‘Aantal huiseigenaren met restschuld opgelopen tot 700.000’

Door de gedaalde huizenprijzen levert een gedwongen verkoop in steeds meer gevallen een verlies op. Foto NRC / Arjan de Jongh

Huizenbezitters die hun woning na 2000 hebben gekocht, lijden gemiddeld verlies als ze hun huis nu zouden verkopen. Grootste gedupeerden zijn de kopers uit 2008; hun restschuld kan ruim 81.000 euro bedragen, zo schrijft de Volkskrant vanochtend.

De gemiddelde woningprijs is sinds 2008 met 51 duizend euro gedaald naar 214 duizend euro, blijkt uit berekeningen op basis van cijfers uit het Kadaster. Met kosten koper meeberekend zijn de verliezen nog een stuk hoger. De gemiddelde koper moest hier destijds 31 duizend euro voor neertellen.

Met kosten koper erbij zijn verliezen nog groter

Nu de huizenprijzen vier jaar aan het dalen zijn ligt deze ongeveer op het niveau van 2005. Met kosten koper inbegrepen komt gemiddeld iedere huizenkoper die de aanschaf na 2000 deed met een potentiële restschuld.

Sinds 2000 zijn er ruim 2 miljoen huizen verkocht. Hoogleraar Johan Conijn van de Universiteit van Amsterdam laat de krant weten dat het totaal aantal huishoudens met een restschuld veel lager ligt, dit zijn er ongeveer 700 duizend: “Dat aantal loopt hard op, nu de prijzen maar blijven doordalen.” Voor de overige huizen geldt dat ze sinds 2000 alweer zijn verkocht of dat de eigenaren hebben gespaard of geld hadden uit de verkoop van een vorig huis.

De potentiële strop is iets minder bedreigend voor mensen die na vorig jaar juli een huis hebben gekocht, zo schrijft de krant. Toen verlaagde het kabinet de overdrachtsbelasting van 6 naar 2 procent. Maar ook voor de kopers die daarvan profiteerden geldt dat ze pas uit de kosten komen als de huizenprijzen weer gaan stijgen.