Opinie

    • Derk-Jan Eppink

‘We zijn allemaal jezuïeten’

Er is alle reden om Europees president Herman Van Rompuy beter in de gaten te houden. Hij sprak begin september in Florence tot de ‘Interreligieuze Dialoog’. Het ontging de wereldpers, maar gelukkig was er het Katholiek Nieuwsblad. Trots citeerde het blad Van Rompuy: „We zijn allemaal jezuïeten”. Hij doelt op prominente Europese kopstukken met wie hij de architectuur van het toekomstige Europa ontwikkelt. „Het schept onverbrekelijke banden. Er is dus een Jesuits International.”

Over wie sprak Van Rompuy, die zelf werd opgeleid door de jezuïeten aan het Sint-Jan Berchmanscollege Brussel? Ten eerste over voorzitter José Manuel Barroso van de Europese Commissie. Vervolgens over Jean-Claude Juncker, premier van Luxemburg en voorzitter van de eurogroep. Van Rompuy noemt ook de voorzitter Mario Draghi van de Europese Centrale Bank (ECB), die werd opgeleid aan het Romeinse jezuïetencollege Istituto Massimo. Verheugd voegde Van Rompuy eraan toe dat ook de Italiaanse premier Monti en diens Spaanse collega Rajoy zijn gevormd door jezuïetencolleges. Gelukkig is er nog Angela Merkel, de koppige domineesdochter uit de voormalige Duitse Democratische Republiek, om tegenwicht te bieden.

Wie Van Rompuy hoort, ziet de overeenkomsten met Europa. Jezuïeten vormen de voorhoede van de katholieke kerk, zoals de Europese elite het keurkorps is van Europese integratie. Beide profileren zich als ‘elite’, verheven boven het gewone volk. Hun werkwijze verschilt weinig van elkaar. Geraffineerde leugentjes en doelbewuste intrige zijn middelen die het doel heiligen. Onderdrukt cynisme kenmerkt de houding tegenover de burger, de niets wetende dommerik die in een democratie tegen zichzelf moet worden beschermd. De katholieke en Europese elites werken via inner circles. De rest is proza. Van Rompuy, Barroso, Monti en Rajoy zijn graag geziene gasten op pauselijke audiënties.

Het is niet verwonderlijk dat deze mentaliteit sporen achterlaat in Europese structuren en werkmethoden. De ECB heeft een raad van bestuur van 23 leden, met daarbinnen een directie van zes. De ECB verschilt in opzet weinig van het Vaticaan. De raad van bestuur telt geen enkele vrouw en hoeft geen parlementaire verantwoording af te leggen. Verslagen van zijn zittingen blijven geheim. De Amerikaanse Federale Reserve en de Bank van Japan moeten verslagen publiceren van hun bestuurszittingen. De ECB speelt een centrale rol in de eurozone en pompt biljoenen euro’s rond, maar niemand weet hoe de bank besluit. De paus had nog een butler die geheimen prijsgaf.

Toch zijn de eurojezuïeten slimmer dan voorzitter Guy Verhofstadt van de liberale fractie in het Europees Parlement en zijn groene evenknie Daniel Cohn-Bendit. Zij schreeuwen in Voor Europa! hun doel van de daken: een federaal Europa met één regering, één Europese belasting en één leger. Het enige wat ontbreekt, is één geheime dienst en één leider, zodat Europa weer terug is bij af. Houd een referendum en de ‘Verenigde Staten van Europa’ beperken zich tot Italië en België.

Nog dommer is het ‘finale rapport’ van een handvol ministers van Buitenlandse Zaken over de toekomst van Europa. Het rapport is ondertekend door elf van de 27 lidstaten; een minderheid, waaronder Nederland. Usual suspect Groot-Brittannië tekende niet, net zomin als Zweden en Finland. Van de nieuwe lidstaten tekende alleen Polen. Conclusie van het elftal: „De euro is het meest krachtige symbool van Europese integratie”. De vele reddingsoperaties en noodfondsen voor de euro slaan ze gemakshalve over. Sommige van de elf ministers – het is niet duidelijk welke – bepleiten een Europees leger. Dit wordt ongetwijfeld een papieren tijger. De legers van de eurolanden krimpen zienderogen, wegens de crisis. Griekenland geeft per hoofd van de bevolking het meeste uit aan defensie! Maar Griekenland tekende niet. Het elftal blinkt dus uit in schoten op eigen doel.

Dit overkomt de eurojezuïeten nooit. Hun rapport Naar een Echte Economische en Monetaire Unie bestaat slechts uit ‘bouwstenen’ en ‘suggesties’. Het suggereert een Europees depositogarantiesysteem – niets dramatisch, alleen een idee. In een pijnloze exercitie worden burgers gekneed in een denkproces dat hen overstijgt. Zodra ze doorkrijgen tot welk gebouw de bouwstenen leiden, zitten ze erin. Suggesties zijn voldongen feiten. Wie zich verzet, is een onredelijke dwarsligger, een populist.

De nooit verkozen premier Monti heeft al aangekondigd dat hij een Europese campagne zal lanceren „tegen het populisme”. Van Rompuy, evenmin verkozen, steunde hem onmiddellijk. Eerder zei Monti al dat nationale parlementen Europese leiders niet voor de voeten mogen lopen, doelend op de Duitse Bondsdag. Ze moeten worden „opgevoed”. Jezuïeten leiden het volk, dat wordt geacht te volgen. Wat is voor hen populisme? Dat zijn ‘onwetenden’ die hen niet volgen: woedende Grieken, demonstrerende Spanjaarden, bezorgde Duitsers en eurokritische Nederlanders. Een Europa met die elitaire mentaliteit roept om een Reformatie, maar daar gruwelt Jesuits International van. Wat een ‘vervelende populist’ was dat toch, die Martin Luther!

Derk Jan Eppink is journalist, publicist en zit in het Europees Parlement voor de Belgische partij Libertair, Direct, Democratisch.