De kwestie God 2

De Adele-sing-a-long. Foto NRC / Raoul de Jong
De Adele-sing-a-long. Foto NRC / Raoul de Jong De Adele-sing-a-long. Foto NRC / Raoul de Jong

Laat ik duidelijk zijn: de cover die ik nodig dacht te hebben in Taizé bleek nergens voor nodig. Niet omdat ik niet de enige niet-christen was, maar omdat niemand in Taizé een cover had. Iedereen in Taizé snapte dat je coverloos het meeste leert. Voortdurend, automatisch en heel snel maakte je vrienden. Van alle leeftijden en van alle nationaliteiten. Soms spraken we over God, vaker over wat te doen na de middelbare school. Dat we hier in niet altijd tot Grote Conclusies Des Levens kwamen deed er niet toe. Het ging niet om de woorden, maar om het samenzijn. Als je het was, was je het echt. Waardoor elke mens met wie ik sprak me raakte. Niet in mijn verstand, maar in het diepste van mijn wezen, in mijn hart. Ik hield van die mensen. Automatisch, heel snel en nog steeds en dat zal ook wel altijd zo blijven.

En dan was er de kwestie God. Het Christendom - de workshops, bijbellessen en kerkdiensten - dat ons hier allemaal samenbracht. Ook dat probeerde ik te benaderen zonder cover.

Ik ging naar alle diensten en genoot steeds meer van het zingen.

Ik vroeg me af of een gevoel van humor hier totaal ontbrak, ging naar een bijbel-introductie van een jonge priester en moest lachen om zijn grapjes.

Ik nam deel aan een discussiegroepje over thuis zijn en thuis verlaten, merkte vooral dat 28 zijn iets anders is dan 22 zijn. Maar toen we afscheid namen, zei een van de deelneemsters: “Dank voor jullie openheid!” En ik dacht: ja, waarom ook niet?

Ik nam deel aan een workshop over groepsprocessen. De conclusie was: één iemand is genoeg om het proces te veranderen. En o ja, dit roerde mij tot tranen. Maar was niet geheel zeker of dit niet kwam doordat ik was gehersenspoeld.

Naar de gebedshal. Foto NRC / Raoul de Jong

Naar de gebedshal. Foto NRC / Raoul de JongNaar de gebedshal. Foto NRC / Raoul de Jong

Ik vroeg de vrouw die de workshop gaf naar het groepsproces binnen Taizé en vertelde wat de Duitse meneer mij had verteld. Dat verbaasde haar: het mooie is juist dat mensen hier niet worden gecontroleerd, vrij worden gelaten om te vinden wat ze vinden. En dat klopte: de enige reden waarom ik dacht dat ik hier niet kon zijn wie ik was, waren mijn eigen vooroordelen. Vastbesloten toch iets te vinden, vertelde ik haar dat ik homo ben. Ze haalde haar schouders op: dat zijn wel meer mensen, toch?

Maar echt intens geraakt werd ik toch nooit, behalve dan door de vriendelijkheid van de mensen. Wat de point was? Over welke God het ging als we zongen? Wat mensen voelden als ze tijdens dat zingen huilden? En wat de rest van de wereld hier mee kon? Dat snapte ik niet. Er was geen inslag, geen bliksemschicht, geen ingeving, geen Oogverblindend Licht. Dus probeerde ik een afspraak te maken met een van de broeders.

Dat bleek ongeveer hetzelfde als een treinkaartje kopen in Afrika: iets waar je geduld en geluk voor nodig had, volgens een ingewikkeld doorgeef-briefjes-systeem. Mijn laatste avond had ik nog geen briefje terug, dus was de enige mogelijkheid om een broeder te spreken na het avondgebed, in een biechtachtige setting. Drie van de broeders verspreiden zich dan in de gebedszaal en stellen zich beschikbaar om antwoord te geven op je levensvragen. Mijn broeder, een kleine Zuid-Amerikaan, stond voor de achterwand.

