Psstt! Olie kopen ?

Westerse landen proberen Iran met sancties te dwingen zijn uraniumverrijkingsprogramma te bevriezen. Oliesancties maken daar een belangrijk deel van uit. Maar die sancties zijn makkelijk te omzeilen. Hoe doet Iran dat?

Redacteur Energie

In de tropische wateren rond het Maleisische eilandje Pulau Kuraman, tien kilometer van Borneo, lag begin vorige maand ineens een kolossale Iraanse olietanker voor anker, de Lantana, een schip met een laadvermogen van een miljoen vaten. De dichtstbijzijnde haven voor zulke schepen was een paar honderd kilometer verderop. Pulau Kuraman is een afgelegen plek waar eigenlijk alleen toeristen en expats komen. Het is een klein paradijs waar maar weinig mensen van afweten.

’s Nachts, in de duisternis, kwam een andere tanker langszij gevaren, varend onder de Panamese vlag. De lading van het Iraanse schip werd in een paar uur overgepompt, waarna de Iraanse tanker weer verdween. Daags daarna herhaalde het tafereel zich. Met een andere, nog grotere Iraanse olietanker, de Motion (2 miljoen vaten). Persbureau Reuters beschreef het voorval.

In theorie hadden de Iraanse schepen daar niet kunnen zijn. De Europese Unie heeft op 1 juli nieuwe sancties tegen Iran ingesteld. Die verbieden het EU-landen niet alleen om Iraanse olie te importeren. Ze verbieden het Europese verzekeraars ook transporten van Iraanse olie te verzekeren. Dat zou moeten betekenen dat Iran geen olie meer kan uitvoeren, ook niet naar landen die geen sanctieregime voeren, zoals China, India, Japan en Zuid-Korea. De Europese verzekeraars verzekeren zo’n 95 procent van alle olietransporten wereldwijd. „Zonder verzekering varen is illegaal volgens het internationale zeerecht”, zegt Nigel Kushner, jurist en directeur van het Londense advocatenkantoor W Legal dat gespecialiseerd is in maritiem recht.

Dat de tankers er toch waren, toont volgens analisten aan dat het omzeilen van de sancties, 3,5 maand na het instellen ervan, in volle gang is. „Iran heeft manieren gevonden om zijn olie te verhandelen”, zegt John Dalby, een voormalige kapitein die jarenlang voor rederijen als Maersk heeft gewerkt. Hij runt nu zijn eigen maritieme adviesbureau, Marine Risk Management. „Dat gebeurt op tamelijk grote schaal.”

Levendige handel

Niemand kent de precieze omvang. Websites als marinetraffic.com tonen een levendige handel. Op die sites staan interactieve kaarten met de posities van alle schepen wereldwijd. Ze maken gebruik van transponders die schepen verplicht aan boord hebben en die om de zoveel tijd een positiesignaal uitzenden. Veel Iraanse tankers varen heen en weer naar Azië, China vooral. Toen de sancties net waren ingesteld, voeren ze vooral rondjes in de Golf. Volgens het Internationale Energieagentschap exporteerde Iran in september 860.000 vaten per dag. Vóór de sancties waren dat er zo’n 2 miljoen. Dat zijn de officiële cijfers. Het IEA vermoedt dat de werkelijke uitvoer eerder in de buurt van de 1,5 miljoen vaten per dag ligt.

Er zijn talloze manieren om oliesancties te omzeilen. Volgens deskundigen kent Iran ze allemaal. Het land wordt al jaren onderworpen aan sancties. De verzekeringskwestie was eenvoudig op te lossen. „Ze hadden een paar maanden nodig”, zegt Kushner. Iran ging zelf tankers verzekeren. Ze regelden dekking via malafide verzekeraars in Liechtenstein, dat niet gebonden is aan EU-sancties. De overheden van China, India, Japan en Zuid-Korea gingen garant staan. Weliswaar was dat een farce. India staat garant voor 50 miljoen dollar bij cargoschade en voor nog eens 50 miljoen bij een milieuramp. Doorgaans dekt een verzekering, zoals van Lloyds, tot 1 miljard dollar. De cargoschade bij het zinken van een grote tanker loopt bij de huidige olieprijzen op tot meer dan 200 miljoen. „Maar ze hadden de documenten”, zegt Dalby. „Dat is voor veel douanepersoneel genoeg.”

Tankers vermommen

Toen de sancties net waren ingesteld, begon Iran met het vermommen van zijn tankers. Kort na 1 juli hadden veel schepen een ander kleurtje gekregen en een nieuwe naam. Vaak ook een andere vlag. Uit het Polynesische eilandstaatje Tuvalu kwamen ineens veel tankers. In de weken daarna werden onder meer in Singapore, Hongkong en Maleisië nieuwe brievenbusbedrijven opgericht (en oude weer tot leven gewekt), en werden ingewikkelde aandeelhoudersconstructies bedacht om de eigenaars van de tankers te verdoezelen. „In feite werden spookschepen gecreëerd”, zegt Dalby. „Dat is snel en goedkoop. Het wijzigen van eigenaar kun je in 48 uur doen. Op volle zee.”

