Opiniestuk partijprominent Leo Platvoet: missie GroenLinks is mislukt

Illustratie Hajo / nrc.next Illustratie Hajo / nrc.next

De oprichters van GroenLinks wilden in 1989 een links-solidaire, groene en vrijheidslievende partij, een alternatief voor de altijd naar rechts buigende PvdA. Die partij is GroenLinks niet geworden, schrijft Leo Platvoet in een opiniestuk in NRC.

Het getuigt van verschrikkelijk amateurisme hoe de ‘partijtop’ van GroenLinks is omgegaan met de crisis waarin deze partij zich bevindt.

Er zijn ‘schuldigen’ genoeg aan te wijzen (Mariko Peters, Ineke van Gent, Tof Thissen, Heleen Weening, Jolande Sap, Tofik Dibi, Jesse Klaver – en zo kunnen we nog even doorgaan), maar toch is dat niet de oorzaak van de crisis.

Hoezeer de politiek ook tot een personendrama is verworden, de oorzaak van de crisis in GroenLinks zit toch echt dieper. Op cruciale punten is de partij tot op het bot verdeeld. De liberale koers van Femke Halsema gaf de klaroenstoot tot die verdeeldheid.

Natuurlijk, ook voor die tijd was GroenLinks af en toe verdeeld op zeer belangrijke thema’s, zoals de NAVO-bombardementen op Servië eind jaren negentig, waarmee de toenmalige Tweede Kamerfractie – onder leiding van Paul Rosenmöller – had ingestemd. Ook toen was er grote beroering in de partij, met boze achterbanvergaderingen én – een groot verschil met nu – een Eerste Kamerfractie die niet kwispelend als een schoothondje aanliep achter ‘de partijtop’. Het resultaat was het intrekken van die steun. Hiervoor waren goede argumenten (het bombarderen van burgerdoelen), maar bovendien had Rosenmöller oog voor het bindend vermogen dat een fractievoorzitter moet hebben als de partij gespleten is op een wezenlijk onderwerp.

Halsema en Sap missen dit vermogen ten enenmale. Bevangen door het door media-adviseurs en andere valse profeten aangereikte waanidee dat een politiek leider op de troepen vooruit moet lopen, hebben beiden GroenLinks op sleeptouw genomen naar het politieke midden, naar het walhalla van de papieren resultaten.

Zij wisten dat de achterban van GroenLinks grote moeite had met het verkorten van de WW, het versoepelen van het ontslagrecht, het kleineren van de vakbeweging, het steunen van een NAVO-missie in Afghanistan, het oproepen tot een fusie met D66 en het clichématig in de conservatieve hoek zetten van de SP en het Lenteakkoord, de grootste fopspeen uit de Nederlandse parlementaire geschiedenis, maar Halsema en Sap hadden op de keper beschouw geen boodschap aan de achterban.

Het ontbrak hun aan de politieke wil – en het juiste leiderschap – om de tweespalt die zich in GroenLinks aan het voltrekken is, te voorkomen. Op congressen, die nu eenmaal niet graag de ‘politiek leider’ de wacht aanzeggen – zeker niet vlak voor verkiezingen – kregen ze hun zin, vaak met de mantra van ‘volgende keer zullen we beter naar de achterban luisteren’, die eventjes snel werd afgedraaid – om daarna weer net zo snel vergeten te worden.

GroenLinks mag dan volgens de verkiezingsleuze zin in de toekomst hebben, maar relevanter is de vraag: heeft de toekomst zin in GroenLinks?
Iemand die groen het belangrijkst vindt, zal zeggen ‘ja natuurlijk, kijk in de landen om ons heen: België, Frankrijk, Duitsland: allemaal hebben ze groene partijen, die ook nog linksig in het politieke spectrum staan, en duurzaamheid is het thema van de toekomst’.

Iemand die links het belangrijkst vindt, kan wijzen op Denemarken, Zweden, Noorwegen en IJsland. Daar doen rood-groene partijen het doorgaans goed – in Denemarken, IJsland en Noorwegen zitten ze zelfs in de regering – maar die hebben op sociaal-economisch vlak een SP-achtig programma en lopen niet achter de NAVO aan. Solidariteit moet het thema van de toekomst zijn in een wereld waar dagelijks twee miljard mensen vechten tegen armoede.

En dan zijn er nog de ‘modernisten’ in GroenLinks, de vrijzinnig-liberalen, die aanschuren tegen D66 – niet alleen met hun vrijzinnigheid, maar ook met hun marktgerichte opvattingen op sociaal-economisch terrein en met een groot geloof in de noodzaak van een federaal Europa.

Is er dan geen ruimte voor een partij die het links-solidaire, het groene en het vrijheidslievende weet te combineren, een partij die meer vertrouwt op de veranderingsgezindheid van mensen dan van instituties, een partij die van nature argwanend staat ten opzichte van heersende machten, economische elites en militaire krachtpatserij, een partij die voor linkse kiezers het alternatief is voor de altijd naar rechts afbuigende PvdA? Die partij stond de oprichters in 1989 voor ogen en die partij is GroenLinks – helaas – niet geworden.

Leo Platvoet was tussen 1987 en 1989 onderhandelaar namens de PSP in de aanloop naar GroenLinks, in 1989 en 1990 de eerste voorzitter van GroenLinks, tussen 1990 en 1994 voorzitter van de GroenLinksfractie in de gemeenteraad van Amsterdam en tussen 1999 en 2007 Eerste Kamerlid voor GroenLinks. Thans werkt hij in Liberia aan de versterking van het parlement aldaar.

Dit opiniestuk is gisteren gepubliceerd in nrc.next en NRC Handelsblad.

    • een onzer redacteuren