De kwestie God

Taizé. Foto NRC / Raoul de Jong
Taizé. Foto NRC / Raoul de Jong Taizé. Foto NRC / Raoul de Jong

Na de ontmoeting met de Engel trapte ik me in één ruk richting Taizé. Of althans, dat was de bedoeling. Want Robin kreeg weer last van zijn oude kuren. Het achterwiel werd afgeremd door het gewicht op de bagagedrager, het linker voetpedaal stopte met werken en het stuur draaide niet. Twee dagen deed ik er over. Tegen de tijd dat ik de afslag naar Taizé zag was ik kapot.

Mijn hart begon te bonzen: hier was ik dan, mijn Farm. Als dit niet mijn Farm zou worden, was er geen andere meer onderweg. Bang was ik ook. Taizé is christelijk, ik ben dat niet. De laatste keer dat ik me probeerde te verdiepen in het Christendom werd ik belaagd door een hitsige monnik.

Waarom ik het toch weer wil proberen:

God is de opium voor het volk, zeggen mensen vaak, maar ik snap nooit hoe je dat in een wereld die overspoeld wordt door tv, reclame, Facebook, Gmail, romantische komedies en internetporno kunt zeggen. God lijkt me niet de oorzaak van onze versuffing, het lijkt me eerder een gebrek er aan.

Ik ben niet Christelijk, maar ik geloof in iets als God. Laat ik gewoon zeggen: God. Ik zou ook kunnen zeggen ‘het universum’ of ‘de wetten van de natuur’ of ‘het wonder van het leven’, maar als er niemand in de buurt is die dit verkeerd zou kunnen opvatten noem ik het meestal gewoon God. Juist omdat dit woord zo groot is, zo veel impliceert en daardoor ook gevaarlijk. Zeggen dat je in God gelooft is een duidelijke keuze. Zeggen dat je gelooft in het universum is dat niet.

Geloven in een God is een keuze, het betekent dat ik bepaalde dingen moet doen en andere dingen moet laten. Dat is niet vervelend, het maakt mijn leven leuk. Als een wonderlijk spel waarin de onmogelijkste dingen gebeuren op het moment dat ik de regels begrijp. Toch is het geen trucje, geen illusie. Het is iets wat ik heb ervaren, maar niet kan verklaren. Soms is God de enige logische conclusie, daarom geloof ik in God.

Ik voel het op het moment dat ik stop met dingen plannen, het leven het leven laat, luister naar mijn intuïtie en opensta voor wat er gebeurt. Dat is waarom ik hou van reizen. Tijdens het reizen is daar plaats voor, in het echte leven vaak niet.


Grotere kaart weergeven

Niet lang geleden was iets wat ook God werd genoemd een vast onderdeel van ons dagelijks leven. Samen met de kerk is dat uit ons leven verdwenen. Ik weet te weinig over die God om te weten of dat terecht was. Wel weet ik dat wat er voor in de plaats kwam mij nooit iets over wat ik God noemt heeft verteld.

Mijn God is mijn God maar, mijn God is geen religie. Een van de dingen die religie brengt is saamhorigheid, een gedeelde droom. En saamhorigheid is precies waar het deze reis overal aan leek te ontbreken. Misschien is het mogelijk het wiel opnieuw uit te vinden, collectief een nieuwe droom te dromen, zoals ze deden in The Farm. Maar is dat echt nodig? Misschien kun je beginnen met wat er hier ooit geweest en dat op een nieuwe manier interpreteren? Meenemen wat werkte en achterlaten wat fout was?

Kortom: Wat hebben we verloren toen we samen met de kerk God weggooiden? Is het een van de oorzaken van, en dus ook een antwoord op, De Crisis zoals ik die begreep in Joinville? Kan ik wat ik God noem in de christelijke God herkennen? En is het überhaupt mogelijk om samen met een groep mensen dezelfde droom te dromen, een droom die mensen verenigt in plaats van ze verder uit elkaar te duwen? Zonder dat dat raar en benauwend wordt?

Er zijn genoeg voorbeelden te vinden als je het tegendeel zou willen bewijzen. Maar ik kwam naar Taizé omdat ik hoopte te ontdekken dat het mogelijk is.

Ik zette Robin tegen een boom en rookte een sigaret op een muurtje naast het fietspad. Toen liep ik over een lange, geasfalteerde weg het laatste stuk naar de gemeenschap.

Van de andere kant kwamen net drie meisjes mijn richting op gesjokt, heel loom en nonchalant zoals alleen pubers dat kunnen. “Weet jij waar de rivier is?” vroeg de leider van de bende in het Vlaams. Ze leek op Brigitte Bardot, net als de Engel van Taizé een belachelijk mooi meisje. Wat ik toch niet van een Christelijke gemeenschap had verwacht.

Daphne heette ze en inderdaad: ze verbleven in de gemeenschap. Ze waren er met school. Ze hadden kunnen kiezen: les of dit. Dit was dan beter. Al moest ik vooral niks van het eten verwachten.
“Tot vanavond Raoul,” zei Daphne en giebelend liepen ze door.