VS-diplomaat is ons voorbeeld

Goede diplomaten maken het verschil. Een Nederlandse minister zou kunnen leren van de algemene waardering voor de vermoorde Amerikaanse diplomaat Chris Stevens, vindt Petra Stienen.

Amerikanen doen niet snel iets goed in de ogen van Arabieren. De inval in Irak, de eenzijdige steun aan Israël en de nauwe samenwerking met de dictators in Egypte, Tunesië en Saoedi-Arabië hebben de geloofwaardigheid van de Verenigde Staten in de regio ondermijnd.

Daarom is het opvallend dat er na de moord op Chris Stevens, de Amerikaanse ambassadeur in Libië, zo veel steunbetuigingen kwamen uit Libië en de rest van de Arabische wereld. In de straten van Benghazi en Tripoli werden grote demonstraties gehouden. Speciale herdenkingswebsites en Facebookpagina’s stroomden vol met berichten.

De kern van alle reacties was dat deze diplomaat echt oog had voor de mensen in de Arabische wereld. Hij sprak de taal en durfde contacten te leggen met iedereen, van hoog tot laag. Het verdriet om zijn dood is vele malen groter dan de steun voor de mensen die hem en zijn drie collega’s hebben vermoord.

Stevens doorbrak alle vooroordelen over diplomaten. Hij was wars van formeel gedoe, vond recepties een noodzakelijk kwaad en was veel liever op pad dan achter de veilige muren van de ambassade. Als diplomaat heb ik veel van hem geleerd. Hij gaf een unieke invulling aan een mooi vak, dat veel meer is dan op hoog niveau postbode spelen voor wederzijdse regeringen. Ik ontmoette hem voor het eerst in Kairo, bijna twintig jaar geleden. Hij nam me mee naar achterafstraatjes, om in buurtcafés te spreken met mensenrechtenactivisten. Zijn juridische achtergrond hielp hem om hen te steunen waar dat kon.

Jaren later werkten we weer samen, in Damascus. Daar lukte het hem, met zijn Californische glimlach en Arabisch met Amerikaans accent, het wantrouwen van Iraakse en Syrische activisten over de VS weg te nemen. Natuurlijk weet ik dat lang niet alle Amerikaanse diplomaten helden zijn in het luisteren en leren van anderen zonder alleen het eigenbelang door te drukken, maar Chris kon dat wel, met behoud van de waarden waarvoor de VS en ook Nederland staan: mensenrechten, vrijheid van meningsuiting en een ondernemende houding.

In Libië had hij zich willen inzetten voor samenwerking in het onderwijs en de gezondheidzorg. Hij was in Benghazi om een nieuwe vleugel in een ziekenhuis te openen. Het is intens verdrietig voor hem, de Libiërs en ons allemaal dat hij zijn levenswerk niet kan afmaken.

De Nederlandse diplomatie kan lering trekken uit het leven en werk van Stevens. Natuurlijk vertegenwoordigde hij een supermacht, maar Nederlandse diplomaten komen uit een land dat de zestiende economie van de wereld is en dat jarenlang een goede reputatie had als voorvechter voor vrede, veiligheid en mensenrechten.

Een klein land als Nederland profiteerde enorm van de kracht van individuele diplomaten – mensen met een combinatie van eigengereidheid en loyaliteit, passie en expertise en vooral de overtuiging dat een stevig Nederlands buitenlandbeleid in ieders belang is. Denk aan de steun van Coen Stork in de jaren tachtig aan dissidenten in Cuba en Roemenië, of hoe Koos van Dam Nederland binnen de Arabische wereld op de kaart zette. Roeland van de Geer kon dankzij zijn enorme kennis en ervaring in Afrika de eerste EU-ambassadeur in Zuid-Afrika worden. Renée Jones-Bos hield Nederland als ambassadeur op de agenda in Washington toen het kabinet-Rutte zich steeds meer begon terug te trekken achter de dijken.

Directeur Ko Colijn van het Instituut Clingendael waarschuwt in de recente publicatie Rijk achter de Dijken voor de toenemende introverte houding van Nederland. Omdat het vorige kabinet vooral de focus op economische diplomatie heeft gelegd, zijn onze diplomaten steeds meer handelsreizigers geworden, die puur moeten inzetten op het zakelijke belang van Nederland. Binnen dit beleid bestaat geen ruimte meer voor de uitbreiding van talenkennis en regio-expertise.

Hiermee begint een waardevolle traditie van een land met een open blik naar buiten steeds meer af te kalven. De politiek lijkt te vergeten dat Nederland via daadwerkelijke internationale samenwerking op vrede en veiligheid wereldwijd veel beter kan bijdragen aan ons eigenbelang dan via een eenzijdige focus op economisch gewin. Hopelijk zullen de zeven oud-diplomaten in de nieuwe Tweede Kamer de nieuwe minister van Buitenlandse Zaken scherp aanpakken.

Uiteindelijk zal de nieuwe minister allesbepalend zijn voor de bewegingsvrijheid die onze diplomaten krijgen om het belang van Nederland goed te behartigen. De laatste jaren werd er veel gemord op het departement over de starre aanpak van minister Rosenthal (Buitenlandse Zaken, VVD). Zijn uitspraken over diplomatie als rustiek tijdverdrijf bleven boven de markt hangen. Hij bleek duidelijk moeite te hebben met diplomaten die hun vleugels willen uitslaan via sociale media.

Of hij terug komt of niet, Rosenthal of zijn opvolger zou er goed aan doen te luisteren naar de toespraken van president Obama en minister Clinton (Buitenlandse Zaken) bij de herdenkingsdienst voor Stevens en de andere omgekomen diplomaten. Er is veel inspiratie te vinden in hun lovende woorden over diplomaten die zich inzetten voor een betere wereld, die zich verdiepen in andere talen en culturen en die durven af te wijken van gebaande paden.

Secretaris-generaal Jones-Bos kan de nieuwe minister in elk geval goed adviseren over de wensen en talenten van diplomaten. Eerder in haar loopbaan was zij verantwoordelijk voor de selectie van jonge diplomaten. Achter de schermen steunt zij veel van hen nog steeds bij hun werk.

Deze nieuwe generatie Nederlandse diplomaten staat te popelen om echt iets te betekenen voor mensen in de rest van de wereld, net als Stevens. Zij willen dolgraag Nederlandse belangen behartigen, vaak op gevaarlijke en lastige plekken, zoals Afghanistan, Libië en Irak. Hiervoor hebben ze wel een minister nodig die hen volledig vertrouwt en steunt – en durft te erkennen dat juist die individuele diplomaat een wereld van verschil kan maken.

Petra Stienen is arabist en auteur van het boek Het andere Arabische geluid. Tussen 1992 en 2009 was ze werkzaam in de diplomatieke dienst.