Op jacht naar de verloren multiplier

Bestaat ’ie nu wel of bestaat ’ie nu niet? Het IMF maakte vorige week een heel punt van het feit dat de ‘begrotingsmultiplier’ veel groter zou zijn dan gedacht. Die multiplier geeft aan wat de invloed is van een verandering van de overheidsuitgaven op de economie. Is hij nul, dan hebben bezuinigingen geen enkele invloed. Is hij 1, dan leidt een bezuiniging van 1 procent van het bbp tot een lager volume van de economie ter grootte van 1 procent.

Tot nu toe had het IMF geschat dat de multiplier ergens rond de 0,5 lag. Bezuinigingen waren wel schadelijk, maar de economische pijn was minder dan het budgettaire voordeel, om het simpel te zeggen. Het IMF deed echter een herberekening, die uitwees dat de multiplier veel hoger bleek dan gedacht: tussen 0,9 en 1,7. Boven de 1, laat staan bij 1,7, dreigt een spiraal waarin een bezuinigend land zichzelf als het ware opeet.

De Amerikaanse Nobelprijswinnaar en overtuigd keynesiaan Paul Krugman prees het nieuwe inzicht van het IMF, dat verkregen was door „zorgvuldige analyse” aldaar. Voorstanders van bezuinigingen beweerden juist het tegendeel. De topman van De Nederlandsche Bank, Klaas Knot, zei dat hij alleen de grafiek maar had hoeven zien om te concluderen dat daarin „het magerste regressielijntje” stond dat hij „in zijn gehele academische loopbaan” tegenkwam.

Hoe zit het nu? De IMF-calculatie zette de eigen voorspellingsfout voor 2010 van de economische groei per land op de y-as van een grafiek, en de doorgevoerde structurele bezuinigingen op de x-as, ook voor het jaar 2010. Dat levert inderdaad een regressielijn op met een richtingscoëfficient van iets meer dan 1,2. Voilà: de multiplier die het IMF vond.

Maar de Financial Times deed hetzelfde, alleen dan voor het jaar 2011, en liet het extreme geval Griekenland weg. Het resultaat: een vrijwel horizontale regressielijn, dus geen samenhang, dus geen multiplier. Precies valt de calculatie niet na te doen, maar enig onderzoek (op de hotelkamer, met een glas Japanse Suntory-whisky) suggereerde dat de richtingscoëfficient dan over 2011 licht positief zou zijn geworden. Conclusie: bezuinigen is goed voor de economische groei!

Dat is in werkelijkheid natuurlijk niet zo. De meeste economen zijn het er overigens best over eens dat de multiplier bestaat. Waarschijnlijk verandert hij met de tijd en de omstandigheden, varieert hij per specifiek land en loopt hij inderdaad op in een crisis. Dan is er nog de kwestie van causaliteit tussen groei en overheidstekort en lopen de opgelopen renteverschillen binnen Europa nogal in de weg. Veel ruis dus.

Het onderstreept dat je dit soort calculaties, ongewogen, met (te) weinig landen en voor een willekeurig jaar, niet te simpel naar buiten kunt brengen. Hoe goed het onderliggende onderzoek ook is, je verliest het in de arena van de publiciteit. De bezuinigers en stimuleerders, die strijden binnen Europese instituten én in de Amerikaanse verkiezingen, keken even op van het slagveld. En vochten vervolgens gewoon door.

De redacteuren Maarten Schinkel en Menno Tamminga schrijven in deze wisselcolumn over economische ontwikkelingen.