Het avondgebed. Foto NRC / Romy Steinbach

Het avondgebed. Foto NRC / Romy SteinbachHet avondgebed. Foto NRC / Romy Steinbach

“Hoe lang bent u al broeder en waarom in Taizé?” fluisterde ik.

De broeder, niet wetende dat hij zich in een interview bevond, moest lachen: “Waarom?”

Ik lachte terug: “Gewoon…”

Hij was nu vier jaar broeder en waarom in Taizé kon hij niet zeggen. Dat was net zoiets als vragen of ik wel eens verliefd was geweest en waarom op die persoon.

Ik vroeg hem wat God was, wanneer hij God voelt. Soms in stilte, zei hij. Soms als je met iemand praat. Soms als hij God iets vraagt. En soms voel je hem niet, maar weet je toch dat hij er is. Volgens hem was God iets concreets. Iets groters, buiten ons. Het manifesteert zich altijd anders, maar altijd in liefde. Dus niet dat wat er voor zorgt dat je ziek wordt, maar de mensen die in ziekte voor je zorgen, dat is God.

Robin bij de tentjes. Foto NRC / Raoul de Jong

Robin bij de tentjes. Foto NRC / Raoul de JongRobin bij de tentjes. Foto NRC / Raoul de Jong

Veel mensen die hier komen zijn niet religieus, zei ik. Wat zou u willen dat ze hier van meenemen? Hij zei dat ze niemand tot iets willen verplichten, dat het goed is om hier alleen te komen om te zingen en met vriendelijke mensen te zijn. Maar dat hij hoopt dat mensen daardoor ook een stap verder zullen zetten.

We keken naar de zingende, zittende, liggende mensen in de enorme ruimte voor ons. Ik zag Lucy, het meisje dat me opving toen ik arriveerde en vanmiddag achter me was aangerend om te vragen hoe ik het had gehad. Mooie Daphne en haar vriendinnetjes, die mij cynische Harry (bijna) hadden mee gesleept in een Oasis sing-a-long. Een boeddhistische moeder en haar Christelijke dochter met wie ik in de rij voor het ontbijt over God had gesproken. Nederlandse gymnasiasten die het hier wel relaxed hadden gevonden. De Engel, wiens knieën waren gered door mijn Coldspray. De Franse jongen die de eerste avond mijn gids was geweest. Een Duitse jongen die hier was gekomen op de fiets. En dan nog alle honderden mensen met wie ik niet sprak, die alleen maar vriendelijk en gemeend naar me lachten. Ze gaven me stuk voor stuk het grootste cadeau wat je een ander kunt geven: hun liefde.

Daphne (midden) en vriendinnen. Foto NRC / Raoul de Jong

Daphne (midden) en vriendinnen. Foto NRC / Raoul de JongDaphne (midden) en vriendinnen. Foto NRC / Raoul de Jong

“Wat is het,” vroeg de broeder, “dat al deze mensen samen brengt? Zonder beveiliging, zonder strikte regels, vol vertrouwen en in openheid? Van alle leeftijden en van over de hele wereld, maar binnen de muren van deze gemeenschap als een?”

Nou, dat was dus God.

Ik dacht hier even over na en lachte: “Ok.”

“Ok,” lachte hij.

De bel. Foto NRC / Raoul de Jong

De bel. Foto NRC / Raoul de JongDe bel. Foto NRC / Raoul de Jong

Terwijl ik richting uitgang liep, besefte dat ik helemaal was vergeten hem om zijn naam en zijn leeftijd te vragen. Dus draaide ik me om en liep zo op tegen een jongen uit Hong Kong, die ik die middag had geholpen om een plek te vinden voor zijn tentje. “Hello my friend!” zei hij (goed, eigenlijk zei hij: hello my fliend) en stak vriendelijk zijn hand uit. De naam en de leeftijd van de broeder heb ik verder maar laten zitten. Want ik snapte wat hier de bedoeling was, dat wij met elkaar gingen praten.

Raoul kreeg voor zijn tocht van de ANWB Human Nature travel gear, een rugzak en een jack van The North Face en een iPad van Mangrove.