En daarin gaat men ver, zo blijkt. De journalisten in de Pulau Kuraman-zaak achterhaalden dat de schepen waarin de Iraanse olie was overgepompt in handen waren van het in Hongkong gevestigde bedrijf Titan Petrochemicals. Dat bedrijf had de tankers verhuurd aan Glammarine, een rederij die kort voor de transfer was geregistreerd in Labuan, een financieel centrum aan de oostkust van Maleisië dat bekendstaat als belastingparadijs. Op het zakenadres van Glammarine, een vervallen gebouw, was niets te zien van bedrijfsactiviteit. Het pand was vergrendeld. Er hing geen naambordje. Het bleek dat Glammarine op zijn beurt een contract had gesloten met Account International Safe Oil. Oliehandelaren in Maleisië hadden daar nog nooit van gehoord. Een bron in het Midden-Oosten bracht het bedrijf in verband met het Iraanse staatsoliebedrijf NIOC.

De Iraniërs begonnen ook hun olie zelf te vermommen. Onder meer door oorsprongscertificaten te vervalsen, de documenten die aantonen waar olie vandaan komt. „Tegen betaling verstrekken bepaalde eilandstaten zulke certificaten”, zegt Kushner, die de Iraniërs dan weer vervalsen. De bemanning van het schip bij Pulau Kuraman dacht dat het Indiase olie aan het overpompen was, omdat haar Indiase papieren waren getoond.

De olie werd ook gemengd met andere olie. In Egypte gebeurt dat nu op grote schaal, zegt Kushner. „Als je een beetje Iraanse olie toevoegt aan andere olie, die qua samenstelling lijkt op Iraanse olie, zeg maximaal 25 procent, is dat vrijwel niet te zien.” Vervolgens kun je die olie verkopen als bijvoorbeeld Iraakse olie. Met echte certificaten. Die olie gaat onder meer naar Europa. Egypte handelt veel met Europa. Dalby: „De Europese landen weten waar die olie vandaan komt, maar het is in hun belang om erover te zwijgen.”

Westerse hulp

De Iraniërs, benadrukt Hugh Griffiths van het Stockholm International Peace Research Institute, krijgen de smokkel niet voor elkaar zonder de betrokkenheid van bedrijven of personen uit landen die de Iraanse oliestroom juist proberen te stoppen. „Alles wat nodig is om olie te verhandelen – de financiering, het papierwerk, de schepen zelf – wordt voornamelijk geregeld door Britse en Europese bedrijven en zakenlieden. Zij domineren de markt.”

Hij doelt onder meer op oliehandelaren. „Maar in feite op iedereen die snel geld wil verdienen.” Niemand wil namen noemen, uit angst om voor de rechter te worden gesleept. Maar Reuters onthulde op 26 september dat Vitol, een van ’s werelds grootste oliehandelaren met een omstreden reputatie, 2 miljoen vaten Iraanse olie had gekocht en geprobeerd had te verkopen. Dat was niet per se illegaal. Vitol is een in Zwitserland geregistreerd bedrijf en dus niet gebonden aan EU-regels. Maar het zat volgens Kushner wel in een „grijs gebied”. „Laten we zeggen dat Vitol een goed voorbeeld is van het soort handelaren dat betrokken is bij deze handel”, zegt Dalby. „Vitol was slechts het topje van de ijsberg.”

Geopolitieke belangen zijn volgens deskundigen een belangrijke reden dat er gesmokkeld kan worden. Landen als China zijn fel tegen de sancties tegen Iran en leggen de smokkel vaak geen strobreed in de weg. Het land heeft een grote behoefte aan energie en het maakt niet uit waar die vandaan komt. In augustus haalde Peking nog fel uit naar de VS, omdat die opnieuw een Chinese bank op een zwarte lijst hadden gezet omdat die zaken deed met Iran.

Geen toezicht

Maar ook van Europa zelf hoeven smokkelaars weinig te vrezen. Hoewel op EU-niveau de sancties worden opgelegd, is er in Brussel niemand die in de gaten houdt of Europese bedrijven zich eraan houden. Die verantwoordelijkheid ligt bij de individuele lidstaten zelf. Dezelfde lidstaten die tot voor kort afhankelijk waren van Iraanse olie, aldus Europarlementariër Marietje Schaake (D66).

„Zonder scherp toezicht en coördinatie blijft het te makkelijk om sancties te omzeilen. Er is een risico op belangenverstrengeling”, zegt zij. Navraag in Den Haag leert dat het in ieder geval in Nederland onduidelijk is wie erop toeziet dat Nederlandse bedrijven de sancties naleven. De ministeries van Economische Zaken, van Buitenlandse Zaken en Binnenlandse Zaken wijzen naar elkaar.

Onder oliedeskundigen en handelaren wordt wel gezegd dat de VS en Europa eigenlijk liever niet willen dat de Iraanse oliestroom stil komt te liggen. In de krappe oliemarkt zou dat de prijzen verder opdrijven. Liever zouden ze zien dat Iran financieel langzaam wordt gewurgd. Dat het zijn olie nog wel kan verkopen, maar tegen bodemprijzen. Omdat kopers Iran onder druk zetten vanwege de risico’s.

Een Chinese handelaar bood volgens Reuters 58 dollar per vat voor de olie die Iran in Pulau Kuraman overpompte. De helft van de huidige marktprijs. Iran moest akkoord gaan. Kushner: „De Chinezen vinden het prachtig. De sancties zijn een geschenk voor hen.”