En studeren gaat duurder worden

Er komt waarschijnlijk een sociaal leenstelsel voor nieuwe studenten. Studenten zouden tegen een laag rentetarief kunnen gaan lenen en ze hoeven pas terug te betalen als ze een baan hebben gevonden. Studentenorganisaties zijn woedend.

Amsterdam 12-11-2002 Studenten protesteren op het Museumplein tegen de plannen van staatssecretaris Nijs Foto NRC H'Blad Maurice Boyer
Amsterdam 12-11-2002 Studenten protesteren op het Museumplein tegen de plannen van staatssecretaris Nijs Foto NRC H'Blad Maurice Boyer

Het studentenfeestje duurde gisteren maar kort. Enkele uren nadat er bij de stemmingen in de Tweede Kamer een definitief einde kwam aan de langstudeerboete, berichtte de NOS dat de onderhandelaars van VVD en PvdA de basisbeurs willen afschaffen en vervangen voor een sociaal leenstelsel.

Vanaf het collegejaar 2014-2015 verdwijnt de basisbeurs voor nieuwe studenten, vernam de NOS van bronnen rond de formatie. Eerstejaars die in 2014 aankomen, moeten gaan lenen. Studenten die al studeren, behouden hun beurs.

Het is nog onduidelijk of ook de aanvullende beurs voor studenten met weinig draagkrachtige ouders in een lening word omgezet. Het sociale aspect van het leenstelsel schuilt erin dat studenten tegen een laag rentetarief lenen en pas naar draagkracht moeten gaan afbetalen als ze een baan hebben gevonden.

Haagse bronnen zeggen tegen deze krant dat er nog geen dichtgetimmerd akkoord ligt, maar voor wie de verkiezingsprogramma’s van VVD en PvdA leest, komt de afschaffing van de basisbeurs niet als een verrassing. Beide partijen pleiten al langer voor een sociaal leenstelsel, om verschillende redenen. De VVD hoopt dat studenten zo sneller studeren en vindt het daarnaast redelijk dat jongeren meer investeren in hun eigen toekomst. De PvdA is tegen de basisbeurs omdat daarmee via de belastingen „de bakker op de hoek meebetaalt aan de opleiding van de zoon van de advocaat”.

Wat zijn de gevolgen van dit besluit? Studeren wordt duurder. De basisbeurs voor uitwonenden bedraagt momenteel 266,23 euro, die voor thuiswonenden 95,61 euro. Wie dat wil gaan lenen bij de overheid, is jaarlijks respectievelijk 3.194,76 euro en 1.147,32 euro kwijt. Dat eerste bedrag is hoger dan de langstudeerboete: studenten die meer dan een jaar studievertraging opliepen, moesten volgens die regeling 3.063 euro extra collegegeld betalen.

Dat het volgen van hoger onderwijs duurder wordt, heeft grote gevolgen, zegt de HBO-Raad, de koepel van hogeschoolbesturen. De raad publiceerde vorige maand een notitie waarin staat dat het einde van de basisbeurs ertoe leidt dat jaarlijks 20.000 jongeren minder hoger onderwijs zullen volgen. Als ook de aanvullende beurs verdwijnt, loopt dat aantal op tot 35.000.

Bron voor deze berekening is een recent onderzoek naar ‘leenaversie’ onder studenten door het Centraal Planbureau. Volgens het CPB leidt elke kostenverhoging van 1.000 euro tot een afname van de studiedeelname van 0,6 procent.

Studentenorganisaties zijn dan ook woedend. Studentenbond LSVb laat weten dat de invoering van een leenstelsel „slecht is voor de toegankelijkheid van het hoger onderwijs en een dolk in de rug van Nederland kennisland”. Thijs van Reekum, voorzitter van het ISO, concludeert: „Studenten belanden van de regen in de drup.”

Of studenten massaal gaan demonstreren tegen de maatregel, zoals bij de invoering van de langstudeerboete gebeurde, valt nog te bezien. Doordat VVD en PvdA de huidige studenten uit de wind houden, ontbreekt voor hen de noodzaak zich tegen de invoering van het leenstelsel te verzetten.

Met het leenstelsel komt een einde aan de basisbeurs als gift, die in 1986 werd ingevoerd. Daarvoor werden studenten gefinancierd via hun ouders, die een hogere kinderbijslag kregen als ze kinderen hadden die hoger onderwijs volgden.

De basisbeurs kende een roerig bestaan. Politiek Den Haag sleutelde er constant aan. In 1991 werd de beurs gekort zodat alle studenten van het vrijgekomen geld een ov-kaart konden krijgen. In dat jaar besloot onderwijsminister Jo Ritzen (CDA) ook dat studenten vijf in plaats van zes jaar recht hadden op een basisbeurs. Die bedroeg op dat moment voor uitwonenden 570 gulden (259 euro) per maand.

In 1995 maakte Rizten van de gift een ‘tempobeurs’. Studenten moesten per jaar minstens een kwart van hun studiepunten halen, anders moest de beurs worden terugbetaald. In 1995 werd die grens verhoogd naar 50 procent van de studiepunten. Een jaar later kreeg de basisbeurs zijn huidige vorm, die van ‘prestatiebeurs’. Studenten hebben recht op vier jaar beurs, mits ze binnen tien jaar hun studie afronden. Wie daarin niet slaagt, moet de gift terugbetalen. De hoogte van de beurs is gestegen van 211,09 euro (uitwonend) en 68,55 euro (thuiswonend) in 2002 tot 266,23 euro, en 95,61 euro nu.

VVD en PvdA halen met het afschaffen van de basisbeurs 100 miljoen euro op in 2017, oplopend tot 800 miljoen euro in 2035. Dat bedrag verdwijnt niet in de schatkist, maar wordt weer in het onderwijs geïnvesteerd, zo stond in de verkiezingsprogramma’s van beide partijen. Het komt niet alleen ten goede aan het hoger onderwijs, maar ook aan de verbetering van het basis- en voortgezet onderwijs.