‘Bange bobber’ terug in wonderslee

Bobpiloot Edwin van Calker wilde op de olympische afdaling in Vancouver niet naar beneden en kreeg veel kritiek. Nu is hij terug.

Piloot Edwin van Calker op archiefbeeld in de tweemansbob in het Duitse Winterberg met achter zich remmer Sybren Jansma.
Piloot Edwin van Calker op archiefbeeld in de tweemansbob in het Duitse Winterberg met achter zich remmer Sybren Jansma. Foto Hollandse Hoogte

De carrière van Edwin van Calker was ten einde. Daarover waren de meeste experts het wel eens, nadat de piloot van de Nederlandse viermansbob op die dramatische februari-avond in 2010 had besloten dat de olympische afdaling in de bergen boven Vancouver onverantwoord was. De viermansbob startte niet. Huilende kerels in een Canadees chalet zagen hun olympische droom uiteen spatten.

Hoe anders ziet de wereld er tweeënhalf jaar later uit, minder dan vijfhonderd dagen voor de Winterspelen van Sotsji (2014). In een hotel in de bossen bij Ermelo presenteerde gisteren Van Calker lachend de fonkelnieuwe slee van zijn commerciële ploeg, een hele waslijst aan nieuwe sponsors en, mede dankzij hen, een budget „dat in de tonnen loopt”.

Hij komt van ver. En alleen Edwin van Calker (33) weet van hóe ver. „We zijn niet begonnen op nul, we zijn begonnen op min tien.”

Maar het resultaat van de meest opmerkelijke wederopstanding van de laatste jaren is indrukwekkend. Afgelopen winter, twee jaar na Vancouver, eindigde hij met zijn viermansbob als vierde bij de WK in het Amerikaanse wintersportoord Lake Placid – uniek voor een Nederlandse slee. Sindsdien wordt hij gerekend tot de kanshebbers op olympisch eremetaal. En dat voor een sleepiloot die ladingen hoon over zich heen had gekregen, die voor angsthaas was uitgemaakt door sponsors en door de Bob- en Sleebond Nederland (BSBN). Een bond die het nodig vond kort na Vancouver nieuwe bobsleeërs te rekruteren met de slogan: ‘Durf jij wél deel te nemen aan de Olympische Spelen?’

„Na die vierde plaats op het WK heb ik staan janken bij de finish”, kijkt Van Calker terug. „We hebben twee jaar zo verschrikkelijk hard moeten werken om het koppie weer boven water te krijgen. Natuurlijk ben ik trots dat we van daaruit, op eigen kracht, zo ver zijn gekomen.”

Veel meer wil hij niet meer kwijt over die ellendige dagen na Vancouver. „Wij zijn al vijf stappen verder. Wat gebeurd is, is gebeurd, we kijken vooruit. We zijn vierde van de wereld. Buitenlanders vragen ons: wat zijn jullie allemaal aan het dóen?”

Ook hersteld zijn de relaties met de meeste van zijn criticasters: de bond en directeur Wim Noorman van toenmalig sponsor Eurotech. Van Calker: „We hebben een paar goede gesprekken gehad met de bond. Bij één of twee mensen zit misschien nog wat oud zeer, maar dat zal er langzaam wel uitgaan. Na de WK hebben we ook een biertje gedronken met Wim Noorman. Wat hij in Vancouver zei was een momentopname, net zoals wij ook heel teleurgesteld waren. Ieders eigen frustratie moest er eerst uit.”

Misschien dankt hij het wel aan die krankzinnige periode in zijn leven dat hij nu sterker is dan ooit. Vorig jaar deed Van Calker een paar meesterzetten. Hij strikte met de Tsjech Ivo Danilevic, voormalig Europees kampioen, een topcoach. „Hij is goud waard geweest. Tot Vancouver hadden we een coach [de Brit Tom de la Hunty] die mij tot 90 procent kon krijgen. Met Ivo krijgen we die laatste 10 procent er wel uit. Hij heeft tot voor kort op het hoogste niveau gesleed, kent alle banen. Hij geeft mij vertrouwen.”

Daarnaast wist Van Calker dankzij contacten een ware wonderslee op de kop te tikken, van de Oostenrijker Wolfgang Stampfer. Een schot in de roos: „De Russen hebben er afgelopen jaar bijna een blanco cheque voor geboden. In Lake Placid halen wij dezelfde snelheden als Amerika 1 – op hun thuisbaan. De Russen zagen dat ook. Maar wij willen meedoen om de medailles. Dan heb je topmateriaal nodig. Dat ding is niet te koop.”

Hij kijkt reikhalzend uit naar het nieuwe seizoen. Naar januari 2013, als de WK worden gehouden in St. Moritz, de bakermat van het bobsleeën. Een maand later debuteert hij op de olympische baan van het Russische Sotsji. Eén ding staat vast: Sotsji wordt anders dan het Whistler Sliding Centre in de Coast Mountains van Canada „Daar zijn genoeg gekke dingen gebeurd. Ook het IOC heeft over Vancouver gezegd: dit nooit meer. Sotsji is minder moeilijk, maar het is nog steeds een uitdaging.”

Hoewel Van Calker elke steun kan gebruiken hoorde hij na de laatste WK niets van sportkoepel NOC*NSF. Vreemd? „Als je vierde van de wereld wordt, ben je een goede kandidaat voor de Spelen. Wij willen wel praten. Als je op eigen kracht terug kan komen, zoals wij hebben gedaan, zou je kunnen zeggen: we omarmen die jongens weer. Zo breed zitten we niet in de wintersporters. Maar NOC*NSF heeft het druk gehad met de Zomerspelen, vermoedelijk.”