Donald is in 60 jaar ingeburgerd

Donald Duck heeft in zestig jaar sterk Nederlandse trekjes gekregen. Ook bij 18-plussers is Walt Disney’s eend geliefd.

Donald Duck is de afgelopen 60 jaar steeds Nederlandser geworden. De kort aangebonden van oorsprong Amerikaanse tekenfilmeend uit de Disney-stal, geboren in 1934, is met succes ingeburgerd. Hij is als stripfiguur met eigen blad inmiddels een populaire Nederlander – niet alleen geliefd bij kinderen, maar ook bij volwassenen.

Dat blijkt uit de volgende feiten:

Het meest geliefde topstuk (bij het publiek) uit de Koninklijke Bibliotheek en het Nationaal Archief in Den Haag is het eerste exemplaar van de Nederlandse Donald Duck, dat uitkwam op 25 oktober 1952. Dat bleek vorig jaar bij een internetverkiezing. De stripeend won het ruim van het Plakkaat van Verlatinghe uit 1581 (de Nederlandse onafhankelijkheidsverklaring van Spanje) en de Grondwet uit 1848.

Het meest gelezen blad onder Nederlandse studenten is niet een dagblad, maar het vrolijk weekblad Donald Duck. Een op de tien studenten leest het, bleek uit een onderzoek in 2008.

De oplage van de Nederlandse Donald Duck ligt de laatste jaren rond de 300.000, volgens uitgever Sanoma. Daarmee is het het grootste jeugd- en jongerenblad (doelgroep 8-12 jaar) van Nederland. In totaal krijgen per week zo’n 2 miljoen meelezers het blad onder ogen; en van hen is volgens hoofdredacteur Thom Roep 35 procent ouder dan 18 jaar.

Ik beken: ik ben een van die volwassen Ducklezers, die Donalds worsteling met het leven (steeds nieuwe baantjes zoeken), vrouwen (Katrien), kinderen (Kwik, Kwek en Kwak) graag volgt.

In Scandinavië was na de Tweede Wereldoorlog met veel succes een weekblad rond Walt Disney’s stripeend geïntroduceerd. Naar Amerikaans voorbeeld. De uitgever van het damesblad Margriet, destijds De Geïllustreerde Pers, wilde dat in Nederland ook wel proberen. Op 25 oktober 1952 werd de eerste Donald Duck samen met de Margriet bij de abonnees bezorgd, met de mededeling aan ouders dat Donald Duck volgens ‘pedaegogen’ voor kinderen opvoedkundig echt wel verantwoord was.

Het blad was meteen een succes. Maar de hoeders van de goede smaak waren niet enthousiast. Een mooi voorbeeld is Annie M.G. Schmidt, succesvol kinderboekenauteur, voormalig bibliothecaresse en domineesdochter. Ze schreef in een essay over jeugdliteratuur (Van schuitje varen tot Van Schendel) in 1954, met een duidelijke sneer naar de net nieuwe Nederlandse Donald Duck: „In de speeltuin waar ik met mijn zoontje zit, circuleert een kinderblad. Het is een Walt Disney-achtig tijdschrift, dat hoofdzakelijk door strips wordt gevuld. Het is niet onzedelijk, het is niet verderfelijk, het is alleen maar lelijk. Afschuwelijk lelijk, het is smakeloos, en het is lorrig. Maar alle kinderen vliegen er op af, omdat het kleurig is en omdat het gek is. Ze moeten om de dierencaricaturen lachen. [...] Ze gieren om de banale grapjes [...]. Ik bekijk het prul even en ik moet niet lachen. Ik moet huilen. Huilen omdat dit blaadje in een oplaag van circa honderdduizend exemplaren verspreid wordt in ons land, terwijl er geen geld is voor een goed kinderblad. Deze kinderen [...] gaan later naar de film en zien daar ook een soort strips, even smakeloos, even banaal, even harteloos, even cliché. Deze kinderen worden stripkinderen en later worden het stripmensen.”

