Domme actie met gasbrander

Bij Chemie-Pack gebeurde het vaker, ontdooien met een gasbrander. Maar dit geval was dom, zei een productieleider vandaag.

Advocaat Drenth (rechts), met links van hem de directeur, de productieleider en de veiligheidscoördinator van Chemie-Pack.
Advocaat Drenth (rechts), met links van hem de directeur, de productieleider en de veiligheidscoördinator van Chemie-Pack. Foto ANP

De aanstichter van de immense brand bij Chemie-Pack in Moerdijk kan zich de middag van 5 januari 2011 nog goed herinneren.

M.A. was kort na tweeën bezig om op het buitenterrein van het bedrijf harsen te mengen. Dat lukte niet. Een pomp was bevroren. Hij vroeg zijn directe chef om raad en die had hem opgedragen om met een gasbrander de pomp te ontdooien. „Ik heb dat meerdere keren gedaan”, aldus de van oorsprong Marokkaanse man, die niet altijd even goed Nederlands spreekt en verstaat. Ook zijn chef had de gasbrander gehanteerd. En meerdere mensen, onder wie de driehoofdige leiding van het bedrijf, wisten daarvan. „Zij hebben dat zelf gezien.” Zij wisten dat het gebruikelijk was om in geval van bevriezing een gasbrander te hanteren, hoe riskant ook. Want de productie moest door. „De productieleider zei dat het product om half vijf klaar moest zijn.”

Uiteindelijk was het die middag fout gegaan. Het vuur van de gasbrander raakte een lekbak waarin nog anderhalve liter van de brandbare stof xyleen aanwezig was. Een klein brandje begon. De medewerker probeerde de pomp uit te zetten. Dat lukte niet. „Ik was in paniek.” Een blusmachine werkte niet. Er was geen water. De vlammen sloegen over naar plastic containers die smolten en waaruit brandbare stoffen lekten. Een plasbrand was het gevolg. De brand werd onbeheersbaar. De brand zou uiteindelijk 71 miljoen euro aan schade veroorzaken.

Een domme actie van M.A., aldus vanochtend een productiemanager. We hebben vaker de gasbrander gebruikt, zei hij, ook al wisten we dat open vuur verboden was. „Maar M. heeft daar te lang met die brander gestaan, en er lag xyleen bij de pomp.”

M.A. wordt niet vervolgd. Hij is in het gisteren inhoudelijk begonnen proces in Breda alleen maar getuige. Het OM vervolgt niet de medewerker maar de algemeen directeur van Chemie-Pack, de productieleider en de zogenoemde KAM-coördinator, verantwoordelijk voor kwaliteit, arbeidsomstandigheden en milieu.

De veiligheidscultuur op het bedrijf was volgens justitie zo slecht, dat het ooit fout moest lopen. Het drietal wordt beticht van het overtreden van milieuvoorschriften en het werken zonder vergunning, én van opzettelijke brandstichting. Daar kun je twaalf jaar cel voor krijgen.

De advocaten van de drie vinden het onbegrijpelijk dat M.A. vrijuit gaat. Want is het wel zo, hield advocaat Drenth de medewerker voor, dat hij in opdracht van anderen werkte? Had zijn chef daadwerkelijk samen met hem die bewuste middag de gasbrander bediend? „Die zegt dat hij u helemaal niet heeft geholpen.” Nog sterker: heeft een heftruckchauffeur die in de buurt was, hem zelfs niet pogen te weerhouden om de gasbrander te gebruiken? „Die heeft toch naar u geroepen: ben je niet goed bij je hoofd of zo?” Nou, M.A. had die heftruckchauffeur wel gezien maar niet gehoord. „Ik stond daar met veel lawaai te werken.”

Dan de volgende kwestie. Waarom had M.A. bijna een half jaar gewacht totdat hij besloot bij de politie de ware toedracht uit de doeken te doen? Waarom had hij tijdens eerdere verhoren bij de politie gezwegen? „Omdat ik niets mocht zeggen”, stelt M.A. Hij had de directeur van Chemie-Pack kort na de brand onmiddellijk ingelicht over wat er precies was gebeurd. Maar die had meteen gezegd: „Je moet je smoel erover houden.” Dat hadden ook anderen tegen hem gezegd. „Smoel houden.”

Of hadden sommige anderen hem alleen maar duidelijk willen maken dat hij zich als mogelijke verdachte altijd zou mogen beroepen op zijn zwijgrecht? Hoe dan ook, pas toen M.A. verschillende malen telefonisch anoniem was bedreigd, en hij dacht dat zijn kinderen in gevaar waren, toen besloot hij de politie in te lichten. „Ik was bang.” De directeur van Chemie-Pack liep bij deze verklaring als verdachte in de rechtbank gisteren rood aan. Wilde M.A. zeggen dat hij door hem was bedreigd? „Nee, dat niet.” Een andere verdachte, de KAM-cöordinator, had toen al de rechtszaal verlaten. „Hij kan de leugens niet meer aanhoren”, aldus zijn advocaat.