Fenegriekcake van Ottolenghi

Een zoete cake met een ingrediënt dat je volop met kerrie associeert en dus met hartig. Dat is wel een gedurfd voorstel, en Yotam Ottolenghi en Sami Tamimi schrijven dan ook in hun boek Jerusalem dat deze fenegriekcake met een ‘disclaimer’ komt: „Niet iedereen houdt ervan”. Er zijn mensen die een dusdanig sterke associatie met

Een zoete cake met een ingrediënt dat je volop met kerrie associeert en dus met hartig. Dat is wel een gedurfd voorstel, en Yotam Ottolenghi en Sami Tamimi schrijven dan ook in hun boek Jerusalem dat deze fenegriekcake met een ‘disclaimer’ komt: „Niet iedereen houdt ervan”. Er zijn mensen die een dusdanig sterke associatie met hartigheid hebben als ze de geur van fenegriek ruiken, dat ze geen cake ermee hoeven.

Het is inderdaad een merkwaardige sensatie om deze cake in de oven te hebben staan en die volle, kerrie-achtige geur te ruiken. Nog merkwaardiger omdat het deeg gemaakt is zonder suiker. Die wordt er pas op het laatst, in de vorm van een siroop met oranjebloesemwater en rozenwater, overheen gegoten.

Misschien zou je de cake zonder de siroop heel goed als begeleider van lamsvlees kunnen eten, met een chutney erbij.

De cake moet beslist tenminste 24 uur staan voor hij gegeten kan worden. De siroop is er dan helemaal ingetrokken en de cake is meer een koek, compact en stevig, en wonderlijk van smaak. Leuk wonderlijk. Verrassend wonderlijk!

De Ottolenghi-jongens raden de koek aan bij een kopje sterke, zwarte koffie. Je voelt je meteen met vakantie in een ver land als je die combinatie ’s ochtends in het herfstzonnetje uitprobeert.

500 g griesmeel; 70 g pijnboompitten; 80 ml olijfolie; 80 ml zonnebloemolie; 40 g zachte boter; 1½ tl fenegriek-zaadjes; 1½ tl instant gist; ½ tl bakpoeder; ½ tl zout; 25 blanke amandelen

Voor de siroop: 300 g kristalsuiker; 1 dl water; 2 el citroensap; 1½ el rozenwater; 1½ el oranjebloesemwater

Breng het fenegriekzaad met een halve liter water aan de kook en laat het ongeveer 25 minuten sudderen tot de zaadjes dik en zacht zijn. Giet ze af en bewaar het water. Maal de pijnboompitten grof in een keukenmachine. Vermeng ze met de griesmeel en de bloem, de olie en de boter, de fenegriekzaadjes, het bakpoeder, zout en de gist. Roer langzaamaan 180 ml van het nog warme fenegriekwater erbij. Kneed het deeg door tot het helemaal glad is. Bekleed een springvorm van 24 cm doorsnee met ingevet bakpapier en stort het deeg in de vorm. Druk het een beetje aan zodat de bovenkant glad is. Snij met een mes een ruitpatroon in de bovenkant, leg in elke ruit een amandel. Dek de vorm af met een doek of met plasticfolie en laat het deeg op een warme plaats een uur staan. Doe de oven aan: die moet 220 graden worden. Bak de cake 20 minuten in de hete oven, draai dan de temperatuur terug naar 200 graden en laat nog 20 minuten bakken. De koek moet lichtbruin zijn en een erin gestoken aardappelmesje moet er schoon weer uitkomen.

Maak de siroop terwijl de cake in de oven staat. Verwarm de suiker met het water tot het kookpunt, roer geregeld om de suiker te laten oplossen. Voeg het citroensap en de bloesemwaters toe, laat nog even doorsudderen en draai het gas uit. Giet, zodra de cake uit de oven komt, de siroop over de hele bovenkant uit – alle siroop gebruiken. De siroop zal door de cake helemaal opgenomen worden. Laat de koek helemaal afkoelen, pak hem dan in en bewaar hem minstens 24 uur alvorens hem aan te snijden.