Het zal wel aan de verderfelijk invloed liggen die Donald Duck op de toenmalige jeugd heeft gehad: tegenwoordig is Oom Donald in aanzien gestegen. Culturele instanties als het Rijksmuseum associëren zich tegenwoordig graag met Donald Duck: vorig jaar werkten het museum en het blad samen rond een expositie over de overwintering van Willem Barentsz op Nova Zembla. Donald Duck beleefde met de neefjes en Oom Dagobert een avontuur op Nova Zembla, en in het nummer werd verwezen naar de expositie en een lespakket.

Ook hoger opgeleiden lezen Donald Duck graag: historicus en publicist Maarten van Rossem is een verklaard liefhebber van de verhalen van de „betere Duck-tekenaar” Carl Barks, schepper van Oom Dagobert. Net als schrijver Kees ’t Hart. Die schreef dat hij als schrijver schatplichtig is aan Barks en diens ‘kunst van het weglaten’: „Barks laat zien wat literatuur moet zijn.” De redactie van de Nederlandse Donald Duck heeft er de afgelopen 60 jaar veel werk van gemaakt de kwalitatief hoogstaande Duck-strips van Barks (1901-2000) te herplaatsen en onder de aandacht te brengen.

De Nederlandse Donald Duck heeft ook in de geest van Barks Duck-striptekenaars en Duck-verhalenschrijvers voortgebracht, die ook in Amerika succes hadden, zoals bijvoorbeeld Daan Jippes. Want Nederland is met Denemarken een van de grootste producenten van Donald Duck-stripverhalen geworden, omdat Donald Duck, als blad inmiddels opgeheven in Amerika, vooral een Europees succes is. Al in 1953 huurde de Geïllustreerde Pers een Nederlandse tekenaar in, Endre Lukács (afkomstig uit Hongarije, ook illustrator voor het Algemeen Handelsblad), om covers te maken met een Nederlands tintje (zoals Sint en Piet, trapgeveltjes). In de jaren zestig en zeventig werden tekenaars van de Toonder Studio’s ingehuurd om verhalen te tekenen. Daarna zijn er verschillende generaties speciale Nederlandse Duck-tekenaars opgeleid; de nieuwste gaan workshops geven op de tentoonstelling gewijd aan 60 jaar Donald Duck in het Stripmuseum in Groningen, volgende week.

Donald Duck is de afgelopen jaren steeds Nederlandser geworden: om dat te markeren heeft de redactie dit jubileumjaar ook allemaal verhalen geplaatst waarbij Donald Duck steeds in een andere provincie een avontuur beleeft. Die verhalen zitten ook vol vaderlands historische weetjes; ze tonen de educatieve kant van het Nederlandse Duckblad, dat ook een verstripte geschiedenis van Nederland publiceerde, Van Nul tot Nu geschreven door de hoofdredacteur van Donald Duck, Thom Roep.

Volgens hem is Donald Duck nog steeds een succes omdat Nederland een leesland is, zei hij onlangs in Metro. Hij rekent Donald Duck inmiddels tot de leescultuur, en ik denk dat hij gelijk heeft. Roep denkt ook dat er sprake van traditie is: wie als kind plezier beleefde aan Donald Duck, kijkt het blad als volwassene ook nog graag in. De Donald Duck-redactie speelt daarop in, met grappen over Nederlandse actuele (culturele) zaken, die voor volwassenen te volgen zijn, maar aan kinderen voorbijgaan. Zoals las Donald een boek van Geert Kwak, De meeuw van mijn vader, of een boek in Goofy’s boekenkast: de nieuwe Harry Muesli, De ontdekking van de zemel.

Expositie Donald Duck Weekblad 60 Stripmuseum Groningen. 20 okt t/m 13 jan, met workshops van Duck-tekenaars. Inl: stripmuseum.nl