Dit is een artikel uit het NRC-archief

Onderwijs

De Engel van Taizé

De Engel van Taizé. Foto NRC / Raoul de Jong
De Engel van Taizé. Foto NRC / Raoul de Jong De Engel van Taizé. Foto NRC / Raoul de Jong

Ik zag het dus door het verband om haar knieën: dat ze hetzelfde aan het doen was als ik. Hier aan de rand van Beaune, ver van de route naar Santiago in the middle of nowhere van pelgrimland. De eerste echte mede-padvinder op mijn route.

Ze verdween net in een parkje, ik fietste vlug achter haar aan. “Sorry, are you walking?” vroeg ik, bij gebrek aan betere woorden. Ze draaide zich om: een soort engel, lichtblond met enorme blauwe ogen. Ze leek net zo blij mij te zien als ik haar. Ja! Ze was aan het lopen. En toen ging alles als vanzelf, automatisch, heel snel.

Ze heet Thérèse, is 22 jaar. Ik dacht dat ze Australisch was, maar ze is Duits. Ze praat met een dromerige zachte stem, lijkt jonger dan ze is en kwetsbaar. Als ik haar zie begrijp ik waarom sommige mensen zo bang waren toen ik vertelde dat ik zou gaan doen wat ik nu aan het doen ben.


Grotere kaart weergeven

Ook zij had veel over autowegen gelopen, bij gebrek aan wandelpaden. Zij had nu wat ik had in Brussel: een fysieke reactie van misselijkheid, telkens als er een auto langsraasde. Er werd voortdurend naar haar getoeterd: enge mannen die vroegen of ze een stukje mee wilde rijden. Zelfs in Chili, had ze zich nooit zo onveilig gevoeld.

Ze liep haar knieën kapot tijdens de laatste etappe van 30 kilometer, ze had nu 200 kilometer gedaan. Zij voelde zich schuldig omdat ze een stukje de trein had genomen, ik over de fiets. Waar ze naar op weg was? Taizé, zei ze. Waar ik bijna van schrok, want ik was dat ook.

Peter Jenkins had The Farm en hoe meer ik onderweg hoorde over Taizé, hoe meer het er op leek dat Taizé mijn Farm zou kunnen worden. Een soort christelijke gemeenschap, gerund door monniken, waar elk jaar honderdduizenden jongeren van over de hele wereld op afkomen. Wat maakt die plek zo speciaal? Hoe kan het dat er zo veel jonge mensen op afkomen in een tijd dat niemand meer gelooft? Zou er iets te vinden zijn waar ook de rest van de wereld iets aan heeft?

Ze vroeg of ik tijd had om even te zitten, haar rugzak trok aan haar schouders. Ik dacht hier over na en besefte zo dat ik hier helemaal niet over na hoefde te denken. En hoe heerlijk dat was.
“Het is bijna eng,” zei ik, “dat wij elkaar hier nu tegenkomen.”

“Gebeuren dit soort dingen dan niet de hele tijd?” vroeg ze. Zij was er inmiddels wel aan gewend.

Ze vroeg of ik in God geloof. Niet op de christelijke manier, zei ik. Alle symbolen enzo, die snap ik niet. Dat is allemaal niet belangrijk, zei zij. Zij was niet christelijk opgevoed, ze was het zelf geworden, protestants. Ja haar moeder gelooft wel in dingen, maar die noemt dat dan anders.

Ze is nu twee keer in Taizé geweest. “Dat is echt iets voor jou,” had haar moeder ooit gezegd. En daarna had ze er niet mee aan gedacht. Tot een verschrikkelijke ruzie met haar vriendje, twee jaar later. Ze weet niet waarom ze er op dat moment ineens aan moest denken. Net als dat ze niet weet waarom haar beste vriendin de volgende dag haar zus mee nam naar school. Die haar zonder aanleiding vertelde dat ze volgende week naar Taizé zou gaan. En dat je er met een bus die een dorp verder vertrok, direct kon komen.

Drie dagen later was ze er. Een week. Die zo mooi was, dat ze later nog eens drie maanden is teruggekomen. Deze keer loopt ze er naar toe. Omdat het lopen past bij wat je daar voelt. Of nou ja, dat dacht ze.

Het programma duurt een week, van zondag tot zondag. Ik had er maar drie dagen voor uitgetrokken. Wat jammer is, zei ze, maar toch moet ik gaan. Drie dagen is beter dan niks.

Ik vroeg haar of ze Robin wilde hebben, zij had hem harder nodig dan ik. Maar vanavond ontmoette ze een vriendin die het laatste stuk met haar zou meelopen. Ik gaf haar mijn Coldspray en beloofde dat we elkaar in Taizé zouden ontmoeten, zodat ze hem terug kon geven.

Toen fietste ik door, helemaal alleen onder een oranje hemel over een smal paadje tussen de wijngaarden. Keihard zong ik ‘New york, New York’ van Frank Sinatra en was eventjes volmaakt gelukkig.

Luister naar New York, New York, van Frank Sinatra op Spotify

Raoul kreeg voor zijn tocht van de ANWB Human Nature travel gear, een rugzak en een jack van The North Face en een iPad van Mangrove.