Boijmans toont Van Eycks genie

Zaterdag opent een grote Van Eyck-expositie in museum Boijmans Van Beuningen. Henk van Os mocht al kijken en geeft een voorbeschouwing.

Jan van Eyck, ‘Drie Maria’s aan het graf’ (ca. 1430-1435, paneel, 71,5 × 90 cm)
Jan van Eyck, ‘Drie Maria’s aan het graf’ (ca. 1430-1435, paneel, 71,5 × 90 cm) Collectie Museum Boijmans Van Beuningen, Rotterdam

Jan van Eyck (circa 1390-1441) is een van de grootste geniën van de Europese schilderkunst. Op de vraag ‘waar komt zo’n genie vandaan?’ heeft het museum Boijmans Van Beuningen met de expositie De weg naar Van Eyck een antwoord proberen te vinden.

Daar heeft het museum alle recht en reden toe, want Boijmans bezit een schilderij van Jan van Eyck, De drie Maria’s aan het graf, dat zich sinds een recente restauratie openbaart in zijn oorspronkelijke rijkdom aan kleur en licht. Vergelijkingen met andere werken uit die tijd zijn juist daarom nu goed te maken.

Bovendien hangt er op de tentoonstelling nog een ander, net iets ouder schilderij, het Norfolk-triptiek (1415-1420, van een onbekende maker), dat helemaal goed laat zien waar Van Eyck de mosterd vandaan haalde.

Of, zoals het museum zegt: in welke al langer gaande ontwikkeling Van Eycks werk is geworteld.

Het is bijna niet te geloven dat het museum in staat is gebleken, in samenwerking met de Gemäldegalerie van de Staatliche Museen in Berlijn, de kunst van de jaren voor Van Eyck, die in dezelfde omgeving is ontstaan (Parijs, Vlaanderen, Keulen) zo compleet tentoon te stellen als gebeurt op De weg naar Van Eyck. In Rotterdam zijn niet alleen schilderijen, maar ook beeldhouwwerken, miniaturen en voorwerpen van edelmetaal te zien.

Tegelijk besef je juist door die wonderbaarlijke compleetheid hoe uniek Van Eyck als kunstenaar is geweest. Want juist door de vraag te stellen – de grote verdienste van deze tentoonstelling – is die ook te beantwoorden. En dan is het antwoord: nee, directe verbanden zijn er nauwelijks of niet gelegd, hooguit treffende overeenkomsten hier en daar.

Neem de kunst uit Brugge en Gent van die tijd. Wat de tentoonstelling helder laat zien, is dat die van te lage kwaliteit is om te concluderen dat Van Eyck zijn exceptionele gave er vandaan heeft.

De weg naar Van Eyck is een prachtige, wetenschappelijk en conceptueel interessante tentoonstelling die je beloont als je er de tijd voor neemt. De makers dwingen daar ook toe, dat tijd nemen, door op sommige schilderijen geen spotlicht te laten vallen.

Dat werkt bijzonder goed, want dan ben je gedwongen minstens twee minuten te kijken alvorens je überhaupt iets ziet.

Vervolgens zie je goed wat kleuren doen, bijvoorbeeld in de reliëfstructuur van een compositie. Spots pletsen dat soort kleurschakeringen plat; dan zie je eigenlijk niets.