Over de menselijke maat der dingen

Michiel van Straten: Tien verdwenen dagen. Atlas Contact, 235 blz. €24,95

Hoe ver is het, hoe veel, hoe zwaar, hoe laat? Over zulke ogenschijnlijk simpele vraagstukken gaat Tien verdwenen dagen van Michiel van Straten. Kwestie van meten, tellen en op het horloge kijken toch? Dat hale je de koekoek, zegt van Straten en hij heeft gelijk. Tekenend is zijn hoofdstuk over de geschiedenis van de standaardmeter. Na eerdere pogingen de precieze lengte ervan te bepalen meende de Commissie voor Maten en Gewichten van de Franse Académie des Sciences dat de meter het tienmiljoenste deel was van de afstand vanaf Noordpool tot evenaar, gemeten over het aardoppervlak langs de meridiaan van Parijs.

In 1792 werden de wetenschappers Delambre en Méchain erop uitgestuurd om het gedeelte van de meridiaan tussen Duinkerken en Barcelona door driehoeksmetingen vast te stellen. Zeven jaar later werd de standaardmeter bepaald als de lengte van een platinastaaf, nu in het Louvre te Parijs. De onderzoekers hadden er halsbrekende tochten voor gemaakt, de Franse Revolutie, oorlog met Spanje, Méchain had er zijn verstand zowat voor ingeleverd. Hoezo simpel?

De behoefte aan standaardisering begint als de wereld groter wordt dan het eigen erf. Maten, gewichten, aantallen en tijd worden politiek. Trots en persoonlijkheid van mens of natie staan nu op het spel. Wie heeft bijvoorbeeld de juiste tijd?

Lees Van Straten over de historie ervan en men wordt bleek. Welke kalender gebruikt men? Juliaans, gregoriaans, een andere? Voor je het weet ben je tien dagen kwijt. Hoe lost men het schrikkelen op? En hoe kan het dat Jezus vóór zijn geboortejaar ter wereld kwam? Dan nog de hoeveel-kwestie. Fascinerend wat de auteur van Tien verdwenen dagen vertelt over de geschiedenis van nul en de angst voor het Niets.

Van Straten geeft in zijn toegankelijke boek over de menselijke maat der dingen een hoop informatie die oorzakelijkheid als ‘omdat het zo is…’ de voet dwars zet. Veel gegevens en verhalen zag ik in historiewerken al voorbijkomen – over de standaardmeter zelfs twee à driemaal. Maar niet iedereen is uit op twijfel aan meetbaarheid. Voor zekerheidszoekers biedt Van Straten een prachtige inleiding. Hinderlijk is dat zijn stijl sterk lijkt op die in Amerikaanse populair-wetenschappelijke werken. Veel persoonlijke ervaringen, onnodige dialogen, lolligheden, clichés: afleidend. Zonder dit zou ik hebben gezegd: het boek leest als een trein.