Gevoelige bitterreceptor helpt tegen verkoudheid

Mensen die goed bepaalde bittersmaken kunnen proeven, worden mogelijk minder snel ernstig verkouden. Hun gevoelige bitterreceptoren detecteren ook sommige stoffen die bacteriën uitscheiden. Als dat gebeurt komt er meteen een krachtige afweerreactie op gang. Dat schrijven Amerikaanse onderzoekers deze week in Journal of Clinical Investigation. Die bitterreceptoren zijn G-eiwit-gekoppelde receptoren: zie het artikel over de Nobelprijs voor scheikunde, hiernaast.

Bitterreceptoren – er bestaan zo’n twintig verschillende – bevinden zich in de smaakpapillen achter op de tong, maar ze zijn ook aangetroffen in de wand van de neus en in de longen. Wetenschappers gingen er altijd van uit dat bitter kunnen proeven evolutionaire voordelen heeft gehad: veel gifstoffen uit planten en schimmels smaken bitter en zo’n receptor zou een waarschuwende functie hebben. Maar die theorie kon niet verklaren waarom die receptoren dan ook in neus of longen zitten.

Noam Cohen en zijn medewerkers hebben daar nu wel een verklaring voor. De bitterreceptor TAS2R38 dient, in ieder geval in de neus, als bacteriedetector. Zodra de receptor geprikkeld wordt, produceert het neusepitheel extra slijm en scheidt het antibacteriële stoffen uit, waardoor de indringers zich niet kunnen vestigen. Tenminste, bij wie gevoelige bitterreceptoren heeft. Ongeveer een kwart van de mensen is zo’n ‘superproever’ en kan dus minieme hoeveelheden van een bittere stof proeven. Dat ligt vast in de genen.

In het laboratorium maakten de onderzoekers kweekjes van neusepitheelcellen met verschillende varianten TAS2R38-receptoren. Vervolgens lieten ze zien dat de receptoren van superproevers veel heftiger reageren op de bitterstoffen van ziekteverwekkende bacteriën dan andere varianten. Bacteriën waren na twee uur in de celkweek goeddeels dood. Bij cellen van matige of niet-bitterproevers bleven de bacteriën wel in leven.

In een groep patiënten die toevallig aan hun neus geopereerd moesten worden, bevestigden de onderzoekers dit beeld: geen van de superproevers (11 van de 56 patiënten) had ziekmakende bacteriën in de neusholte, volgens Cohen een sterke aanwijzing dat hun afweer superieur is.