uitgegeven dan er binnenkwam in de schatkist. Maar via zijn staatssecretaris Vermeend kon de Tweede Kamer nog weleens wat leuks voor de kiezers regelen wat bij Zalm op een ‘njet’ stuitte. Denk aan aftrekposten voor beleggen in groen, films of schepen. Denk aan specifieke voordeeltjes voor multinationals.

Dit leidde echter wel tot een wildgroei aan maatregelen, door critici wel aangeduid als ‘Vermeenditis’, waarvan niet altijd was vast te stellen wat ze de staat zouden kosten of wat de effecten van het beleid waren. Van de bijna 116 miljard euro die aan belastingen binnenkomen uit werk en woning, ondernemen en sparen en beleggen (de drie belastingboxen), wordt 35,5 miljard weer teruggegeven in de vorm van kortingen en aftrekposten.

Vermeend werd in maart 2000 opgevolgd door de fiscaal purist Wouter Bos (PvdA). Die begon direct met het aftuigen van de fiscale kerstboom (de ‘ont-Bossing’). Bos’ opvolger, LPF’er Steven van Eijck, ging daar in 2002 mee door (‘her-Eijcking’).

Na de val van het eerste kabinet-Balkenende kwam CDA’er Joop Wijn als staatssecretaris op Financiën. Hij nam afstand van zijn voorgangers, en begon met de door het CDA in de formatie moeizaam bevochten hervorming van de Belastingdienst. De dienst zou niet alleen meer belastingen innen, maar ook belastingsubsidies gaan uitdelen. De toeslagendienst was geboren. Inmiddels keert de fiscus voor 9,5 miljard euro aan toeslagen uit.

En nu ligt er dus het rapport van Van Dijkhuizen. Ook hij constateert weer dat fiscale pogingen om gedrag te beïnvloeden minder effectief zijn als het stelsel complexer is. Ook hij haalt rapporten aan (zoals de gezaghebbende Britse Mirrlees Review) waaruit blijkt dat een fiscaal stelsel als geheel gezien moet worden en dus als zodanig moet worden hervormd. Ook hij wijst op de ineffectiviteit van de douceurtjes (van slechts eenzesde van de belastinguitgaven is de effectiviteit vastgesteld).

En net als met name Willem Stevens in 1990 deed, stelt Van Dijkhuizen een versimpeling voor waar je nauwelijks tegen kunt zijn. Twee tarieven voor inkomstenbelasting, aftrekposten opruimen, hypotheekrenteaftrek aanpakken, werken minder belasten en consumeren meer. Anders dan Stevens zegt Van Dijkhuizen echter niet ‘Graag of niet’ (het werd overigens ‘niet’). Hij laat in zijn rapport nadrukkelijk de mogelijkheid open dat de politiek delen ervan overneemt, delen ervan laat liggen en andere delen amendeert.

En daarmee legt Van Dijkhuizen zelf alweer de basis voor een nieuwe stelselherziening. Verwachte datum daarvan? Binnen tien jaar waarschijnlijk.