Dit is een artikel uit het NRC-archief

Religie

Undercover Christen

De avonddienst in Taizé. Foto NRC / Romy Steinbach
De avonddienst in Taizé. Foto NRC / Romy Steinbach De avonddienst in Taizé. Foto NRC / Romy Steinbach

Ik stond in de rij voor mijn eerste avondmaaltijd en probeerde te begrijpen waar ik was ingerold: een soort Verenigde Naties voor Belachelijk Knappe Kinderen Des Nieuwe Tijds of een permanente EO-jongerendag?

Zo’n negentig procent van de mensen om me heen was onder de 25. De meeste van hen verschrikkelijk mooi, met grote heldere ogen, allemaal vriendelijk naar elkaar lachend. Ze leken me te accepteren als een van hen, maar wat zou er gebeuren als bleek dat ik dat niet was? Ik voelde me alsof ik undercover was, undercover als christen.

Naast me stond een Duitse meneer, die tussen al die overrompelende jeugd een beetje uit de plaats viel. Hij was hier al een paar dagen. Ik vroeg hem hoe hij het hier had en hij reageerde ontwijkend. Na enig aandringen keek hij om zich heen en fluisterde: “Het is hier als een sekte.” Nog zachter: “Jonge mensen worden hier gehersenspoeld! Wees voorzichtig!” Toen arriveerden we bij het eten en raakte ik hem kwijt.

Undercover in de rij. Foto NRC / Raoul de Jong

Undercover in de rij. Foto NRC / Raoul de JongUndercover in de rij. Foto NRC / Raoul de Jong

De gemeenschap in Taizé werd tijdens de Tweede Wereldoorlog gesticht door een Zwitserse broeder, Roger Schutz. Het werd een plaats waar alle soorten christenen met elkaar konden bidden. Vanaf de jaren vijftig begonnen jongeren in grote getalen naar de gemeenschap te stromen. Broeder Roger schreef hierover: “In Taizé horen we op sommige zomeravonden, onder een hemel vol sterren, de jongeren door onze geopende ramen. We blijven verbaasd dat ze met zovelen komen. Ze zoeken, ze bidden. En wij zeggen tegen onszelf: hun verlangens naar vrede en vertrouwen zijn als die sterren, kleine lichtjes in de nacht.”

Hij werd in 2005 vermoord door een Roemeense freak, maar de gemeenschap leeft nog steeds. Honderd broeders zijn er nu. En in de week dat ik er ben zijn er duizend bezoekers.

Met mijn bordje eten in de handen, voegde ik me bij een groepje Fransen. Een van de jongens studeerde medicijnen. Ik vroeg hem of mensen het soms raar vinden dat hij gelovig is. Dat viel wel mee, zei hij. Het is meer de desinteresse die hij erg vindt. Daarom is het zo fijn om hier te zijn, hier kun je met iedereen praten.

Ik merkte dat ik zin had om een sigaret op te steken, een biertje open te trekken. Omdat dat is wat ik in de echte wereld doe als ik met jonge mensen samen ben. Maar we waren niet in de echte wereld. Hier ging het avondgebed zo beginnen. Samen met mijn nieuwe vriend liep ik er naar toe.

De hal waarin het avondgebed wordt gehouden is een moderne interpretatie van een kerk. Waar normaal het altaar is, is een soort kunstwerk met kaarsen. De bezoekers zitten geknield op de grond en op trappetjes aan de zijkant, de broeders zitten in een laan in het midden.

De gebedshal. Foto NRC / Raoul de Jong

De gebedshal. Foto NRC / Raoul de JongDe gebedshal. Foto NRC / Raoul de Jong

Er werd gezongen. Anders dan in een normale kerk, simpele liedjes die je snel kunt leren, in alle talen. Ik zag mensen met hun ogen dicht, mensen met hun armen om elkaar heen, mensen met hun handen open naar boven, in trance. En daar zat ik dan, geknield op de grond, Duitstalig de heer toe te zingen: “Ach komst doch mein Herr.” Ik dacht aan hoe mijn Nederlandse vrienden zouden reageren als ze me hier zo zagen en het lukte me niet mijn lach te onderdrukken.

Toen werd het ineens een beetje eng: de broeders verzamelden zich aan een kant van hun pad en maakten zo een groot kruis vrij in hun midden waar de mensen om mij heen zich koortsachtig naar toe begonnen te dringen. Om hun hoofd er op te laten rusten, zo bleek. Het viel me op dat de meeste meisjes hele korte afgeknipte broekjes droegen, en dat vormde in deze een probleem: hoofd op het kruis, betekende kont naar het publiek. De pijpjes werden nerveus naar beneden getrokken voor er werd geknield, maar dat hielp nauwelijks.

Het was een raar contrast, die broeders in het wit, dat heilige gezang en dan die geknielde meisjes in hun hotpants. Zelfs ik werd er een beetje geilig van. Vooral omdat dat absoluut niet mocht. Dat maakte het nog spannender. En tegelijk een beetje eng. Je mocht dit helemaal niet voelen, je mocht niet eens erkennen dat de situatie was zoals ze was, dus kon je er ook niet om lachen. En is dat niet waardoor dingen zoals dat gedoe met de monnik gebeuren?

Al met al leek het me toch vooral een puberding. In plaats van onzeker in de hotpants met een Baco in de disco, lagen ze hier nu onzeker in de hotpants met het hoofd op een kruis. Wat is dan beter? Misschien dit dan, maar hoeveel waarde had het voor mij, vroeg ik me af.

Al was het zingen soms ineens heel leuk, als het me lukte mijn cynisme te laten varen. En toen ik het daar wel mee gehad had en opstond om weg te gaan, legde mijn nieuwe vriend zijn hand op mijn schouder en zei: “I really liked being here with you.” En dat was voor mij precies hetzelfde, ik had dat alleen nooit gezegd.

Tussen de in trance zijnde pubers tippelde ik op mijn teentjes richting uitgang en merkte dat ik het jammer vond om weg te gaan. Want het was fijn daar. En met al die duizend mensen had ik net iets gedeeld. Maar wat?

Raoul kreeg voor zijn tocht van de ANWB Human Nature travel gear, een rugzak en een jack van The North Face en een iPad van Mangrove.